Bezoeking
OP WEG NAAR DE HSV
Eén van de meest interessante werkwoorden in het Oude Testament is de stam p-q-d. Het komt meer dan driehonderd maal voor en heeft een rijk scala aan betekenissen.
Een aantal betekenissen noem ik:
. Simson bezoekt zijn vrouw (Richt. 15:1)
. De HEERE toetst een mens (Ps. 17:3)
• Mozes telt het volk Israël (Num. 1:3)
• Er wordt een stam gemist in Israël (Richt. 21:3)
• Jozef wordt aangesteld als helper (Gen. 40:4)
Het zal duidelijk zijn dat het onmogelijk is om dit woord overal op dezelfde manier te vertalen. Ook de statenvertalers zagen dat in en hebben dit woord dan ook zoveel mogelijk in overeenstemming met de context weergegeven.
Z-k-r
In dit artikel wil ik het hebben over een andere betekenis van p-q-d, die niet in het rijtje hierboven staat. In de Statenvertaling (SV) vinden we namelijk nog al eens de uitdrukking 'bezoeken' of 'bezoeking doen' in een zinsverband dat laat uitkomen dat het hier niet om het afleggen van een bezoek in letterlijke zin gaat.
Het gaat hier om Gods reactie op de situatie waarin mensen verkeren. Het wordt gebruikt in omstandigheden waar Gods volk het moeilijk heeft, maar ook in situaties waarin Gods wetten met voeten getreden worden. Een belangrijk aanknopingspunt bij het vaststellen van de betekenis van dit woord is het werkwoord waarmee p-q-d regelmatig hand in hand gaat: z-k-r, 'gedenken, zich in herinnering roepen'. Het is alsof God een besluit neemt: 'Nu ga Ik ingrijpen.'
In de volgende gevallen zien we hoe de Heere ten goede ingrijpt in een moeilijke situatie. De HSV vertaalt p-q-d hier bij voorkeur met omzien naar:
• De Heere ziet om naar Sara en geeft haar een kind (Gen. 21:1).
. De Heere ziet om naar een droog en dorstig land en geeft het regen (Ps. 65:10).
Vergelden
In een aantal gevallen staat de betekenis van p-q-d ter discussie. Het betreft hier tekstplaatsen waar het gaat om Gods reactie op situaties waarin Zijn wetten met voeten getreden worden.
Er is namelijk nogal wat reactie geweest op Exodus 20:5 in de laatste deel uitgave van de HSV. Daar vinden we onder meer de volgende zinsnede: ' ... want Ik, de HEERE, uw God, ben een ijverend God, Die de misdaad van de vaderen vergeldt aan de kinderen, aan het derde en vierde geslacht van hen die Mij haten ... '
Het gaat hier om het woordje 'vergelden'. In het Hebreeuws vinden we hier namelijk dezelfde werkwoordsstam: p-q-d. 'Vergelden' is een ander woord voor 'straffen'. Een van de kritiekpunten was dat dit in tegenspraak zou zijn met Ezechiël 18, waar ons verzekerd wordt dat kinderen niet gestraft worden voor de zonden van hun ouders.
Afgebakend
We zullen hier eens goed naar moeten kijken. In de eerste plaats zullen we moeten vaststellen in welke verzen de stam p-q-d deze betekenis heeft. Gelukkig maakt het Hebreeuws het ons betrekkelijk gemakkelijk. De betreffende verzen zijn grammaticaal keurig afgebakend. In deze betekenis komt het ongeveer vijftig maal voor. In al deze gevallen lijdt het geen twijfel dat het hier om straf gaat. Zo komt p-q-d regelmatig voor in combinatie met het werkwoord n-q-m, 'zich wreken': 'Zou Ik over die dingen geen bezoeking doen? spreekt de HEERE. Of zou Mijn ziel zich niet wreken aan' zulk een volk, als dit is?' (Jer. 5:9 SV).
'Daarom, zo zegt de HEERE der heirscharen: Ziet, Ik zal bezoeking over hen doen: de jongelingen zullen door het zwaard sterven, hun zonen en hun dochteren zullen van honger sterven.' (Jer. 11:22 SV).
Ook in de wetsteksten kan men niet om het element van de straf heen. Mocht Exodus 20:5 nog enigszins voor tweeërlei uitleg vatbaar zijn, er is een parallel in Numeri die nog helderder maakt waar het om gaat: 'De HEERE is lankmoedig en groot van weldadigheid, vergevende de ongerechtigheid en overtreding, Die (den schuldige) geenszins onschuldig houdt, bezoekende de ongerechtigheid der vaderen aan de kinderen, in het derde en in het vierde (lid).' (Num. 14:18 SV).
Voorbeeld volgen
Het lijkt mij duidelijk dat we er niet omheen kunnen dat het hier om Gods straf gaat. Straft God dan toch kinderen voor de zonden van de ouders? We moeten de woorden van Exodus 20:5 wellicht wat nauwkeuriger lezen. Er staat namelijk nog iets achter, namelijk: 'van degenen die Mij haten'. Het gaat hier om nageslacht dat het slechte voorbeeld van de voorouders volgt. Gods straf zal hen ook achtervolgen. Ezechiël 18 wil ons zeggen dat het ook anders kan: Als de kinderen niet het slechte voorbeeld van hun ouders volgen en zich bekeren tot de Heere, dan hoeven zij niet bang te zijn dat zij de gevolgen van de zonden van het voorgeslacht zullen moeten dragen.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 5 juli 2007
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 5 juli 2007
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's