Redeemer als voorbeeld
In New York City is de ook in ons land bekend geraakte Redeemer Presbyterian Church te vinden. Lezers van het magazine CV.Koers kennen de maandelijkse samenvattingen van de preken van voorganger Tim Keller. Hij spreekt een breed publiek midden in de wereld van Manhattan aan. Hij is ook in ons land een inspirerend voorbeeld geworden vooral voor hen die in een stedelijke agglomeratie proberen kerk van Christus te zijn en te blijven of opnieuw te worden.
In De Reformatie (weekblad dat verschijnt binnen de Gereformeerde Kerken vrijgemaakt; 14 juli) schrijft Martijn Horsman een interessant artikel over de invloed van Keller op Nederland onder het opschrift Zin en onzin van een 'Amerikaans avontuur' . Horsman studeerde theologie in Kampen (Broederweg) en werkte voor het 'herplantingsproject' Stadshartkerk in Amstelveen. Hij volgde een jaar een cursus bij de Redeemer Presbyterian Church en is nu bezig met de voorbereiding voor een gemeentestichtingsproject in Amsterdam (Indische Buurt).
Horsman constateert dat het enthousiasme over Redeemer intussen heeft geleid tot een vrij brede beweging. Ik citeer: 'De laatste vijf jaar is er sprake van een structurele invloed van Redeemer op predikanten en andere betrokken gereformeerden via conferenties, cursussen, boeken en coaching. De hele idee gemeentestichting of 'church planting' is rechtstreeks overgenomen van Redeemer.'
Volgens hem is het tijd voor een evaluatie: wat levert het uiteindelijk op, die talloze vlieguren en die vele conferenties? Wat is de bruikbaarheid van Redeemer voor kerk en theologie in Nederland? Is het wel goed mogelijk om in een volledig andere cultuur ideeën op te doen voor kerkelijk opbouwwerk in Nederland? Horsman zet op een rij hoe volgens hem de invloed van Redeemer zich in Nederland heeft voltrokken.
Ik denk dat er drie fases zijn te onderscheiden in de wijze waarop Nederlanders hebben getracht om 'Redeemer' naar Nederland te halen. Deze fases verschi!!en van mens tot mens en liepen in de praktijk vaak door elkaar heen. Deze fases zijn ook te beschouwen als een leerproces ten aanzien van de eigen kerkelijke praktijk.
Fase I: Vorm - in de eerste fase was men in Nederland vooral onder de indruk van de krachtige gereformeerde prediking van Tim Ke!!er en de frisheid van de kerkdiensten van Redeemer (vergelijk de artikelen van ND journalist Aad Kamsteeg over Redeemer uit 1995). Deze vorm van kerk-zijn bleek heel aantrekkelijk voor niet-christelijke stedelingen. Dat wi!!en wij ook, dachten velen. Het moet toch mogelijk zijn ook in een Nederlandse stad een hippe gereformeerde kerk te beginnen. Als we nou eens preekten zoals Tim Ke!!er preekt, als we nou eens zongen zoals die gemeente zingt, als we nou eens presenteerden zoals Redeemer zich presenteert ... Deze eerste fase was er één van groot enthousiasme. Dankzij dit enthousiasme zijn er initiatieven ontwikkeld voor gemeentestichting en kwamen er structurele contacten met Redeemer.
Fase 2: Proces - AI snel kwam men er achter dat je niet zomaar even 'een kerk begint' à la Redeemer.
Gemeentestichting is niet iets wat je zomaar even doet. En ook het 'nadoen' van Redeemer bleek, zo niet onmogelijk, dan toch volstrekt ongeloofwaardig in een Nederlandse context. De 'vorm' van prediking en eredienst van Redeemer bleek ook het resultaat van een ontwikkeling in reactie op de specifieke omstandigheden van New York. In juist die specifieke omstandigheden vonden ze hun kracht. Men kwam er achter dat het belangrijker is te focussen op de wijze waarop Redeemer het hele proces van kerkplanting heeft aangepakt, de werkwijze, de contextualisatie. Niet het kopiëren van het product, maar het navolgen van een proces kwam·in de belangste!!ing te staan.
Fase 3: Theologie - Op de conferentie voor gemeentestichters, eind maart in de VS, merkte ik dat de meeste gemeentestichters nog een stapje dieper willen gaan. Want praten over vormen en processen op zich is leeg. Ging het niet om de inhoud, het evangelie? Zeker daar gaat het om.
Gemeentestichters hebben behoefte aan theologie en theologiseren: wat is het gods-, mens- en wereldbeeld van een specifieke groep mensen en hoe kan de gereformeerde theologie in dat wereldbeeld inbreken? Ik heb het hier dus over een theologie die naar zijn aard niet statisch is en ook niet slechts een oude positie herhaalt ten opzichte van nieuwe ontwikkelingen .
Gemeentestichters hebben, zogezegd, behoefte aan een Creatieve Gereformeerde Theologie. Het moet een theologie zijn van de werkvloer, een dynamische, participerende theologie. En dan bedoel ik niet dat een theoloog samen met een groep of gemeente op zoek moet naar wat de waarheid is in hun situatie. Het evangelie is geen democratisch vastgestelde gedachte, maar een openbaring van God . Maar wil het evangelie werkelijk met kracht gebracht kunnen worden, dan zal de missionair ingestelde theoloog zelf moeten participeren op de rand van kerk en samenleving, in een voortdurend gesprek met gelovigen en ongelovigen; in dat gesprek is durf vereist om het oude evangelie steeds weer op nieuwe wijze teformuleren .
Horsman komt na het formuleren van deze drie fases tot een beantwoording van zijn al eerder genoemde vraag: Kun je eigenlijk wel ideeën uit een heel ander deel van de wereld inclusief een totaal andere cultuur kopiëren in een land als het onze?
Terug naar de hoofdvraag van dit artikel: hoe effectief is het dus, om ideeën voor kerkopbouwwerk te 'lenen' uit een heel andere cultuur? Zeer ineffectief, zelfs contraproductief als je denkt specifieke vormen van kerk-zijn over te kunnen nemen. Dat geldt overigens niet alleen richting Redeemer, maar ook richting Willow Creek en Saddleback. Net zo goed als dat geldt richting ons eigen verleden: het blijven hangen in een oude cultuur is uiteindelijk ook contraproductief.
Meer en meer komen gemeentestichters in Nederland er achter hoe anders Nederland is dan New York. Allerlei typisch Amerikaanse en New Yorkse karaktertrekken hebben Redeemer gevormd: het 'religieuze' van de Amerikaanse maatschappij, de verpolitisering van het publiek debat, de tegenstelling tussen blank en zwart, Democraten en Republikeinen, stad en platteland. De prediking van KeIler staat bol van de verwijzingen naar typisch Anglo-Amerikaanse cultuuruitingen, christelijke en seculier: Tolkien, C.S. Lewis, Shakespeare, the Great Awakening, Charles Dickens.
De kerkelijke structuur van Redeemer is opgezet rond typisch Amerikaanse verwachtingen: de kerk als vangnet voor de achtergestelden, religieuze betrokkenheid als een intrinsiek 'goed' iets en een onstuitbaar optimisme ten aanzien van de menselijke mogelijkheden.
Wie dit hele pakket probeert te vertalen naar een Nederlandse situatie kan misschien met een enkel ding heel veel, met sommige zaken vrij weinig en met een deel helemaal niets. Voor Nederlandse gemeentestichters ligt er dus onverminderd een uitdaging om scherp te krijgen wat de typisch Nederlandse (of bv. typisch Amsterdamse) eigenschappen en verhaallijnen zijn. Iets wat iemand als Stefan Paas in zijn publicaties overigens vrij overtuigend doet. Als iets een belangrijk effect is geweest van de invloed van Redeemer is het wel de gezamenlijke overtuiging dat hier onze grootste uitdaging ligt. En dat hier enkel vooruitgang is te boeken door het te blijven proberen en eigen vormen te ontwikkelen in de prediking en kerkelijke praktijk.
Aan de andere kant moeten we verschillen tussen Amerikaanse en Europese stedelingen ook weer niet overdrijven: men deelt de verwarring ten opzichte van de diversiteit van culturen, de huiver voor de opkomst van de islam en het islamitisch gemotiveerd terrorisme. Maar ook dieper liggen er sporen: het afkeren van en het verlangen naar een duidelijke moraal, soms tegelijkertijd het probleem van de individuele vrijheid en de grenzen daarvan. Het moet allemaal ter sprake .komen in een operationele gereformeerde theologie, het moet allemaal verwerkt worden in een relevante kerkelijke praktijk.
Dit is wat velen bedoelen met het woord 'contextualisatie'. Het evangelie dient zich te vormen naar de context. Zoals de Zoon van God niet in algemene zin 'mens' werd, maar een concrete menselijke persoon, namelijk Jezus van Nazareth, zo bestaat er ook niet zoiets als een 'algemeen evangelie'. Het evangelie is gericht op mensen in hun concrete situatie, om hen daarin God te brengen, en genezing, en bevrijding die het hele leven omvat.
Gemeentestichting roept kerkelijke en theologische spanningen op, aldus Horsman en dan moeten we beseffen dat hij spreekt vanuit zijn eigen kerkelijke situatie: die van de Gereformeerde Kerken Vrijgemaakt. Binnen een strak georganiseerd kerkverband stuit je al gauw op grenzen. Kerken en gemeenten die zich in hun bezinning confessioneel nog altijd graag laten leiden door de drie Formulieren van Enigheid komen dan bijvoorbeeld uit bij de 'kenmerken van de ware kerk' uit artikel 27 van de Nederlandse Geloofsbelijdenis. Maar, aldus Horsman, die kenmerken zijn zo ruim of krap te interpreteren als een ieder maar wil.
Interessant acht hij het om op zoek te gaan naar wat genoemd is een 'Reformed Ecclesiological Minimum'. Wat valt er positief en bijbels te zeggen over de kenmerken van de christelijke kerk. Ik citeer met instemming het slot van het artikel: 'Het is een vraag die relevant wordt op het moment dat de eenheid en identiteit van een kerk niet meer te vinden is in een uniforme vormgeving van prediking en liturgie. En dat is inderdaad steeds minder het geval.
Gereformeerden zullen moeten gaan wennen aan een steeds meer diverse kerkelijke praktijk. In die zin moeten ook predikanten bereid zijn bij elkaar door de vorm en het proces heen te kijken naar het hart van de kerkelijke praktijk: het evangelie van Jezus Christus en niets anders dan dat.'
We zullen met de hier gesignaleerde vragen steeds meer te maken krijgen in groeiende stedelijke agglomeraties waarbinnen het vestigen van een gemeente niet langer mogelijk zal zijn vanuit de oude vertrouwde kaders en hokjes waar we in ons land altijd patent op hebben gehad. Wat is het ons waard om mensen in aanraking te blijven brengen met het evangelie?
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 juli 2007
De Waarheidsvriend | 22 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 juli 2007
De Waarheidsvriend | 22 Pagina's