Andere avondmaalspraktijk
GEESTELIJK KLIMAAT IN DE GEMEENTEN [4]
Nog zie ik hem zitten, tijdens een avondmaalsdienst. Mijn grootvader, jarenlang ouderling van de hervormde gemeente in Delft. Hij ging niet aan het avondmaal, al was hij ambtsdrager. Later heb ik begrepen dat het te maken had met de traditie waarin hij was opgevoed.
Bij het lezen van de artikelen van ds. J. Maasland moest ik aan mijn opa denken. Ondanks een intense geloofsworsteling durfde hij niet aan het Heilig Avondmaal deel te nemen. Vandaag zou hij in de meeste hervormd-gereformeerde gemeenten niet eens meer op dubbeltal voor ouderling staan. Het is een voorbeeld uit mijn eigen herinnering, maar ik denk dat het voor velen herkenbaar is.
Praktische relevantie
Hoe moeten we ontwikkelingen in hervormd-gereformeerde kring duiden? Om die vraag gaat het ds. Maasland in zijn terugblik op ontwikkelingen die zich de afgelopen veertig jaar in hervormd-gereformeerde kring voltrokken. Ik heb zijn artikelen gelezen als een vervolg op de serie van ds. A. Beens over opvoeden in de vreze des Heeren, die vorig jaar in De Waarheidsvriend verscheen.
Blijkbaar hebben we behoefte aan een analyse van het geestelijke klimaat in de gemeenten. Ds. Maasland doet een moedige poging: 'Het geestelijk klimaat is binnen veel hervormd-gereformeerde gemeenten veranderd. Hoe maak je elkaar duidelijk wat je daarmee bedoelt? Misschien zou je kunnen wijzen op de sterk veranderde avondmaalspraktijk vergeleken bij jaren terug. Toen nam een overzichtelijke groep gemeenteleden deel aan de viering van het avondmaal, nu bijna heel de gemeente, althans het kerkelijk meelevende deel.'
Verder wijst hij op een verandering in de geloofsvragen. Vragen van heilstoe-eigening en heilszekerheid worden nauwelijks meer gesteld, vragen naar de praktische relevantie van het geloof des te meer. En niet te vergeten de vraag naar het bestaan van God: is God er wel en waar vind ik Hem dan? Herkenbare thema's voor ouders, voor ambtsdragers, voor leidinggevenden in het jeugdwerk.
Gereformeerde Kerken
In zijn boek De stille revolutie beschrijft dr. G. Dekker de ontwikkeling van de Gereformeerde Kerken. Nu kunnen we kerkelijke stromingen niet zomaar met elkaar vergelijken, toch is het nuttig om zijn analyse bij onze overwegingen te betrekken.
Dekker wijst op de verandering van het Godsbeeld: 'Voorzover men in staat is de verandering onder woorden te brengen en een nieuw beeld te schetsen, constateren we een afstand nemen van een (al)machtige, een hoogverheven, een (ver)oordelende en straffende, een allesbesturende God en het ontstaan van het beeld van een God die niet alles in een mensenleven en de wereld leidt, die dichterbij de mensen is, die mee-lijdt met de mensen en bij wie men zich geborgen mag weten. Kort gezegd: een meer immanent en een menselijker Godsbeeld.' Deze verandering van het Godsbeeld ging gepaard met een sterkere nadruk op het leven hier en nu, wat weer het gevolg is van een verminderd besef van de eeuwigheid. Daarnaast wijst Dekker op veranderde opvattingen over de verzoening, die veroorzaakt zijn door een veranderd zondebegrip. Wat de aard van het geloof betreft, noemt hij drie zaken. Allereerst is het kenniselement minder belangrijk geworden. Er is een verschuiving van kennen naar beleven, van weten naar vertrouwen. In de tweede plaats is er een verschuiving van het 'moeten' naar het 'mogen', van het dwangmatige, het schuldgevoel, het verplichtende en wettische naar het bevrijdende en vreugdevolle. In de derde plaats is er een verschuiving van het objectieve, het op gezag aanvaarde naar het subjectieve, het zelf ervaren geloof.
Hier en nu
Nu beweer ik niet dat de veranderingen in Godsbeeld en in geloof, zoals hierboven beschreven, helemaal opgaan voor onze hervormd-gereformeerde gemeenten, maar de parallellen zijn er wel degelijk. Jarenlang hebben we binnen de Gereformeerde Bond (al dan niet met een zeker dédain) de ontwikkelingen binnen de Gereformeerde Kerken gadegeslagen. Inmiddels zijn we er achtergekomen, dat wij aan dezelfde processen bloot staan. We ademen immers in hetzelfde culturele klimaat.
De nivellerende tendens in onze cultuur heeft grote gevolgen voor ons Gods- en mensbeeld. Verhevenheid, heiligheid, verzoening en vergeving 'scoren' lager dan nabijheid, geborgenheid en liefde. Voeg daarbij de grote nadruk op het hier en nu (dat slankheidsdeskundige Sonja Bakker met drie boeken in de top 5 van Elsevier staat, geeft toch ook te denken). Geloofsbeleving is in veel gevallen verschraald tot een gevoel van geborgenheid en saamhorigheid. Dan is het niet vreemd dat er ook in onze gemeenten sprake is van een klimaatsverandering. We zijn nu eenmaal eerder geneigd om de trend van de cultuur te volgen dan bij het Woord van God te leven. En gaan we misschien daarom op zondag graag met een goed gevoel de kerk weer uit?
Geloofsbeleving en avondmaal
Als de geloofsbeleving verschraalt tot een gevoel van saamhorigheid, dan blijkt dat inderdaad rondom het Heilig Avondmaal. Ds. Maasland wijst op de veranderde avondmaalspraktijk. Mijn opa was als niet-avondmaalganger in zijn tijd geen uitzondering. Ook niet onder ambtsdragers. Nu moeten we de veranderde avondmaalspraktijk niet generaliseren. Immers in de tijd van de Reformatie kende men ook een ruime avondmaalspraktijk. In sommige gemeenten is het tot de dag van vandaag gebruik om gemeenteleden die voor het eerst aan het avondmaal deelnemen te bezoeken. Vroeger werden echter degenen die niet deelnamen bezocht - en soms onder tucht gesteld. De theologie van de Afscheiding heeft onder ons misschien wel meer invloed gehad dan die van het avondmaalsformulier, al wordt dat iedere voorbereidingsdienst gelezen.
Het aantal avondmaalgangers zegt op zichzelf nog niet zoveel. Veel avondmaalgangers kan een teken zijn van een opwekking in de gemeente. Het kan echter ook betekenen dat er sprake is van een 'makkelijke' avondmaalsgang, waar het persoonlijk deelhebben aan Christus en Zijn genadegaven op de achtergrond is geraakt.
Voor mijn opa leefde in ieder geval wel het besef dat er 'iets met een mens moet gebeuren'. Hij durfde zich de genade van Christus aanvankelijk niet toe te eigenen, hoewel hIj er niet buiten kon. Nu gaat het niet aan om avondmaalsmijding te propageren. De vraag is wel of wij ons vandaag de vraag nog stellen of het goed is tussen God en ons. Ik vermoed dat dit wel gebeurt, maar is het antwoord misschien sneller positief dan veertig jaar geleden? Komen hier soms de hierboven genoemde theologische verschuivingen openbaar?
Dekker schrijft over de avondmaalspraktijk in de Gereformeerde Kerken het volgende: 'Rond 1950 was de viering van het avondmaal een uitermate zwaarwichtig gebeuren: de zondag er voor was er voorbereiding en na de avondmaalsdienst was er nabetrachting; het wel of niet aan het avondmaal mogen of kunnen deelnemen was een essentieel deel van het geloofsleven van de leden.' De socioloog signaleert een verandering van de betekenis van het avondmaal: 'Men mag rustig stellen dat het karakter van het avondmaal in de loop van de tijd is veranderd. ( ... ) Het ritueel van het avondmaal is thans veel minder gericht op de versterking van het individuele geloof en van de overtuiging dat de zonden vergeven zijn door de dood van Christus en veel meer op de versterking van de onderlinge gemeenschap.' Ook hiervan geldt dat we dit niet zonder meer kunnen toepassen op onze situatie, maar opnieuw zijn er wel parallellen. De kerk oordeelt niet over het hart van avondmaalgangers - daar gaat het mij ook niet om. Maar we mogen onszelf wel de vraag stellen welke plaats de vergeving door het offer van Christus - verzoening door voldoening - in ons geloofsleven heeft.
Zondag 1
Ik haast me om dit beeld enigszins te nuanceren. Tijdens de belijdeniscatechisatie heb ik me vaak verwonderd over de vragen die catechisanten stellen. Niet het minst de vragen aan zichzelf. Daar kwam soms de vraag naar Gods bestaan en Zijn regering naar boven. En hoe we in de praktijk ons geloof uitdragen. Maar ook de vraag hoe wij kunnen staan en bestaan voor de Heere God.
Toch die vraag van Zondag 1, en ook van Zondag 7. Misschien eigentijds verwoord, maar ik proefde er een authentieke gereformeerde geloofsbeleving in. Die hoeven we elkaar niet op te leggen, want die ontstaat daar waar de Schrift opengaat.
Rechtvaardiging, verzoening, vergeving, heiliging - kernzaken van het geloof en dus ook bij het Heilig Avondmaal - krijgen hun diepe inhoud waar het Woord van God in ons eigen leven gaat spreken.
Daar ligt echter wel de opdracht voor onze tijd. De prediking komt volgende week in deze serie aan de orde, maar ik geef alvast een voorzet. Wat niet (meer) gepreekt wordt, dat wordt ook niet (meer) geloofd. Serieuze belijdeniscatechisanten lopen soms aan tegen geestelijke luiheid en gezapigheid in de gemeente. Dan hoeven we ons ook niet te verwonderen over oppervlakkigheid, tot aan de avondmaalstafel toe.
Onze gereformeerde traditie geeft ons echter het medicijn: leven uit de rechtvaardiging van de goddeloze. Niet als een orthodoxe slagzin, maar als de slagader van het geloof. Dan zijn we niet meer 'vanzelfsprekend orthodox', maar juist vol verwondering dat de Heilige Geest hen die dwalen in het rechte spoor brengt. Door onderwijzing!
Paulus' verlangen
Deze week las ik Romeinen 1 en kwam ervan onder de indruk hoezeer Paulus verlangd heeft om in Rome het evangelie te verkondigen. Hij had de tijd en de cultuur niet mee, maar wist wel dat hij de HEERE mee had. Daarom kan hij zeggen: 'Ik verlang om u te zien, opdat ik u enige geestelijke gave mocht meedelen, opdat u versterkt zou worden; dat is, om mede vertroost te worden onder u, door het onderlinge geloof, zowel het uwe als het mijne.' Met iets van die geest (of moet ik schrijven: van de Heilige Geest? ) kunnen we in onze tijd verder. Van kracht tot kracht, door de bediening van Woord en sacrament.
Volgende week de laatste bijdrage aan deze serie: een reactie van ds. H.J. Lam op veranderingen die ds. J. Maasland in de prediking signaleert (zie nr. 24 en 25).
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 5 juli 2007
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 5 juli 2007
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's