GLOBAAL BEKEKEN
In Woord en Dienst schreef ds. P.L. de Jong een artikel onder de titel 'Rond de doop is het een chaos'. Over 'freelancers':
( ... ) Bij zoveel laagkerkelijkheid en het niet praktiseren van ambten af iets wat erop lijkt, is het mogelijk dat alle mogelijke mensen de doop bedienen. Meestal wel alleen mannen. Volgens mij gaat hier op het moment heel veel fout. Even later staan deze gedoopte mensen, de een in de Maas en een ander in de zee bij Scheveningen, weer in een PKN-portaal en vragen om toegang, opname en ook dooperkenning.
Ik ga nog even door. Mij valt steeds vaker op dat ook de bediening/viering van het doopsacrament in privé-handen aan het vallen is. In de stad is al jaren terug eerst de uitvaart de dominees ontvallen. Neef Jan, jaren terug nog ergens een poosje diaken, kan het namelijk ook heel goed en je hebt niets met kerk te maken. Vervolgens werd de trouwdienst een freelance religieus gebeuren. Men huurt een kerk, neef Jan is er ook weer, soms ook een oud-predikant of familiepredikant. Het instituut kerk is totaal uit het gezicht.
Zo wordt op het moment heel wat werk de stadsdominees afgenomen. Ik ben er niet blij mee. Deze non-institutaire trend raakt ook regelmatig de doop. Dat vind ik ernstig, want de doop is een heilig sacrament, geen afrondingsritueel van het project 'hoe krijg ik een kind'! Ook hier gaat het zo: men huurt een kerk, organiseert een liturgachtig figuur, water is er overal, na afloop receptie. Is men in onze kerk totaal blind voor deze trend? Wat gaan we hier mee doen?
Een mooi voorbeeld vormde de doopbediening van prinses Luana, eerste kind van prins Friso en prinses Mabel. In een besloten bijeenkomst in Huis ten Bosch werd het gravinnetje gedoopt door Huub Oosterhuis (wat heeft hij overigens voor erkende kerkelijke bediening?). In het persbericht was iets te lezen als: 'Friso en Mabel voeden Luana op in de geest van hun geloofsovertuiging, maar schrijven haar niet in bij een kerkgenootschap.'
Het bevreemdde mij dat het rond zo'n bericht overal stil blijft. Kennelijk vraagt niemand: waar slaat dit op? Valt dit ook binnen de marge van de minimale oecumenische ruimte?
In het boek Doodstil, over dood en begrafenis in Groningen (uitgave Kleine Uil, Groningen) passeren tal van opschriften op grafzerken de revue, soms hele verhandelingen in dichtvorm. Hier volgt er één: De veekoopman Jan Pieter Bos uit Westernieland overleed op 16 april 1795, 62 jaar oud. Op de houten grafpaal, die al voor 1865 was verdwenen, stond te lezen:
Hij kocht veel beesten bij de boeren
Om die naar Holland te vervoeren
Doch nu is hij van alles af
En ligt hier op zyn rug in 't graf.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 juli 2007
De Waarheidsvriend | 22 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 juli 2007
De Waarheidsvriend | 22 Pagina's