De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Volwassen met valkuilen

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Volwassen met valkuilen

Aan bezuinigingen faculteit zit een grens

8 minuten leestijd

Is de kerk en zijn de kerken meer volwassen geworden de afgelopen decennia? Een vraag die vaak een negatief antwoord krijgt. Toch is het goed momenten van groei te benoemen. En risico's te onderkennen.

Van drie ontwikkelingen zouden we kunnen zeggen dat ze geestelijke groei in kerkelijk Nederland laten zien, De eerste twee heb ik in de eerste bijdrage van dit tweeluik genoemd: een concentratie op het hart van waar het in kerk en geloof op aankomt en het meer onbevangen worden in geloof en getuigenis. De derde ontwikkeling is het afnemen van verabsolutering van het eigen kerkelijke gelijk. We zijn minder dan dertig jaar geleden geneigd om het gelijk van onze eigen kerk of groepering te verabsoluteren tegenover dat van anderen.
Typerend vond ik in dit verband een recente bekentenis van de christelijke gereformeerde hoogleraar J.W. Maris, die ergens zei: 'Ik ben nu jarenlang bezig met gesprekken met andere kerken, maar diep in mijn hart heb ik altijd gedacht: onze kerk is de beste. Maar nu denk ik', zei hij erbij, 'als het waar is dat het lichaam van Christus allerlei kerken omvat, dan gaat het niet aan om te doen alsof wij daarbinnen een ereplaats hebben.'

Veelkleurige wijsheid
Dat vond ik nu een mooi blijk van geestelijke volwassenwording. Het hoeft er niet toe te leiden dat je datgene wat je in je eigen traditie hebt ontvangen, gaat minachten, of dat je denkt dat het gras ergens anders automatisch groener is dan in je eigen tuin. Maar het helpt wel om te zien wat Paulus bedoelt als hij schrijft dat we alleen 'samen met alle heiligen' de breedte, de lengte, de diepte en de hoogte kunnen begrijpen van de liefde van Christus (Ef. 3:18 e.v.).
Ook dat noem ik enerzijds een blijk van de moed om kind te zijn, dat wil zeggen om je te verwonderen over de veelkleurige wijsheid van God in plaats van alleen je eigen traditie als de enige ware te zien. En het is óók een blijk van geestelijke volwassenwording. Juist in de Efezebrief staat het immers ook in dat verband.
Even verderop gaat het daar over de 'tot volle wasdom gekomen volheid van Christus' (Ef. 4:13: 'tot een volwassen man, tot de maat van de grootte van de volheid van Christus' (HSV)). Daar wordt aan toegevoegd in welk opzicht wij niet meer als kinderen moeten zijn, namelijk door met elke wind mee te waaien.
Nee, de geestelijke groei leidt ertoe dat we samen volledig toegroeien naar Hem die het Hoofd is, Christus (4:15). Ook hier dus weer de christocentrische toespitsing die we eerder al bij Petrus zagen. Het gaat om Christus, dat we hoe langer hoe meer verworteld raken in Zijn werk en doordrongen raken van Zijn betekenis, en daardoor steeds minder gevoelig zijn voor allerlei andere stemmen.

Minachting
Een positief verhaal dus? Nu ja, waarom zou dat ook niet een keer mogen? Toch valt er natuurlijk ook nog wel wat meer te zeggen, wat mij betreft vooral met het oog op de toekomst. Zijn er misschien ook schaduwzijden of valkuilen of risico's aan deze ontwikkelingen? Ik vrees het wel, en noem er opnieuw drie. Ze corresponderen met de drie positieve ontwikkelingen, die ik aanduidde.
De eerste is dat concentratie op het hart van de zaak ook kan leiden tot een onterechte minachting van de rest van het lichaam, om die bijbelse beeldspraak aan te houden.
Een lichaam heeft niet alleen een hart en andere vitale organen, het wordt ook bijeengehouden door een stevig skelet. Dat is niet een erg aantrekkelijk geheel, integendeel. Je hoeft het ook niet te zien, zo'n skelet - bij voorkeur niet zelfs, of hooguit als je geneeskunde studeert - maar het moet er wel zijn.
Zo vergt ook het hart van het christelijk geloof de bescherming van het skelet van de christelijke leer. Nee, ik wil niet terug naar vroeger, naar een dichtgetimmerd systeem van waarheden waar je aan moet geloven. Maar ik pleit wel voor wat in het Engels zo fraai heet sound doctrine, voor een stevige leerstellige vertolking van het geloof, en ik meen dat we daar de theologische traditie van de kerk ontzettend goed bij kunnen gebruiken.
Augustinus en Luther, Calvijn en Barth, Bonhoeffer en Bavinck, om maar enkele (onderling overigens nog weer zeer verschillende) dwarsstraten te noemen - ze zijn werkelijk niet passé, maar ze kunnen ons helpen om onze geloofsbetrokkenheid op Christus in te bedden in een groter geheel, een heilshistorische theologie, waarin schepping, zonde, incarnatie, rechtvaardiging en heiliging geen levensvreemde begrippen zijn, maar werkelijkheden die onze relatie tot de drie-enige God onder woorden proberen te brengen en daarmee verdiepen. Géén minachting van de theologie dus! Goede theologie is bepaald meer dan 'verstandswerk', maar houdt altijd een verbinding met het hart.

Christelijke betweterigheid
Onbevangenheid in geloof en getuigenis kan ook leiden tot een zeker isolationisme ten opzichte van de cultuur. Het 'niet van de wereld ' wordt dan zozeer benadrukt, dat het 'wel in de wereld' onder druk komt te staan. Tot het afleren van hoogmoed behoort ook het afleren van een bepaald soort christelijke betweterigheid, alsof wij natuurlijk wel weten dat de evolutietheorie klinkklare onzin is, om maar iets te noemen.
We zullen in de toekomst als christenen ons niet moeten opsluiten in onze eigen groepjes, met onze eigen vanzelfsprekendheden, maar ons blijvend moeten verhouden tot onze culturele en wetenschappelijke omgeving. Anders gezegd: wij moeten niet sektarisch worden, en juist de evangelicalisering van de kerken kan daartoe leiden. Niet alleen anderen kunnen iets van ons leren, wij kunnen als christenen ook iets van anderen leren. En het gaat erom dat zó te doen dat we ons daardoor niet uit onze jas laten blazen. Dat is pas echt geestelijke volwassenheid en kinderlijke ontvankelijkheid ineen.

Kerkelijke eenheid
Het afnemen van verabsolutering van het eigen kerkelijk gelijk kan leiden tot miskenning van de waarde van de eigen traditie, dat heb ik al genoemd. Daarom nu liever iets anders. Afnemen van kerkisme kan er ook toe leiden dat we kerkelijke eenheid niet zo belangrijk meer vinden. We geloven immers toch allen min of meer hetzelfde, en die dingen waarin we verschillen, daar overtuigen we elkaar toch niet van.
Dus we hebben geleerd een zekere rangorde aan te brengen.
Waarover we het eens zijn, dat is belangrijk. En waarover we het niet eens zijn, dat is niet belangrijk, daar praten we dus vooral ook niet te veel over. Zo kunnen we het goed met elkaar vinden, maar blijven we tegelijk ook gescheiden in onze eigen kerkelijke hokjes of evangelische clubjes, elk met onze eigen micro-traditie.
Er was destijds veel mijns inziens terecht kritiek op de wijze waarop het Samen-op- Wegproces werd vormgegeven, maar in elk geval werd het bijbelse gebod om te zoeken naar eenheid hier volstrekt serieus genomen. Het wonderlijke is dat in die kerken die veel meer ernst maken met de Bijbel het er steeds maar niet van komt om elkaar te vinden. Hoe kan dat nu toch, waar Christus Zelf ertoe oproept, en nog wel in een passage die tot de meest ontroerende uit de hele Bijbel behoort (Joh. I7)?
Ik heb daar maar één antwoord op: dat komt door gebrek aan geestelijke volwassenheid. Dat komt doordat we stiekem allemaal nog steeds te vaak denken dat onze eigen kerk of gemeente de beste is. Ik verlang nog steeds naar één protestantse kerk in Nederland; een kerk die onbekrompen en ondubbelzinnig de Naam van Christus belijdt, maar vervolgens ook de nodige ruimte geeft aan legitieme verscheidenheid.
Een voorbeeld. Persoonlijk ben ik als gereformeerd mens van mening dat de kerk geconstitueerd wordt door het genadeverbond van God, waartoe ook de kinderen van de gemeente gerekend mogen worden, zodat het een enorm voorrecht is om de kinderen van de gemeente te mogen dopen. Tegelijk zie ik dat andere gelovigen die minstens zoveel ernst met de Heilige Schrift maken op dit punt tot een andere conclusie komen.
Misschien zal ik eraan moeten wennen dat dit verschil van inzicht geen obstakel zou moeten zijn voor kerkelijke eenheid, en dat er in een dergelijke protestantse kerk dus ruimte zou moeten zijn voor mensen als Bunyan en Spurgeon, die voorstander van de volwassendoop waren. Omgekeerd zouden dan baptisten hun ongehoorde claim moeten laten vallen dat je als het erop aankomt alleen maar een goed christen kunt zijn wanneer je als volwassene gedoopt (of herdoopt) bent. Daarvan hebben ze het grootste deel van de christenheid immers nog altijd niet kunnen overtuigen.

Nederigheid
Wat zou het geweldig zijn als we ook in dit opzicht in de toekomst leren worden als een kind. Dat we het net als de discipelen in Mattheüs 18 afleren om te denken dat wij het meest in aanmerking komen voor de ereplaatsen in het Koninkrijk, maar dat we leren leven uit de verwondering dat we, zondaren die we zijn, er überhaupt bij mogen horen. Dat is toch een enorme genade, en wanneer die genade ons meer en meer in beslag neemt, lopen we niet voortdurend bij andere gelovigen weg om kerkelijk maar weer voor onszelf te beginnen, maar zoeken we juist in nederigheid de gemeenschap, ook met hen die wat anders tegen bepaalde dingen aankijken dan wijzelf gewend zijn.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 juli 2007

De Waarheidsvriend | 22 Pagina's

Volwassen met valkuilen

Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 juli 2007

De Waarheidsvriend | 22 Pagina's