Eenheid in de gemeente
'Kerkenraad moet kritische stemmen voor zijn'
De waarheid is voor hem uiteindelijk belangrijker dan de vrede. Toch zoekt ds. P.J. Teeuw uit Papendrecht met zijn boekje 'Omgaan met verschillen in de gemeente' vooral vrede en eenheid in de gemeente.
Omgaan met verschillen in de gemeente
Dat omgaan met verschillen in de gemeente anno 2007 verschijnt, heeft alles met de actualiteit te maken, zegt ds. Teeuw. 'Er is in hervormd-gereformeerde gemeenten veel in beweging. In de prediking, op het gebied van liturgie, het hele geestelijke klimaat verandert.
Je ziet dat de verschillen tussen de gemeenten toenemen, maar ook dat binnen één gemeente grotere verscheidenheid komt. Dat uit zich in het gebruik van bijbelvertalingen, psalmberijmingen en liederen, in de opkomst van jeugd- en kinderdiensten, soms in het omgaan met ethische kwesties als samenwonen en homoseksualiteit, in de plaats van rechtvaardiging en heiliging in de prediking, in verschil in visie op de doop. Je ziet vandaag op al die terreinen verscheidenheid, terwijl vroeger diensten in gereformeerde-bondsgemeenten min of meer hetzelfde verliepen.
De veranderingen hangen samen met de tijdgeest, die snuiven we allemaal op. De gemeenten zijn open geraakt, het isolement is verdwenen. Dat komt door omgang met andersdenkenden, je merkt de invloed van de EO en andere evangelische instanties. Mensen zijn mondiger geworden, ze zijn beter opgeleid. Er is minder oog voor het geheel van de gemeente en meer voor wat ik wil en wat ik fijn vind. Dat heeft weer met het individualisme te maken.'
Is dat laatste , geen probleem van alle tijden? Paulus had er in Korinthe ook al mee te maken.
'In de Bijbel en de kerkgeschiedenis is de worsteling met eenheid en verscheidenheid er altijd geweest. In het werk van de Heilige Geest is er ook verschil in gaven en gaan mensen verschillende geestelijke wegen. Dat is bijbels geoorloofde verscheidenheid. Daar moeten we voor open staan. De hoofdzaak moet duidelijk zijn, in bijzaken zijn verschillen mogelijk. Concreet zitten veel kerkenraden met het punt dat mensen bang zijn dat achter veranderingen in bijzaken een veranderende geestelijke instelling zit.'
Dat is niet terecht?
'Soms wel, maar het is belangrijk de motieven te kennen. Gaat het niet om al te grote veranderingen of om een andere prediking, dan hoef je niet meteen bang te zijn. Als het gaan staan bij votum en groet of het ritmisch zingen onbehagen bij mensen kan wegnemen, zoek het dan in die richting. Hierbij is wel belangrijk dat een predikant het vertrouwen van gemeente en kerkenraad heeft en dat hij wat betreft de inhoud van de prediking blijft zoals hij in de gemeente gekomen is.
Een kerkenraad moet niet afwachten tot mensen zich in een gemeente gaan roeren. Hij moet aanvoelen wat leeft, in gesprek gaan en kijken wat er moet gebeuren. Vaak is het te laat, dan wordt er oppositie gevoerd en is de schade enorm. Waarom wachten tot er gemeenteleden komen met de vraag om gebruik van de hertaling van de liturgische formulieren? Laat de kerkenraad daar zelf over denken.'
Ligt de sleutel voor eenheid niet bij de prediking? Als de gemeente daarin werkelijk voor God wordt gesteld, blijven bijzaken dan niet wat ze zijn: bijzaken?
'Een van de middelen om de eenheid van de gemeente te bewaren is de herwaardering van de prediking. Veel predikanten worstelen met de spanning van wat ze moeten doorgeven en wat veel gemeenteleden verlangen: de predikant. moet eenvoudig zijn, zich aanpassen aan de praktijk van het gewone leven, niet te leerstellig en niet te diep zijn. Als predikanten zich daaraan overgeven, dan is de leefwereld van de hoorder en het fijne gevoel dat hij wil hebben meer bepalend dan het 'Alzo spreekt de Heere'. De prediking is dan minder een 'tegenover'. Daar mogen we niet aan toegeven. Ik hoop dat we buigen voor het gezag van het Woord, dat er meer beslag in de gemeente komt, dat de gemeente beseft: Het gaat om het Woord. Als weer meer zou beseft worden dat het in de prediking om zaken gaat die van belang zijn voor de eeuwigheid, dan hoop je dat dat de eenheid bevordert.'
Als het over aan afgoden gewijd vlees gaat, zegt Paulus dat je dat gewoon mag eten, maar dat hij dat nooit zou doen als het zijn naaste zou kwetsen. Wat hebben die teksten ons te zeggen?
'Paulus vraagt zelfopofferende liefde. Hij plaatst die in het kader van de opbouw van de gemeente en het geestelijk leven. Je moet heel ver met de zwakke meegaan. In het aangeven van een grens is de liefde bepalend, die heeft het vermogen om aan te voelen wat de naaste in het geestelijk leven opbouwt of juist niet.
Het betekent niet dat er nooit eens iets zou kunnen veranderen. Is er verschil van mening, dan is het heel belangrijk om eerst in een open en eerlijk gesprek de motieven na te gaan. Waarom is iemand voor een bepaalde vernieuwing of waarom is hij daarvoor juist huiverig? Het moet duidelijk zijn dat aan een verandering geestelijke overwegingen ten grondslag liggen, dat je een positief doel hebt. Dan denk ik bijvoorbeeld aan invoering van hertaling van de liturgische formulieren of van de Statenvertaling.
Gaat het om het vrije lied, laat een kerkenraad dan in het beleidsplan vastleggen wat de identiteit van de gemeente is. Je bent hervormd-gereformeerd en wilt staan in die traditie? Dan is de hoofdlijn: hou het bij de psalmen. Doe geen dingen die niet passen bij de identiteit van de gemeente en leg dat in het beleidsplan vast. Dan vind ik het niet passen om in onze erediensten opwekkingsliederen te zingen. Ik spreek geen oordeel over de liederen uit, het gaat om een bepaalde lijn. Je moet als predikant en kerkenraad weten dat het er niet om gaat het mensen naar de zin te maken; het gaat om een eredienst en die moet op God gericht zijn.'
Wat vindt u van de redenering dat het geen verlies is als iemand naar een andere gemeente overstapt, omdat hij zich daar meer thuis voelt; het lichaam van Christus is niet de eigen gemeente, maar dat zijn alle christelijke gemeenten bij elkaar?
'Je spreekt daarmee wel een waarheid uit, maar het getuigt van een verkeerd zicht op het lichaam van Christus, dat concreet één hoort te zijn. Je loopt dan te gemakkelijk over het beeld van de eenheid van de gemeente heen.
Uit de kerkgeschiedenis is heel sterk tot me gekomen hoe bijvoorbeeld Cyprianus en Augustinus voor de eenheid van de gemeente hebben gestreden. Soms denk ik dat als je de verdeeldheid van toen naar onze tijd zou verplaatsen, veel mensen zich achter de donatisten, die een volmaakte kerk nastreefden, zouden scharen, en niet achter Augustinus, die meende dat op aarde nooit een volmaakte kerk zou zijn.'
Wat is de beste therapie tegen verdeeldheid?
'Ootmoed.'
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 28 juni 2007
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 28 juni 2007
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's