Ora et labora
ZENDING IN ZICHT
Tussen 1993 en 2003 is het aantal protestantse christenen in Peru gestegen van 7 tot 14 procent van de bevolking. Zeer verheugend. We danken de Heere daar hartelijk voor. Tegelijk is het een gegeven om te wegen en te overwegen.
Allereerst: de sterkste groei vindt plaats in de pinksterkerken, terwijl niet alle reformatorische kerken groeien. Er zijn gemeenten die amper de bevolkingsgroei bijhouden. De pas bekeerden zijn ook nog lang geen stabiele, onderwezen en invloedrijke gelovigen. Ten slotte zijn er enkele provincies waar amper geƫvangeliseerd is.
Deze verdubbeling van de protestantse gemeenten is natuurlijk niet vanzelf gebeurd. Het is in Peru evenmin als in Nederland zo dat de mensen zomaar naar de kerk en tot geloof komen. Er moet voor gebeden en hard voor gewerkt worden. Het is een intensief en gepland proces. Als dat ontbreekt, gebeurt er weinig tot niets. Dit laatste zien we helaas in gemeenten die in zichzelf gekeerd zijn en waar de gemeenteleden niets anders doen dan fijn naar de erediensten komen. Christus beveelt ons duidelijk uit te gaan en de verlorenen te zoeken.
Gemeenten die daar werk van maken, zullen hoogstwaarschijnlijk groeien. Ook is nodig dat zij die tot geloof komen vervolgens intensief worden begeleid om te gaan deelnemen in de gemeente en hun geloof in praktijk te brengen. Waar discipelschapstraining en pastorale begeleiding ontbreken, blijken velen weer snel afte haken.
Beproefd recept
Velen komen tot Christus en tot Zijn lichaam, de gemeente, via huiskringen of celgroepen. De eerste christengemeente had ook deze twee elementen: massale samenkomsten in de tempel en huiselijke ontmoetingen. Nu is de historische beschrijving van Lukas bepaald geen direct gebod, maar ze blijkt wel een goede en gezegende werkwijze. Het lijkt me dat dit beproefde recept niet alleen goed werkt in Peru, maar ook in de postmoderne Lage Landen.
Veel Nederlanders zijn 'ongeneeslijk religieus', maar hebben weinig met het instituut kerk en haar zondagse diensten. Om de mensen tot Christus te leiden (voor zover dat van ons afhangt) en zich te laten aansluiten bij het lichaam van Christus, lijkt het dus niet verstandig om hen allereerst naar de zondagse kerk zien te 'lokken'. Een ontmoeting in de huiselijke setting van een christelijk gezin heeft meer kans van slagen en kan gemakkelijker tot meer leiden.
Zijn we christenen met een zekere mate van contact en vriendschap met de mensen in onze wijk? Dat geeft basis om hen naderhand thuis uit te nodigen. Voor koffie, hart luchten, delen van een hobby, of om te bidden voor die persoon. Wellicht komt er ruimte om mensen uit te nodigen bij een christelijk feest of voor gesprekken over geloof en God.
Drie werkwoorden
Voor de uitgaande beweging (Matth. 28) om de verlorenen te zoeken is de huiselijke setting subliem, want informeel, interactief en met ruimte voor authenticiteit. We kunnen ingaan op wat mensen aandragen aan vragen en problemen. Er is zoveel nood en wij hebben dankzij God geweldige middelen om aan te bieden: vergeving, kracht van omhoog en hoop voor de toekomst. De toepassing van de Peruaanse verdubbeling lijkt me te liggen in drie bijbelse werkwoorden: gaan, bidden en werken.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 28 juni 2007
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 28 juni 2007
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's