Zekere ascese in liedkeus
DE LITURGIE IN HERVORMDE GEMEENTEN [9]
Het is goed nog eens naar het 'Liedboek voor de Kerken' te kijken en na te gaan of nog steeds het nodige te zeggen is voor wat de Gereformeerde Bond de afgelopen eeuw doorgaans heeft gekenmerkt: het 'solo psalmo'.
De avondmaalsliederen uit het liedboek voor de kerken zijn zeer divers. Daar is het lied U, verborgen Christus, bid 'k eerbiedig aan (352), dat teruggaat op de grote middeleeuwse theoloog Thomas van Aquino. Tegen de rooms aandoende beginregel kijkt een gereformeerd christen wat bevreemd aan, terwijl de rest van het lied dan toch weer aansprekende elementen bevat. Mooi is Gezang 358, onder andere vanwege de melodie van Blijf bij mij, Heer' Ik liet het nog wel eens zingen in een doordeweeks bezinningsuur voorafgaande aan de Avondmaalszondag: Schenk mij Uw Geest, opdat ik U ontmoet! in 't teken van Uw lichaam en Uw bloed.
Gezang 355 is een goed voorbeeld van de lutherse spiritualiteit rond het avondmaal: In de wijn die wordt gedronken, / Christus' bloed ons wordt geschonken. Mooi is het gezang voor oudejaarsdag van Dietrich Bonhoeffer (398).
Andere liederen
Het laatste deel van de bundel is gewijd aan de zogenaamde Andere liederen (399-491). We komen daarin tegen Een vaste burcht is onze God (401), opnieuw herdicht en van de oorspronkelijke zangwijze voorzien. Ik denk dat deze versie in 'onze' gemeenten amper een plaats heeft gekregen. Hangt dat samen met de melodie, die in haar oorspronkelijke versie lastiger is? Niet voor niets werd zij al spoedig na Luther vereenvoudigd.
Het daarop volgende gezang (402) is ook van de hand van Luther: Verheugt u, christenen, tesaam! We vinden er een groot deel van zijn theologie in terug. Bij strofe 5 blijf ik altijd wat steken; daar zegt de Vader over de zondaar tegen Christus: Nu is het tijd, verlaat Mijn troon en stel U aan zijn zijde; sta voor hem in als bondgenoot, verdelg de zonde en dood.
Dat zit 'm in het woord 'bondgenoot'. Een belast woord in de theologie van een generatie geleden, toen het meer dan eens ging over het 'partner'-zijn van God en mens. Wellicht lees ik te veel in dit woord. Maar was het toch niet beter geweest dichter bij Luther te blijven?
Fahr hin, meins Herzens werte Kron,
und sei das Heil dem Armen
und hilf ihm aus der Sünden Not,
erwürg für ihn den bittern Tod.
(Ga heen, kostbare kroon van Mijn hart,
en wees het heil voor de arme
en help hem uit de zondenood,
wurg voor hem de bittere dood.)
Andere (bekende) titels zijn: Beveel gerust uw wegen (427) en Wat God doet, dat is welgedaan (432).
Voorliefde heb ik altijd gehad voor Ik heb de vaste grond gevonden (440) en 441 met daarin de regels:
Kunt gij het soms niet harden /
en wordt uw weg een kruis, /
als dorens u verwarden, /
't is toch de weg naar huis.
Bemoedigend te midden van allerlei aanvechting is Gezang 447: God gaat Zijn ongekende gang / vol donk' re majesteit.' Krachtig en vol van de objectiviteit van het heil is Eeuwig Woord, U willen wij bezingen (476). Aansprekend is het gebed 0 grote God, Die liefde zijt (481); in de laatste strofe klimt het omhoog naar de dank en de belijdenis: Wij danken U, o liefde groot, / dat Christus is gekomen /! Wij hebben in Zijn stervensnood / Uw diepste woord vernomen.
Mij bevreemdt 'Hoe glanst bij Gods kind'ren het innerlijk leven' (439). Glanst er bij ons zoveel? God roept ons, broeders, tot de daad (474) vind ik veel te martiaal. Gezang 487 is voor mij eveneens voorzien van een minteken, sinds een collega mij wees op de vreemde associaties die vers 2 kan oproepen.
Pleidooi?
Na Den Ham ben ik opnieuw gemeenten gaan dienen die (toen) bijna alleen psalmen zongen: Nieuwerkerk aan den IJssel en Rijssen. Soms wordt me gevraagd of ik het zingen van gezangen nu niet mis. Niet echt, kan ik naar eer en geweten antwoorden. Al komen er in mijn preken regelmatig flarden van psalmen en gezangen uit het liedboek voor.
Betekent deze min of meer positief getoonzette rondgang langs diverse gezangen uit het liedboek een pleidooi voor invoering ervan in gemeenten als de onze? Op deze vraag zou ik klip en klaar willen antwoorden: nee. Daarvoor heb ik de volgende overwegingen: Niet het hele liedboek ademt een kerkelijke, reformatorische geest. Mag een gemeente dan een dergelijke liedbundel ter hand nemen? Wat we zingen en waaruit we zingen, moet in alle opzichten de toets van Gods Woord, opgevat naar de belijdenis van de Reformatie, kunnen doorstaan. We hechten, staande in een brede volkskerk, aan een gereformeerde identiteit. In veel hervormd-gereformeerde gemeenten wordt deze identiteit in liturgisch opzicht gekenmerkt door een keuze voor de psalmen. Een keuze die samenhangt met wat de Gereformeerde Bond in artikel 4 van zijn statuten
Het eerste deel van dit tweeluik over het 'Liedboek voor de Kerken verscheen vorige week.
zegt, namelijk 'met vasthouding aan de Dordtsche Kerkorde van zestienhonderdnegentien.' Anderen kwamen tot andere keuzes. Dat is gegeven met de veelkleurigheid van Gods wereldwijde kerk. Ook Calvijn accepteerde van harte dat het er elders in de christenheid anders aan toeging dan in Genève. Dat weerhield hem er echter niet van om voor Genève een helder profiel te kiezen, waar hij niet graag van afweek.
Struikelblok
Nu wordt over deze identiteit van Gereformeerde Bondsgemeenten de staf gebroken. Of het advies wordt gegeven, zowel door buiten- als door binnenstaanders, om deze identiteit los te laten. Zelf wil ik een omgekeerd pleidooi houden. Juist in onze tijd zou er kerkbreed een lans te breken zijn om in de eredienst een nog sterkere concentratie te beoefenen op de eigen lied- en gebedenbundel van de Schrift. Werkt dat isolerend of heeft dat iets katholieks in zich? Deze visie is onder andere ingegeven door eigen ervaring en doordenking. Wel heel gemakkelijk heffen we als gereformeerde gezindte liederen en 'versjes' aan die de toets van de Schrift niet kunnen doorstaan en in vergelijking niet alleen met de psalmen maar ook met het klassieke kerklied van mindere kwaliteit zijn, zowel muzikaal als inhoudelijk. Kunnen we dus de vrijheid aan om naast de berijmde Schrift een ander lied te zingen ...? Daarom pleit ik ervoor om in (de keuze van) ons lied een zekere ascese te betrachten.
Nog een aspect: is er niet zoveel strijd op het terrein van de liturgie, opdat wij de gereformeerde belijdenis niet verspelen? Een wat ongewone gedachte, maar legt God hier voor ons niet een struikelblok neer, opdat wij zullen worstelen om bij de rechtvaardiging van de goddeloze te blijven, die in veel hedendaagse liederen niet de grondtoon bepaalt?
Vroomheid
Er wordt wel eens geopperd dat juist gemeenten in de gereformeerde gezindte geschikt zijn om uit het liedboek te zingen. De 'liedboekspiritualiteit' zou goed bij hen passen. Ik vraag het mij af. Of omdat men inmiddels in de cultuur van 'Opwekking' zit. Of omdat men wil ademen in de vroomheid waarin het psalmboek ons voorgaat.
Dat is de vroomheid met een radicale prediking van zonde en genade, van oordeel en vrijspraak. Vroomheid die - figuurlijk gesproken - dikwijls oploopt tegen figuren waar de psalmen vol van zijn: heidenen, vijanden, werkers der ongerechtigheid, dwazen, wederpartijders, vervolgers, haters, goddelozen, spotters, ijdele lieden. Vroomheid die weet heeft van het geweld van het graf, van het afgesneden zijn van voor Gods ogen, van het dal van de schaduw des doods, van de muil van de leeuw, van benauwdheid en wankelen en vreemdeling zijn.
Daardoorheen komt het tot de aanbidding: Ik zal U loven in eeuwigheid, omdat Gij het gedaan hebt; tot de belijdenis: De HEERE is mijn Herder; tot het gebed: Mijn God, op U vertrouw ik; tot het verlangen dat ik al de dagen van mijn leven mocht wonen in het huis des HEEREN om de liefelijkheden des HEEREN te aanschouwen.
Is het niet de bedoeling van onze prediking déze vroomheid te wekken en te voeden? En omgekeerd: gedijt de prediking zoals de Gereformeerde Bond die voor ogen staat en gemeten naar haar beste voorbeelden, niet optimaal in een psalmenliturgie?
Brug
Komt een dergelijk profiel de werfkracht van de gemeente ten goede? Of staat het (te) haaks op onze cultuur? Gaat het ten koste van pastorale en missionaire bewogenheid? Begrijpelijke vragen, die onder ons volop gesteld worden.
Zelf stel ik steeds meer de tegenvraag: geloven wij in hervormd-gereformeerde kring nog in de kracht van het verkondigde Woord? We zouden wat het landen van het Woord betreft veel onbekommerder moeten zijn. Dát weet immers een brug te slaan tussen een zondig, dood mensenhart en de levenwekkende Christus, Die in de bediening der verzoening tot ons komt, dwars door fraaie en bedenkelijke liturgieën en berijmingen heen. Het woord 'laagdrempeligheid' moesten we maar opbergen.
Dat wil niet zeggen dat we niet geroepen zijn om voor het beste te gaan. Dat deed Calvijn ook in Genève, toen hij de gemeente leerde zingen. Zijn eigen 'broddelwerk' schoof hij aan de kant en hij liet bekwame dichters en componisten met de psalmen aan de slag gaan. Tot op de dag van vandaag zingen we nog hun psalmmelodieën. Veelzeggend.
Moderne Datheen
Is de nieuwe berijming uit het liedboek over te nemen? Zij bevat menige mooie vertolking van het psalmboek, evenals de berijming van 1773. Deze laatste leeft nog steeds in het hoofd en het hart van vele kerkgangers, oudere zonder meer maar jongere evenzeer. Zij draagt op veel plekken echter wel het stempel van de tijd van haar ontstaan: de Verlichting.
Datheen had het in zijn berijming aardig wat keren over het kruis dat een christen in de navolging draagt; in 1773 is dat wegberijmd. Een moderne Datheen: daarop wachten we. Ik bedoel een berijming die voluit de reformatorische geest ademt, zonder de stoplappen van Datheen. Marnix van St. Aldegonde en Revius hebben er hun best voor gedaan. Maar hun werk sloeg niet aan. Of zou met het oog daarop de gemeente weer meer gemeente onder het kruis moeten worden? En zouden veel liturgische problemen dan niet opgelost zijn?
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 5 juli 2007
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 5 juli 2007
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's