De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

‘In de Naam van Jezus’

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

‘In de Naam van Jezus’

Gebedsgenezing (3)

9 minuten leestijd

Wat hebben de bijbelse gegevens over gebed en genezing voor vandaag te zeggen? Staat Jan Zijlstra inderdaad in een bijbelse traditie?

Als we kijken naar genezingen in de Bijbel valt op dat vooral Jezus deze verricht. In Zijn voetspoor gaan de apostelen voort, naar de belofte van de Heere Jezus Christus. Jezus belooft hen dat ze grote werken zullen doen.
Wanneer we heden ten dage met zogeheten gebedsgenezers in aanraking komen, valt op dat ze vanuit zichzelf zelden de lijn naar de Heere Jezus trekken. Niemand van hen zal zich met onze Heere en Meester willen gelijkstellen. Ze vinden de bijbelse legitimatie voor hun werk vooral in 1 Korinthe 12, waar Paulus spreekt over 'de gave der gezondmakingen'.
Onwillekeurig gaan je gedachten dan uit naar Handelingen 16, waar Paulus een waarzeggende geest uit een slavin werpt met de woorden: 'Ik gebied u in de Naam van Jezus.' Wie een dienst van Jan Zijlstra bezoekt, zal het opvallen dat ook hij heel veel de woorden 'In de Naam van Jezus' gebruikt. Soms herhaalt hij deze woorden bij één en dezelfde persoon wel drie, vier of vijf keer achter elkaar. In een uur tijd klinken deze woorden ontelbare malen. De vraag lijkt mij hier gerechtvaardigd: grenst het veelvuldig gebruik van de Naam van Jezus niet aan het ijdel gebruik van de Naam? Ook kwam bij mij de vraag op: hoe komt het dat Paulus één keer gebiedt in Jezus' Naam en het wonder gebeurt, terwijl dat bij Jan Zijlstra absoluut niet zo is?
Concreet: valt 1 Korinthe 12 zomaar toe te passen op deze tijd door vrijmoedig te spreken over de gave van genezingen? Hier rijst de vraag naar een vergelijking tussen de eerste en de eenentwintigste eeuw.

Modern heidendom
In de discussie rond genezing na gebed stellen sommigen dat onze omstandigheden steeds meer gaan lijken op die van de gemeenten in het Romeinse Rijk in de eerste eeuw. De kerk vormt een minderheid in een heidense omgeving. Bijgevolg zou gebedsgenezing nu weer actueel worden, als onderstreping van de waarheid van het Woord.
Het is waar dat we leven in een tijd waarin occulte krachten ons leven zoeken te beïnvloeden. Daardoor zullen we meer te maken krijgen met geestelijke strijd, ook in de zin van exorcisme (duivelsuitbanning). Maar geldt dat ook ziekte? In de eerste eeuwen zien we dat ziekenzorg vooral van de kerk uitgaat. In het heidendom word je als zieke afgeschreven. Dat zien we ook nu, in het moderne heidendom. De heersende opvattingen over euthanasie en abortus spreken boekdelen. Alles wat niet in de samenleving past, omdat het te oud, te geschonden of te onvolmaakt zou zijn, wordt geëlimineerd. Juist de ziekenzorg komt op uit de christelijke geloofsovertuiging. Menig ziekenhuis is van christelijke origine. Dit geeft duidelijk aan dat de kerk der eeuwen ziekte als een realiteit ziet, waar we volop mee te rekenen hebben.
Natuurlijk, we mogen genezing verwachten, omdat we een machtige Heere hebben. Hij is de Vorst des Levens. Hij heeft zelfs de dood verslagen. Daarom is Hij bij machte om over ziekte te heersen en dus ook te genezen. Het gebed om genezing is bijbels, ook al zal niet iedereen genezen.
Laten we bidden in het besef dat de verhoring van ons gebed soms anders kan uitvallen dan wijzelf dachten. Paulus zelf wijst hierop als hij schrijft over de doorn in zijn vlees (2 Kor. 12:7-10). Wat hij onder deze doorn verstaat, blijft in het ongewisse. Wij mogen er een handicap of ongeneeslijke ziekte voor invullen.

Term
Inmiddels is het woord 'gebedsgenezing' ingeburgerd. Eigenlijk is het een vrij ongelukkige term. In de Schriften lezen we van gebed rond ziekte. Sommige van deze gebeden worden verhoord, andere niet. Beter is het daarom te spreken van gebedsverhoring, zoals drs. P.J. Vergunst al eerder in De Waarheidsvriend schreef.
In Handelingen 16 is sprake van een genezing in de Naam van Jezus. Je zou hier kunnen spreken van duivelsuitbanning. Hier komen we bij het punt of je bezetenheid en ziekte gelijk kunt stellen. Dat is maar zeer de vraag. De duivel maakt gebruik van mensen. We lezen tegenwoordig weer van heksen, spiritisme en glaasje draaien. Genezingen op dit gebied zijn van een andere categorie dan van een puur lichamelijke ziekte. Waar sprake is van satanische invloeden, krijgen we te maken met een strijd der geesten. In deze strijd is Jezus altijd de Sterkere. Naar Zijn belofte zijn hier ook grote wonderen te verwachten.
Rond ziekte ligt dit iets genuanceerder. Medici noemen de klachten van zieken die bij Jan Zijlstra genezen nogal vaag.
Verpleeghuisarts dr. A.A. Teeuw spreekt in dit verband van ziekten met een hoog psychogeen gehalte. Dat wil zeggen dat menige klacht een psychische component heeft.
Een genezing die mij gemeld werd, had betrekking op voedselallergie van een kind. Toen ik dit aan een jeugdarts vertelde, gaf deze aan dat jonge kinderen nogal eens voedselallergie overgroeien. Dit maakt het spreken over genezingen erg lastig. In elk geval maakt het duidelijk dat er meerdere benaderingswijzen mogelijk zijn en dat we erg voorzichtig hebben te zijn met het roemen in bijzondere genezingen.

Biddende gemeente
Inderdaad zijn er genezingen. Soms verdwijnt een ziekte op onverklaarbare wijze. Soms komt een ziekte tot stilstand. Eén van onze gemeenteleden ging naar het ziekenhuis. De arts gaf aan dat hij niet kon verklaren hoe het kwam dat de ziekte min of meer tot stilstand kwam. Het antwoord van de patiënt en zijn vrouw luidde: 'Dokter, we hebben een biddende gemeente achter ons.' Zo zijn er meer voorbeelden te noemen.
Met het genoemde geval zien we dat verhoring op het gebed voorkomt. Ziekte wijkt, ziekte staat stil, medicijnen zijn tot zegen. Het is in dit opzicht heel erg belangrijk dat we onze noden in het gebed voor God brengen. Ik zou hier een pleidooi voor het (zo concreet mogelijk) gebed van de gemeente willen houden.
We kunnen stellen dat ziekten deel uitmaken van ons bestaan. Ziekten zijn een feit sedert de zondeval. Dit geldt ook genezing. God werkt in Zijn schepping. Hij onderhoudt en regeert deze wereld.
Hoe vaak we ook genezen van ziekte, eens komt toch een einde aan het leven hier op aarde. En dan? Zijn onze zonden vergeven? Kunnen we voor God verschijnen? Mij dunkt, dat dit dé vraag is. En dan is het motto van Zijlstra 'Ga richting Jezus, ga richting het wonder' eenzijdig te noemen.

Lijden
Op de visie van Zijlstra valt ook het nodige af te dingen als het gaat om de bijbelse hoofdlijn dat we door lijden tot heerlijkheid komen.
De aarde is een ballingsoord, een dal vol doodsschaduwen.
Gelovigen reizen als pelgrims naar de stad die fundamenten heeft: het nieuwe Jeruzalem. Daar zal inderdaad geen rouw en ziekte meer zijn. Hier op aarde nog wel. Of willen we met (veel) genezingen vooruitgrijpen op deze grote toekomst? Genezing staat bij Zijlstra teveel op de voorgrond. Dat is een gevaar. Onlangs schreef iemand: 'Af en toe geeft God een knipoog: er gebeurt een wonderlijke genezing of er komt opeens voorspoed.
Maar in 99 procent van de gevallen volgt een christen de weg van Christus: door lijden heen naar volmaaktheid.' (J. van Beek) Verder valt in de bijbelse gegevens op dat alleen Jezus alle macht over ziekte en dood heeft. Zodra mensen gaan bidden voor zieken, valt hun bescheiden en nederige toon op. Ik denk aan Mozes in zijn gebed voor Mirjam. Of aan Hizkia in zijn persoonlijke gebed. De nederige toon is een kenmerk van gebeden in het algemeen. Waar ook in de Schriften sprake is van gebeden, proeven we ootmoed (Gen. 18, Dan. 9). In het merendeel van deze gebeden valt op dat ze in het meervoud staan: 'Wij hebben gezondigd ..., wij bidden ... ' Dat geldt in het bijzonder voor voorbeden.
Voorbede doen is spreken namens anderen. Dat vereist het spreken in de wij-vorm: 'Wij bidden U voor... ' De laatste tijd valt mij op dat in kerkelijke samenkomsten en ook in consistoriegebeden heel gauw in de eerste persoon enkelvoud gesproken wordt: 'Ik bid u', terwijl dan namens meerderen of zeer velen gesproken wordt. Dit is een vorm van individualisme die noch bijbels noch theologisch te verdedigen valt.
Juist in genezingsdiensten valt alle nadruk op die éne persoon en ook op de sterke verzekerdheid waarmee hij uitroept: 'In de Naam van ... ' Het is maar zeer de vraag of een voorganger zoveel macht naar zich mag toetrekken. De indruk ontstaat dat God ónze wil moet doen.

Emoties
De dienst met Jan Zijlstra die ik meemaakte was een grote happening. Mensen vanuit het gehele land waren ernaartoe gekomen. Frappant vond ik dat velen vrijmoedig vertelden wat ze mankeerden. Soms kwamen bij hen die voor Zijlstra stonden door zijn doorvragen al maar meer tranen.
Deze emoties hadden dan ook zijn weerslag op de zaal. Nu zijn emoties in een kerkdienst nooit te voorkomen, maar ik kreeg het idee dat hier op emoties gespeeld werd.
Op dit punt verbaasde ik me tegelijk ook over het doorbreken van wat men doorgaans privé houdt. Het had voor mij iets weg van het vertrouwelijke in een etalage zetten, mede ook omdat ik sommigen van hen die naarvoren gingen kende (hoewel niet tot onze gemeente behorend). Komt dit door een zekere anonimiteit? En vanwaar komt de behoefte aan aanraking en zegening? Ook dacht ik aan de voorgangers van de gemeenten waartoe deze mensen behoorden: zouden deze door hen al eens benaderd zijn voor voorbede? Zo niet, waarom dan niet? Sommigen kwamen in de genezingsdienst met een vraag om voorbede, waar je doorgaans in eigen gemeente niet om vraagt.
Bijvoorbeeld: genezing van eczeem. Op dit punt zouden we in de gemeente nog eens kunnen nadenken over welke ziekteverschijnselen we meestal verzwijgen, terwijl ze toch heel vervelend zijn.

Uitroepteken
Vraagtekens rond genezing zijn er voldoende. Tegelijk zijn er van tijd tot tijd bijzondere verhoringen op het gebed. En daarom mogen we eindigen met een uitroepteken: de HEERE is onze Heelmeester (Ex. 15:26)!

In het volgende nummer, over twee weken, de vierde en laatste bijdrage aan deze serie.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 juli 2007

De Waarheidsvriend | 22 Pagina's

‘In de Naam van Jezus’

Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 juli 2007

De Waarheidsvriend | 22 Pagina's