Ontsporingen
RECHTVAARDIGING EN HEILIGING [2, SLOT]
In het denken over de verhouding tussen rechtvaardiging en heiliging zijn, veel ontsporingen geweest. Ze zijn er ook steeds opnieuw.
In de bijdrage van vorige week noemde ik al het dogma van de Rooms-Katholieke Kerk. Zij is ontspoord door rechtvaardiging en heiliging ineen te schuiven: God rechtvaardigt de mens mede, op grond van zijn innerlijke vernieuwing. De vernieuwing wordt grond voor het goedkeurende oordeel van God. Zo krijg je een rechtvaardiging door het geloof en door de werken - en dus niet door het geloof alleen.
Christus als enige vaste Rots van het behoud wordt ons zo ontnomen en daarmee wordt de zekerheid van het eeuwig heil ondermijnd. Ds. L. Blok vraagt in een artikel in Wapenveld waarom Rome zich met deze dingen kan behelpen. Hij zegt: 'Omdat men niet verstaat, wat het is verdoemelijk te zijn voor God.'
Verstaan wij dat nog? Wij geloven met het hart en belijden met de mond met artikel 23 van de Nederland se Geloofsbelijdenis; 'Voorwaar, indien wij voor God verschijnen moesten, steunende op onszelf of op enige andere schepselen, hoe weinig het ook ware, wij moesten (helaas) verslonden worden.'
God vergeeft onze zonden niet op grond van enig werk door ons en zelfs niet van enig werk van Hem in ons.
Accentverschuiving
Ook in de kerken van de Reformatie in Nederland zijn ontsporingen in het denken over de verhouding tussen rechtvaardiging en heiliging waar te nemen. Zo zie je dat in een deel van de gereformeerde gezindte de belevingsorde van éérst de rechtvaardiging en dán de heiliging is gaan domineren. Als gevolg daarvan wordt de heiliging losgemaakt van de rechtvaardiging en komt deze pas in het blikveld als een mens zeker weet gerechtvaardigd te zijn of - zoals het ook gezegd wordt - 'veranderd' te zijn.
Dit leidt er bovendien toe dat het accent nogal eens verschuift van rechtvaardiging naar wedergeboorte en bekering. Er moet wat in ons gebeuren wil het wel zijn voor de eeuwigheid en zo wordt de blik; op het innerlijk gericht. Het zoeken is naar kenmerken van het nieuwe leven in jezelf om zekerheid van het heil voor eigen hart en leven te krijgen.
Als daarop de nadruk gelegd wordt, is persoonlijk, gemeentelijk en kerkelijk voor bijvoorbeeld wat heet 'missionair bezig zijn' geen plaats en nog veel minder is er betrokkenheid op maatschappelijke en politieke vragen. We vergeten dan de opdracht van Christus om alle volken en alles onder Zijn Koningsheerschappij te brengen. Deze houding isoleert de gemeente van het geheel. En de heiliging raakt zelfs in het persoonlijke leven buiten het blikveld.
Refoïsering
Toch wordt in de gereformeerde gezindte vaak wel in kleinschalige zin aandacht voor de invulling van het dagelijkse leven gevraagd, ook al belijdt men onbekeerd te zijn. Allerlei regels worden opgesteld en je moet aan een bepaalde groepscode voldoen om erbij te horen, de zogenaamde refoïsering. Je hoort weliswaar dat het niet genoeg is voor de eeuwigheid, maar tegelijkertijd dat het ook weer niet niets is als er nauwgezet geleefd wordt.
Wordt zo geen eigengerechtigheid opgebouwd? We denken er in het oordeel van God toch nog iets mee te kunnen zijn. Op deze manier wordt de heiliging losgemaakt van de rechtvaardiging en verdient ze niet de naam van heiliging. Een symptoom ervan is het wetticisme. Het wordt gebod op gebod en regel op regel. Maar in wezen is het niet meer dan stinkend vuil. We kunnen niet de Geest der heiligmaking hebben zonder te leven uit de gerechtigheid van de Heere Jezus Christus. Ook dan verstaan we niet wat het is om verdoemelijk voor God te zijn. We belijden dan wel zondaar te zijn, maar niet radicaal, zodat we niets in onszelf vinden en daarom alles in Christus zoeken.
Dit kan zelfs gevaarlijk dichtbij 'de geseculariseerde mens van vandaag komen, die roept om waarden en normen, maar hij kent Christus niet en buigt niet voor God en Zijn Woord. Alsof normen en waarden los te verkrijgen zijn.
Oppervlakkigheid
Een heel ander soort scheefgroei ontmoet je ook binnen de gereformeerde gezindte van vandaag.
Onder rechtvaardiging wordt soms verstaan dat je tot God mag komen zoals je bent. Zeker, hoe zou je ook anders kunnen verschijnen voor God? Maar je hoort: God aanvaardt je zoals je bent, want Hij heeft je zo geschapen. Hij heeft je lief. Geloof dat je een parel bent in Gods hand. Je mag vrij en blij leven.
We moeten ons daarom bezighouden met de onderwerpen die ons in de kerk, maatschappij en politiek worden aangereikt en we moeten ons daarvoor inzetten.
We worden opgejaagd door zaken waar we zelf geen greep op kunnen krijgen, omdat ze zich ver van huis en haard afspelen en we er geen invloed op kunnen uitoefenen.
Rechtvaardiging en heiliging lijken onderscheiden en toch niet gescheiden te worden. Maar is dit wel de rechtvaardiging van de goddeloze door het geloof en de heiliging waarover de Bijbel spreekt en waar de reformatoren voor gestreden hebben? Ik denk dat velen binnen hervormde gemeenten op gereformeerde grondslag doorslaan naar deze oppervlakkigheid . - meer dan we willen geloven - en het is dan ook geen wonder dat de wereldgelijkvormigheid haar duizenden verslaat. Vragen die betrekking hebben op de persoonlijke levensheiliging, op het beoefenen van de ware vroomheid in de praktijk blijven liggen.
Heiligheid van God
Op deze manier wordt de heiligheid van God niet meer beleefd. De zonden verschrikken niet. Dat wij van nature kinderen des toorns zijn, die in het Rijk van God zonder wedergeboorte niet kunnen komen, hoor je niet meer. Dat de toorn van God tegen de zonde zo groot is dat Hij die niet ongestraft heeft willen laten, maar deze gestraft heeft aan Zijn eigen lieve Zoon met de smadelijke dood van het kruis, komt niet ter sprake. Beseffen we dat we niet kunnen bestaan voor een heilig en rechtvaardig God als we komen zoals we zijn? Beleven we dat we in het oordeel van God de eeuwige verdoemenis waardig zijn? Als we op deze wijze bij God komen, gaan we door de knieën. Calvijn zegt: 'Wanneer we recht willen weten hoe en waarom wij door het geloof gerechtvaardigd worden, dan is dit het punt, waarmee wij moeten beginnen.' We moeten een gerechtigheid en heiligheid hebben waarmee we voor God kunnen bestaan.
Evangelicalisering
Ten slotte letten we op de scheiding tussen rechtvaardiging en heiliging bij Wesley, de geestelijke vader van de pinksterbeweging en de huidige charismatische beweging. In verband met hun perfectionistische opvatting over de heiliging spreken evangelische christenen over een tweede zegen (second blessing). Ook onder ons kom je deze dwaling tegen. De doop met de Heilige Geest is een 'plus', ter aanduiding van een heiligingservaring. Ook hier gaat de belevingsorde van rechtvaardiging en heiliging domineren - weliswaar op een andere manier dan ik hierboven aangaf.
Tekent een evangelisch christen het leven, dan zie je een horizontale lijn met daarop een punt: de bekering. Je komt tot geloof, wordt gedoopt en daarna gaat het voort met de heiliging. Je wordt steeds beter.
De rechtvaardiging is maar één moment geweest. En daarna ben ik weer aan de beurt. Ik moet mijn best weer doen. Je verwacht het van Christus plus van jezelf. Groei je daarmee niet van Christus af? Is het dan nog wel: Christus leeft in mij en werkt door Zijn Geest in mij?
Twee soorten christenen
Je krijgt zodoende de gedachte dat er twee soorten christenen zijn. De ene gelooft in Christus en heeft ook deel aan de rechtvaardiging, de vrijspraak van schuld en straf, en is door de Geest ook op de weg van het nieuwe leven gezet, het begin van de heiliging. Toch is hij nog niet gedoopt met de Heilige Geest en dat blijkt uit het feit dat hij de kenmerken van een geestesdoop, zoals profetie en tongentaal, (nog) niet vertoont.
De andere christen heeft die in grijpende ervaring van een tweede zegen wel achter de rug en heeft daarmee een nieuw, hoger stadium van christen zijn bereikt. Deze zegen, dit plus, zou volgen op die van de rechtvaardiging en het begin van de heiliging en stelt in staat zondeloos te leven. Dat te beleven is het eigenlijke.
Dit soort christenen vertoont ook nogal eens trekken van onaantastbaarheid en hooghartigheid. Ze staan niet meer open voor kritiek. Anderen missen zo'n beleving en moeten er ook dringend enthousiast voor worden. Het zogenaamde groeien in het geloof krijgt het accent en de heiliging wordt ten opzichte van de rechtvaardiging verzelfstandigd. Wat betreft de heiliging komt de nadruk meer te liggen op ons werk, dan op het feit dat de Heilige Geest ons geschonken is en dat Hij het is Die vernieuwend en heiligend werkt. Het doet bovendien tekort aan Christus, omdat onze heiliging tot het eind toe zowel Zijn gave aan ons als Zijn werk in ons is en blijft.
EO-onderzoek
Het gevolg is nogal eens dat hier eigenlijk hoegenaamd niet meer wordt gesproken van de rechtvaardiging van de goddeloze. Zonde en genade komen nagenoeg niet meer aan de orde. Dat zie je in het recente onderzoek van de Evangelische Omroep naar geloof en geloofsbeleving: het gaat over de invloed van het geloof op het leven en over de relatie met Christus. Leeft de vraag nog hoe we rechtvaardig verschijnen kunnen voor God? Ik eindig met het treffende antwoord 115 van de Heidelbergse Catechismus, waar rechtvaardiging en heiliging bij elkaar gehouden worden: 'God laat ons bij de voortduur de tien geboden prediken, opdat wij ten eerste ons leven lang onze zondige aard hoe langer hoe meer Ieren kennen, en des te begeriger zijn om de vergeving van de zonden en de gerechtigheid in Christus te zoeken. Ten tweede, opdat wij zonder ophouden ons benaarstigen en God bidden om de genade van de Heilige Geest, opdat wij hoe langer hoe meer naar het evenbeeld van God vernieuwd worden, totdat wij tot deze voorgestelde volkomenheid ná dit leven geraken.'
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 augustus 2007
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 augustus 2007
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's