De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Genot als levensvervulling

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Genot als levensvervulling

GEESTELIJK KLIMAAT IN DE GEMEENTEN [3 ]

8 minuten leestijd

In zijn terugblik op ontwikkelingen in hervormd-gereformeerde kring van de afgelopen veertig jaar bracht ds. J. Maasland de secularisering naar voren, de 'dreigende hang naar een dubbelleven, omdat de vertaalslag van het evangelie naar het geleefde leven niet gemaakt kan worden'.

Hoe moeten we de veranderingen in het geestelijk klimaat binnen onze gemeenten waarderen? Hoe dienen we ermee om te gaan? Wat is eraan hand? Is er eigenlijk wel wat aan de hand? ' Vragen die ds. Maasland stelde. Wellicht kan het onderstaande iets bijdragen in de zoektocht naar mogelijke antwoorden. Aan de vragen zal het niet liggen. Die zijn duidelijk en relevant genoeg.

Terecht geeft ds. Maasland aan dat het verstaan van het geestelijk klimaat binnen de gemeente niet los te zien is van de manier waarin wij door de wereld om ons heen worden beïnvloed. Media spelen daarin ontegenzeggelijk een belangrijke rol. Vaak wordt onder ons in het waarschuwen tegen media als film, boek, krant, televisie en internet vooral de vinger gelegd bij zaken als ontspoorde seksualiteit, het misbruik van Gods naam, moord, doodslag en andere openlijke ontsporingen.

Minder wordt echter beseft dat ook van 'nette' programma's een sterke beïnvloeding uitgaat. Dat begint al bij betrekkelijk oppervlakkige zaken als fatsoensnormen. Ik weet niet hoe het u vergaat, maar de manier waarop presentatoren van praatprogramma's hun gasten in de rede plegen te vallen, roept bij mij vaak een grote mate van ergernis op.
Dit gedrag leidt sluipend, maar wel aantoonbaar, bij veel kijkers tot een zekere verloedering in hun eigen omgangsvormen en -normen. Wie de grootste mond heeft, krijgt de meeste spreektijd. Ook verslaggevers van onbesproken komaf, die ongetwijfeld van thuis hebben meegekregen dat het geen pas geeft iemand voortdurend in de rede te vallen, generen zich niet deze 'wetten van de journalistiek' onbekommerd in praktijk te brengen. We mogen de negatieve invloed van deze 'rolmodellen' op met name jongeren niet onderschatten.

Life-programma's
Maar het mes snijdt dieper. Dan denk ik aan de vrije manier waarop in reclame en film, maar in toenemende mate ook in life-programma's, 'moderne' mensen als man en vrouw buiten een huwelijksrelatie met elkaar omgaan. En aan de hedonistische levensstijl, die ons te pas en te onpas wordt gepresenteerd, waarbij genot en materiële welvaart als ultieme levensvervulling worden voorgesteld.
Omdat reclame en televisie pretenderen uit het leven gegrepen te zijn, wordt onbewust bij de kijker de indruk gewekt dat deze manier van leven normaal en algemeen geaccepteerd is. Het mag dan ook niet verbazen dat kijkers hun levensstijl en hun levensvisie bewust of onbewust aan deze voorbeelden aanpassen. In die zin is de invloed van de media op onze levensstijl en onze levenshouding onmiskenbaar aanwezig en kan de vraag of er iets aan de hand is, moeilijk ontkennend worden beantwoord.

Inhoudelijke gebruiksaanwijzing
Hoe daar nu mee om te gaan? Het probate middel in de gereformeerde gezindte is lange tijd geweest om in ieder geval de televisie buiten de deur te houden. Zoals ds. Maasland aangeeft, werd op dit front geheelonthouding tot de jaren tachtig als het meest effectieve afweermiddel vrij algemeen geaccepteerd. En dat was bepaald geen onzinnige benadering.
Terugkijkend over de laatste decennia moeten we vaststellen dat met de intrede van de 'kast' in een huisgezin, deze sluipenderwijs een steeds grotere plaats in het dagelijks gezinsleven is gaan innemen en dat bepaald niet alleen om bij de tijd te blijven. Een technische gebruiksaanwijzing werd wel meegeleverd, maar een inhoudelijke niet. Daar komt bij dat in de begintijd de keuze slechts was tussen 'aan' en 'uit'.
Inmiddels leven we in 2007. Als tegenwoordig een bepaalde zender met haar aanbod door onze morele acceptatiegrens zakt, gaat het toestel niet uit, maar kan altijd nog naar één van de vijftig andere zenders worden overgeschakeld. Ook door de opkomst van internet komt de geheelonthouding verder onder druk te staan. Het gevolg hiervan is dat de noodzaak van een gerichte mediaopvoeding zich steeds nadrukkelijker aandient.
Hier ligt uiteraard allereerst een taak voor de ouders. Als we onze kinderen wel leren met twee woorden te spreken en met mes en vork te eten, maar hen niet leren om te gaan met het gebruik van media, dan schieten we als ouders schromelijk tekort.
Dat veel jonge ouders die opvoeding misschien zelf niet hebben genoten, maakt de zaak er niet eenvoudiger, maar daarom ook niet minder urgent om. En daarbij gaat het uiteraard niet alleen om het limiteren van de tijd die voor de buis wordt doorgebracht, maar, zeker zo belangrijk, ook om de interpretatie en de becommentariëring van het gebodene. Dit is bepaald geen weg van de minste weerstand, omdat er regelmatig sprake zal zijn van verschil van inzicht. Maar opvoeden in het algemeen is nu eenmaal niet te karakteriseren als een weg van weinig of geen weerstand. Ook voor school iggen hier taken en mogelijkheden. Binnen het bestuur van het Rotterdamse Wartburg College, waarvan ik deel mag uitmaken, staat de vraag hoe hiermee om te gaan in ieder geval hoog op de agenda.

'Weet u wel wie ik ben?'
Vervolgens wil ik graag ingaan op de verzuchting (die heb ik toch goed beluisterd?) van ds. Maasland dat er weinig mensen meer lijken te zijn die jongeren met een natuurlijk gezag kunnen vertellen hoe de wereld in elkaar steekt, maar ook hoe je het rechte spoor kunt bewaren. Hij noemt daarbij een opvallende opsomming: opa, vader, ouderling of bekeerde oom.
Achter het feit dat ds. Maasland alleen mannelijke rolmodellen noemt, ga ik geen diepere betekenis zoeken, omdat ik ervan overtuigd ben dat hij die daar ook niet in heeft willen leggen. Ze zijn, zo zegt ds. Maasland, hun positie als gezaghebbende richting de jongere generatie grotendeels kwijtgeraak. Ik bezie deze zaak wat minder negatief.
Inderdaad verdraagt de huidige levensstijl zich steeds minder met respect en gezag dat automatisch aan functies of posities wordt ontleend. Het afdwingen van respect via de formule 'Weet u wel wie ik ben?', werkt anno 2007 eerder averechts. In het verleden werd misschien wel eens te gemakkelijk, en dat met verwijzing naar het vijfde gebod, gezag en respect letterlijk afgedwongen.
Respect wordt tegenwoordig niet meer meegeleverd bij benoeming in een functie of ambt, maar moet door degene die de functie bekleedt door zijn of haar optreden worden verdiend. Dat geldt ook voor kerkelijke ambten en zelfs voor het ambt van het ouderschap. Dat neemt echter niet weg dat er bij jongeren nog wel een antenne is om een in wijsheid gedrenkt advies of terechtwijzing te accepteren en zelfs ter harte te nemen.

Godsbestuur
Aan de toenemende secularisering verbindt ds. Maasland noties als 'God als randverschijnsel in het leven', maar ook vragen over het Godsbestuur en het Godsbestaan. Hier is uiteraard heel veel over te zeggen. Ik beperk me tot een enkele opmerking.
In de eerste plaats ben ik er niet zo van overtuigd dat deze en dergelijke vragen typerend zijn voor de 2Ie eeuw. Werden deze vragen juist in de decennia die achter ons liggen niet min of meer kunstmatig onderdrukt en als 'ongepast' aangemerkt, terwijl ze toch bijvoorbeeld in het boek van de Psalmen wel degelijk aan de orde komen? Wel is het duidelijk dat vanwege het steeds verder verdwijnen van God uit ons openbare leven, onze samenleving ingrijpend veranderd is vergeleken met vijftig jaar geleden. Ik denk niet dat het realistisch is te veronderstellen dat dat 'nog wel goed komt'. We leven in Nederland eigenlijk al in een seculiere samenleving, in die zin dat in ons publieke bestel geen enkele godsdienst, ook de christelijke niet, nog langer als dominant over welke andere dan ook wordt beschouwd.
Daarbij moeten we wel bedenken dat in landen als India en Turkije, ook door christenen, een dergelijke seculiere samenleving juist als positief wordt ervaren, omdat het meest voor de hand liggende alternatief hun leven veel moeilijker zou maken. Is het uit te sluiten dat we ooit als christenen in Europa op dezelfde manier een seculiere samenleving zullen waarderen?

Gastpredikanten
Ten slotte wil ik graag, ongevraagd, nog iets kwijt over wat ds. Maasland naar voren brengt over de prediking. Ik neem die vrijheid omdat ik op de zaken waarop ik hierboven ben ingegaan even weinig deskundig ben als op het terrein van de prediking. Ds. Maasland zegt: ' .. .ik vind soms dat preken onder ons zo langs je heen kunnen gaan. Er is zo weinig appèl op het hart van de hoorder, het is zo beschouwelijk en vanzelfsprekend orthodox.' Hij zal zijn persoonlijke redenen hebben om dit geluid zo te verwoorden.
Ik hecht eraan te melden dat ik deze verzuchting van ds. Maasland niet kan meemaken. In het Ridderkerkse zijn we nu al een aantal jaren vacant. Voorwaar geen reden tot vreugde. Maar door de vele gastpredikanten krijg je zo toch een indruk van de aard van de zondagse prediking in andere delen van ons land.
Wat mij daarbij juist opvalt, is hoe consequent bijna alle predikanten juist voluit het Woord aan het woord laten, zonder de zeggingskracht van het Woord af te dekken met een voorspelbaar dogmatisch raster. Vrijwel altijd worden directe lijnen getrokken, zowel naar het hart van de toehoorder, maar ook naar de concrete situatie waarin die toehoorder op maandagmorgen weer als christen zijn werk heeft te verrichten. Vanuit dat perspectief is er verwachting, niet omdat we het met elkaar nog wel redden, maar omdat God kennelijk nog niet ophoudt ons in onze eigen taal Zijn grote daden te laten verkondigen.

Volgende week reageert ds. A.J. Kunz op veranderingen die ds. Maasland in de avondmaalspraktijk en het soort geestelijke vragen signaleert (zie nr. 24 en 25). Daarna gaat ds. H.J. Lam DV op een ander deelthema in.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 28 juni 2007

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

Genot als levensvervulling

Bekijk de hele uitgave van donderdag 28 juni 2007

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's