De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Reveil als voorbeeld

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Reveil als voorbeeld

Verlangen naar vroomheid 19e eeuw

8 minuten leestijd

In brede kring heerst verontrusting over de samenleving. Een samenleving die zich in hoog tempo van haar christelijke wortels losmaakt. Geen wonder dat vele christenen zich hierover grote zorgen maken en verlangen naar een reveil.

Een reveil zou de christenheid met nieuw elan bezielen en een verworden hedonistische samenleving andere en betere wegen wijzen. Zo'n reveil is niet ondenkbaar, want de geschiedenis laat zien dat juist in tijden van crisis, zoals we die ook nu weer beleven, geestelijke opwekkingsbewegingen kunnen ontstaan. Het is daarom, met het oog op de toekomst, goed eens naar het verleden te kijken en troost en bezieling te putten uit de heilzame invloed van geestelijke opwekkingen in het leven van enkeling en samenleving. De geschiedenis kent natuurlijk meerdere vernieuwingsbewegingen, maar hier beperken we ons tot het negentiende-eeuwse Reveil.

Geestelijke opwekking
Het Reveil. Dat was de grote geestelijke Europese opwekkingsbeweging in de eerste helft van de negentiende eeuw, die naar de woorden van de begaafde en fijnzinnige theoloog K.H. Roessingh (1886-1925) 'als een storm over de landen is gegaan, die als een jonge jubelende kracht veel ingeslapen en ingedroogde Christelijkheid heeft wakker geschud, maar ook veel enghartige, dogmatistische narigheid heeft opgewaaid'.
Tegenover een zielloos rationalisme en een verstarde orthodoxie stelde het Reveil het levende geloof in Christus als de bron van alle persoonlijke, geestelijke en maatschappelijke vernieuwing. In theologische termen: men herontdekte de dwaasheid van het Kruis en contrasteerde deze met de zogenaamde wijsheid van de wereld. Dat was de wereld van de negentiende eeuw, met zijn geloof in rede en vooruitgang, in menselijke vervolmaking. Een geloof waarover we niet denigrerend hoeven te doen, maar waarvan de naïviteit ons - kinderen van de 21e eeuw, die weten van de apocalyptische verschrikkingen van Holocaust en Goelag Archipel - kan verbazen.

Het Reveil, zo schreef de historicus en dichter P.C. Gerretson (1884-1958), die zichzelf als een 'kleinkind van het Reveil' heeft getypeerd, wijst ons op de dwaasheid van het verstand. Het verstand, zo voegen wij eraan toe, dat zichzelf op de troon wil verheffen. Maar gekoppeld aan de motor van het onbekeerde hart kan deze rede - die in wetenschap en techniek haar triomfen viert, maar de mens kan ontmenselijken - slechts uiteindelijk vernietigend werken, zo schreef Gerretson in 1944.
Zoals overal elders in Europa was het ook in ons land dat vooral mensen uit de hogere kringen zich gegrepen gevoelden door de oproep tot vernieuwing. Mensen van beschaving en ontwikkeling, van verfijnde omgangsvormen en hoge cultuur, en tevens mensen van fijn gevoel en vroomheid, een zeldzaam harmonische samensmelting van eigenschappen.
Het waren niet de minste geesten die bewogen werden door de nieuwe geest die over Europa waaide en die hebben bijgedragen aan de geestelijke vernieuwing van ons land. Namen als Bilderdijk, Da Costa, De Clercq, Capadose, Groen, Beets, Heldring en Pierson, hebben nog steeds een bekende en geliefde klank. Zij en anderen uit de hogere kringen in Amsterdam en Den Haag waren de dragers van het Nederlandse Reveil, dat in het veelal vlakke en zelfgenoegzame Nederlandse geestesleven van die tijd een geheel nieuw element heeft gebracht.
Dit element was de Romantiek, de grote Europese geestesbeweging die het gevoel, het innerlijk van de mens centraal stelde en wist dat uit het hart de uitgangen des levens zijn. Bij gevoel moet hier niet gedacht worden aan sentimentaliteit of een onbeheerst gevoelsleven, dat naar geen morele en godsdienstige regels en wetten wilde luisteren. Gevoel bij reveilmensen was verfijnd en gecultiveerd gevoel dat samenging met geestesbeschaving en vroomheid. Vroomheid die diep en persoonlijk werd beleefd, maar die tegelijkertijd ingebed was in de oude calvinistische dogma's van zonde, genade en verzoening en tegenover de moderne richting vasthield aan de goddelijke ingeving en het beslissend gezag van de Heilige Schrift. In het Reveil vloeiden calvinisme en Romantiek samen. Een samensmelting die tot de unieke verschijnselen van de Nederlandse geestesgeschiedenis behoort en in het algemeen slechts door geestverwanten goed valt te begrijpen.

Tegen de tijdgeest
Dit verbond van calvinisme en Romantiek en ook zijn pessimistisch mensbeeld, het diepe besef van schuld en zonde (waartegen Gods soevereine genade des te stralender uitkwam), moest het Reveil wel in botsing brengen met het heersende gematigd protestantisme van zijn tijd, met vele liberaal-verlichte tijdgenoten die geloofden in vooruitgang en zich graag beriepen op hun verdraagzaamheid en ruimdenkendheid, beginselen die ze in de hitte van hun bestrijding van de als bekrompen en onverdraagzaam ervaren ideeën van de ander wel eens vergaten.
Een fraai, beter gezegd een weinig verheffend voorbeeld hiervan, zijn de vele hevige en kwaadwillende reacties op Da Costa's Bezwaren tegen den geest der eeuw (1823). Onvermijdelijk dringt zich hier de overeenkomst met onze tijd op. Ook nu doen zich als verdraagzaam beschouwende tijdgenoten felle aanvallen op orthodoxe christenen die het wagen in te gaan tegen de geest van de tijd en de christelijke beginselen op bijvoorbeeld de terreinen van leven en dood, van huwelijk en seksualiteit, willen handhaven.
Het grote verschil tussen toen en nu is echter dat in de negentiende eeuw de strijd ging tussen verlichte of gematigde en orthodoxe protestanten die ondanks hun controverses op één gemeenschappelijk christelijk fundament stonden, terwijl in onze eenentwintigste eeuw de strijd zich afspeelt tussen ongelovigen en orthodoxe christenen. De grote middengroep van gematigde protestanten tot randkerkelijken lijkt zich afzijdig te houden van het geestelijk slagveld. Toch woedt hier, zo geloven wij, een felle trijd tussen het christendom en de machten van de duisternis.
Verdieping van het persoonlijk geloofsleven, innerlijke bekering, concentratie op het eigen zieleleven, staat aan het begin van het Reveil. Men laafde zich aan de bezielde bijbellezingen die Da Costa sinds 1826 elke zondagavond voor een tamelijk grote kring hield, terwijl men in meer besloten kring graag huiselijke godsdienstoefeningen hield en genoot van de omgang met geestverwanten. Van de gevoelig-vrome sfeer van deze beroemd geworden Réunions heeft Allard Pierson (1831-1896) in zijn Oudere tijdgenooten (1888) een bijzonder mooi en liefdevol beeld gegeven. Voor iedereen die de geest van het Reveil wil leren kennen, blijft dit voorname boek onmisbaar. Wie enige uren wil vertoeven in een sinds lang verdwenen sfeer van vroomheid, fijngevoeligheid en innerlijke beschaving neme dit edele boek ter hand.
Bij de vooral naar binnen gekeerde vroomheid van de Réunions - een vroomheid die wij niet zouden willen contrasteren met een meer praktische vroomheid, liever laten wij elk in hun eigen waarde - is men echter niet stil blijven staan en geleidelijk aan ontwikkelde zich een steeds groter wordende sociale bewogenheid. Bewogenheid met zwakken en uitgestotenen, met de paria's van de maatschappij. Het maatschappelijk werk van het Reveil kan niet anders dan indrukwekkend worden genoemd.

Naaischooltje
Al in de jaren dertig had het Reveil een bescheiden begin gemaakt met christelijk-sociaal werk. Voorname en bewogen dames uit Den Haag als mevrouw Groen en mevrouw Marianne van Hogendorp bezochten armen, mevrouw Groen en mevrouw De Clercq leidden in Den Haag een naaischooltje voor arme meisjes, terwijl ook in Amsterdam christelijke liefdadigheid werd beoefend, maar dit alles had toch een incidenteel karakter. Het eigenlijke begin van het maatschappelijk werk van het Reveil (dat later aangeduid zou worden met de term Inwendige Zending), de groei van een meer duidelijke vorm en structuur, van aanpak op grotere schaal, ligt in de oprichting (1845) van de Christelijke Vrienden, een interkerkelijk gezelschap van leken en predikanten dat rond 1845 ten huize van één der Amsterdamse reveilvrienden twee keer per jaar bijeenkwam. De vorming van dit gezelschap is te danken aan een initiatief van de Betuwse predikant ds. O.G. Heldring (1804-1876), een man die in de Betuwe al zijn sporen in de armoedebestrijding had verdiend, maar zich alleen voelde staan en zich geroepen gevoelde de maatschappelijke nood, waarvan wij ons nauwelijks meer een voorstelling kunnen maken, maar die toch werkelijk heeft bestaan en ook nu nog het hart met deernis kan vervullen, met orthodoxe geestverwanten op grotere schaal te bestrijden.
In een bewogen rondschrijven (1845) had Heldring, de 'vrienden des Heeren' opgeroepen de handen ineen te slaan. Dit gebeurde en vanuit de Christelijke Vrienden werd een indrukwekkende hoeveelheid maatschappelijke activiteiten ontplooid en gaven velen hun liefde, tijd en geld aan de naaste in nood. Onderwijs, evangelisatie, zending, zorg voor armen, zieken, zwakzinnigen, kwetsbare vrouwen en meisjes, hulp aan prostituees, verwaarloosde kinderen, het is allemaal te veel om op te noemen en uitvoerig hierop in te gaan.

Voorbeeld
Terugziende op het negentiende-eeuwse Reveil dringt zich de vraag op: missen wij misschien te veel de fijne vroomheid en de bewogenheid en bezieling van het Reveil? Kennen wij nog die diepe geloofsontvankelijkheid en tegelijkertijd, naar een woord van Hendrik Pierson, die hartstocht voor de redding van zielen die wij bij mensen als Heldring vinden? Redding, die altijd werd verbonden met maatschappelijke verheffing van hen die behoorden tot wat wij nu randgroeperingen noemen. Van het Reveil kunnen wij geen modellen voor persoonlijke vroomheidsbeleving of geestelijke en maatschappelijke redding van de minste van Mijn broeders overnemen. Onze tijd is zo heel anders dan die van onze reveilvrienden, maar aan hun fijn ontwikkeld geloofsleven, hun bezieling en bewogenheid, hun liefde, warmte en gloed om zich over het diepst gezonken te ontfermen kunnen wij nog steeds een voorbeeld nemen.
Ten slotte mag worden opgemerkt dat wij ons ook zouden kunnen spiegelen aan de deugd van wellevendheid die in reveilkring heerste.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 augustus 2007

De Waarheidsvriend | 22 Pagina's

Reveil als voorbeeld

Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 augustus 2007

De Waarheidsvriend | 22 Pagina's