De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Onvoorwaardelijk

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Onvoorwaardelijk

MEDITATIE: TITUS 2:11-15

4 minuten leestijd

Het is niet eenvoudig om helemaal helder te krijgen wat in de Bijbel met Gods genade bedoeld wordt. Je zou het kunnen omschrijven als: Gods onvoorwaardelijke liefde voor zondaren.

'Want de zaligmakende genade Gods is verschenen aan alle mensen.'

Zulke liefde kun je dus niet verdienen door goed gedrag. Maar zulke liefde kun je ook niet verliezen door fout gedrag. Dat zit opgesloten in het woord 'onvoorwaardelijk'. Zo is Gods genade! Toch hebben we een bijna onuitroeibare neiging om bij genade iets op te tellen. Dan wordt het: genade plus toewijding, waardoor we in de hemel komen. Of genade plus onze bijbelstudie en gebedstijden. Zogezegd om balans in het christelijk geloof te brengen. Maar Gods genade kent geen balans. Want dan is genade geen genade meer en worden we weer slaaf van onze eigen prestaties.

Zorgeloos
Maar dat roept wel een vraag op: als het werkelijk zo is dat God ons bij voorbaat liefheeft (dus dat Hij daarvoor alle redenen in Zichzelf vindt), en ons daarom onvoorwaardelijke genade bewijst, dan maakt iedereen er toch een potje van?
Als het werkelijk zo is dat ik met mijn toewijding en onderhouden van Gods geboden Zijn genadige vergeving niet kan bevestigen, waarom zou ik dan nog al die moeite doen?
Als het werkelijk zo is dat ik door mijn fouten en gebreken niets van Gods genadige liefde en verzoening kan afdoen, waarom zou ik dan de zonde in mijn leven nog langer tegengaan?
Dat zijn sterke vragen. Daarom staat die vraag ook letterlijk in onze catechismus: Maakt deze leer van genade alleen de mensen niet zorgeloos en goddeloos? (vraag en antwoord 64).

Mooiere vrouw
Dat gevaar is er zeker. In één van zijn boeken vertelt Philip Yancey over een vriend die had besloten om na vijftien jaar huwelijk zijn vrouw te verlaten. Nee, er was geen ruzie. Maar hij had een mooiere vrouw gevonden, die, zei hij, 'mij weer helemaal het gevoel geeft dat ik leef. Een gevoel dat ik lange tijd heb gemist.'
Terwijl Yancey probeerde die trieste boodschap te verwerken, voegde zijn vriend eraantoe: 'Philip, ik heb eigenlijk iets op mijn lever. De reden dat ik je vanavond wilde spreken is dat ik je een vraag wil stellen waar ik mee zit. Jij bestudeert de Bijbel. Denk je dat God zoiets ergs als wat ik wil gaan doen kan vergeven?' In de stilte die volgt vraagt Yancey zich af hoe hij een vriend ervan kan weerhouden om een verschrikkelijke vergissing te begaan, als hij tevoren weet door Gods genade vergeving te kunnen ontvangen.
Wat zeg je dan? Zeg je dan dat Gods genade natuurlijk wel grenzen kent? Dat staat nergens in de Bijbel. Moet je dan zeggen dat zo'n bewuste zonde te groot is om vergeven te kunnen worden? Dan kom je ook in conflict met de Bijbel. David deed nog ergere dingen. Zeg je dan dat misbruik van genade dubbel gestraft wordt? Als dat waar is, zou genade ook geen genade meer zijn met onvoorwaardelijke liefde als basis.
Yancey zei ongeveer dit: 'God kan zeker vergeven. En Hij wil dat ook. En de enige reden daarvoor is inderdaad genade. Maar de vraag is of jij die vergeving nog wil hebben. Als we bewust voor zonde kiezen en dat volhouden, dan verwijderen we ons van God. Door zo'n opstandige daad veranderen we van richting. En er bestaat geen enkele garantie dat we ooit zullen terugkeren. Je vraagt me hoe het met vergeven staat? Het probleem ligt niet aan Gods kant. Het probleem ligt bij jou. Want het is zeer de vraag of jij die vergeving straks nog wel ontvangen wil, vooral ook als vergeving ontvangen zal betekenen, dat er berouw groeit in je leven.'
Ik zou geen beter antwoord weten. Elk antwoord dat Gods onvoorwaardelijke liefde en vergeving minder maakt, loopt uit op moralisme. Goddelijke genade kent geen balans. Zo gauw je er iets aan toevoegt, ben je alle rijkdom kwijt. Maar daarmee komt de vraag van . daarnet wel terug: maakt zo'n opvatting van genade en vergeving door het offer van Christus de mensen niet oppervlakkig en goddeloos? Waar blijft dan onze toewijding? Waar blijven onze goede werken? Waar blijft de noodzaak van de heiliging van ons leven? Het antwoord van de catechismus vind ik een diamant.
'Maakt deze leer geen goddeloze mensen?'
Antwoord: Zeker niet! Waarom niet? Omdat het onmogelijk is dat wie van genade leeft, daar ook niet op gaat lijken. Het is onmogelijk dat wie door een echt geloof één geworden is met Christus, geen vruchten van dankbaarheid zou voortbrengen. Dat is nu precies wat Paulus bedoelt in zijn briefje aan Titus (2:11-15). Maar daarover volgende week.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 12 juli 2007

De Waarheidsvriend | 20 Pagina's

Onvoorwaardelijk

Bekijk de hele uitgave van donderdag 12 juli 2007

De Waarheidsvriend | 20 Pagina's