GLOBAAL BEKEKEN
Jan Siebelink heeft met zijn boek Knielen op een bed violen een onafzienbare rij van artikelen teweeggebracht. In tal van interviews lichtten steeds weer andere aspecten op. Nu de storm wat is geluwd, liet Trouw hem nog weer aan het woord in een allang lopende serie, waarin mensen van naam en faam hun visie op en omgang met de Tien Geboden aangeven. Hier volgen drie fragmenten, te weten over het tweede, derde en vierde gebod:
• 'Ik heb openbare belijdenis van het geloof afgelegd toen ik achttien jaar was. Ik had mijn vader gevraagd daarbij aanwezig te zijn maar hij zei: 'Nee jongen, ik denk niet dat ik kom.' Hij was misschien wel bang dat de kerk zou instorten als hij naar binnen zou gaan. Volgens het Paauweaanse geloof is er geen zichtbare gedaante van de kerk op aarde. Geen afbeeldingen, geen versieringen, niets. Er werd gepredikt in kale, betonnen gebouwtjes en in kleine zaaltjes. Dáár ging hij heen. Dat is de extreme vorm van volledig geïndividualiseerd geloof van het protestantisme die mij zo aanspreekt: je staat alleen, zonder hulp van kerk of sacramenten, naakt, tegenover die ontzagwekkende God die Zijn oordeel over jou zal uitspreken. (...)
Gelukkig werd het beeld van mijn vader verzacht door het beeld dat mijn moeder had van het geloof een rustig, gewoon hervormd geloof waarin wel vertrouwen was, maar daar sprak zij verder niet over. Mijn geloof is, denk ik, een combinatie van die twee gedachten.
Weet je wat mij nog altijd spijt? Dat ik God nooit heb mogen beleven. Niet tijdens mijn belijdenis, maar later ook niet. Nooit. Ik had zo graag de extase van mijn vader gevoeld toen hij op een dag geslagen werd door God, maar mijn ziel is tot op heden dor gebleven. Dat is ook de uitdrukking die mijn vader gebruikte op zijn sterfbed. Ik vroeg hem: 'Is God er nu, papa?' 'Nee,' zei hij, mijn ziel is dor. Precies zoals de mysticus zegt. Het is de beroemde desolatia: dat je niets ervaart en God in alle talen zwijgt. Het zwijgen van God. Dat is misschien wel mijn grootste angst. En angst voor de straf Dat ik te weinig barmhartigheid heb betracht. Dat ik te veel aan mezelf heb gedacht. Maar die angst, de timor mortis, is ons nu eenmaal ingebracht bij onze komst op deze aarde. Ieder mens is bang voor het leven dat hem is gegeven, bang voor het 'geworpen zijn' zoals Sartre zegt.( ... )
Soms ontglipt mij wel eens iets lelijks en dat vind ik vervelend. Ik vind het onbeschaafd, ordinair. Ik erger me er ook aan als anderen vloeken. Als je hier vloekend komt binnenlopen, zal ik daar iets van zeggen. Ja, omdat God het kan horen. Je verdoemt God niet, God kan jou verdoemen. Je moet het natuurlijk zelf weten, maar ik hoef het niet aan te horen. Ik hou er ook niet van als iemand in mijn omgeving vuile of obscene praat uitslaat.'
• 'Mijn hele jeugd is één groot geluk geweest. Ik ben dankbaar voor de ouders die ik heb gekregen. Ik mis ze zeer. Door over mijn vader en moeder te schrijven lukt het mij ze een beetje terug te halen. ( ... ) Het gedrag van mijn vader was grensoverschrijdend en in zekere zin ben ik daar ook mee bezig. Net als mijn piëtistische vader streef ik die religieuze ervaring na; ben ik naarstig op zoek naar dat moment van genade. Ik ben altijd bezig om de extase af te dwingen, met een disproportionele aandacht voor dingen, met een enorme gedrevenheid, zowel in het lesgeven als in het schrijven. Ik ben een zoon van die vader; ik loop soms op de rand, maar ik ben ook een zoon van mijn moeder, praktisch, realistisch.
Daardoor red ik het net in dit leven. Ik zoek naar de ervaringen van mijn vader en ik weet, dankzij mijn moeder, wanneer het tijd is om daarmee op te houden.'
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 30 augustus 2007
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 30 augustus 2007
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's