Genezen van rebellie
HET VERBOND [2]
Het verbond heeft vooral sinds de Reformatie in de theologie een grote rol gespeeld.
Er zijn uiteraard ook oudere sporen. We denken aan de grondsporen in de Schrift. Aan het Oude Testament, waar God speciaal met Abraham en Israël Zijn verbond heeft opgericht. En aan het Nieuwe Testament, waarvan geldt dat Gods beloften er zijn voor ons en onze kinderen (Hand. 2:39).
Wat de kerkgeschiedenis betreft, wordt Irenaeus (rond 150 n.Chr.) wel als grondlegger van de verbondstheologie genoemd. In de strijd die de vroege christenen hadden te voeren met het jodendom, houdt hij, mede om het front naar de joden toe niet aan te scherpen, vast aan de eenheid van het oude en het nieuwe verbond.
Allerlei zaken in het Oude Testament beschouwde hij als voorafschaduwing van de Christus uit het Nieuwe Testament.
Werkverbond
Augustinus, rond 400 n.Chr., zet deze lijn voort, al voegt hij er een nieuw element aan toe: het werkverbond. Vóór de zondeval was de mens· geheel zondeloos. Als hij zou blijven volharden in het niet zondigen, zou hij eeuwig leven. Je zou kunnen zeggen dat de mens vóór de zondeval het eeuwige leven door goede werken kon verdienen (het werkverbond).
De mens heeft helaas wel gezondigd. Hij heeft daarmee het werkverbond verbroken en kan nu niet anders meer doen dan zondigen. Door Gods genade is er echter uitzicht op verlossing waarin de mens nooit meer tot zonde kan vervallen. We kunnen niet meer door het werkverbond zalig worden. Wel door het genadeverbond, want Christus heeft plaatsvervangend voor ons gewerkt.
Reformatie
In de Middeleeuwen is de verbondsgedachte tot verstarring gekomen door te groot accent op het scholastiek verstandelijke denken over Gods eeuwige besluiten. De Reformatie heeft deze verstarring doorbroken. De genade van God werkte op zo'n krachtige manier, dat het onbestaanbaar bleek om het scholastieke denkraster te blijven leggen over Gods heilshandelen en daarin dat heilshandelen te kortwieken.
Kortom, er kwam een bijbels denken op gang waarin er volop aandacht was voor Gods verbond als arbeid van God in de aardse tijd. Hierbij werden de eeuwige besluiten van God niet als een domper beschouwd waardoor Gods heilshandelen in de tijd ging uitdoven. Integendeel, Zijn eeuwige besluiten werden gezien als initiatief en startmoment, waardoor Gods heilshandelen pas echt tot volle ontplooiing kon komen. Anders gezegd: de uitverkiezing werd niet gezien als een belemmering voor Gods verbondsgenade, maar juist als bevordering ervan.
'Met ons en onze kinderen'
Hoewel Luther aanzetten heeft gegeven, is het met name de reformator Zwingli geweest die veel werk heeft gemaakt van de verbondsgedachte. Ook Bullinger kan genoemd worden. Hierbij heeft de strijd tegen de wederdopers een forse rol gespeeld. De wederdopers verwierpen immers de kinderdoop en daarmee de verbondsgedachte.
De Reformatie legde echter accent op het verbond met Abraham en zijn nageslacht en daarmee 'met ons en onze kinderen'. De verbondsbeloften kregen aandacht, samen met de tekens en zegels van het verbond, de sacramenten van doop en avondmaal. Ook Calvijn dacht in deze lijn, terwijl Olevianus en Ursinus het verbond eveneens hebben benadrukt. Verder noemen we Coccejus, die op eigen wijze een verbondstheologie heeft opgezet.
Samenvattend valt te zeggen dat het verbond in de gereformeerde theologie tot op de dag van vandaag een grote plaats inneemt. De Heidelbergse Catechismus spreekt ervan in vraag en antwoord 74 en 82, de Nederlandse Geloofsbelijdenis in artikel 34, de Dordtse Leerregels noemen het in II, 8.
Eenzijdig
Bij het geven van een evaluatie van de verbondsgedachte is belangrijk te onderstrepen dat het verbond eenzijdig van Gods kant wordt opgericht, maar dat het tweezijdig dient te worden: het verbond moet door ons aanvaard worden. Het 'ja' van God tot ons zondaren wordt door ons beantwoord in ons 'ja' tot God, Die in Christus onze genadige Vader is.
Wel is nodig te beseffen dat ons 'ja' geen prestatie van ons is, maar genadegave van God, in ons gewerkt door Woord en Geest. God schakelt hierbij onze totale verantwoordelijkheid in en doet ons belijden dat Hij in de weg van gebed alles aan ons geeft wat ons ontbreekt, zelfs mild en overvloedig. Voor lijdelijkheid is geen enkele ruimte.
Rebellen
Bepalend is te beseffen dat wij als Gods verbondspartner niet van gelijke partij zijn als Hij. God is de unieke, enige, hoge en heilige God. Wij zijn afhankelijke schepselen en schuldige zondaren. Wij zijn geen 'partij' voor God. Dat het toch tot verbondssluiting tussen God en ons kan komen, is - naast verkiezing door God de Vader en verzoening door Christus, de Middelaar van het verbond - te danken aan het toepassende werk van de Heilige Geest.
In dit verband wijzen we ook af dat wij vanuit onze geboorte verbondspartners van God zouden zijn vanwege kwaliteiten van ons mens-zijn. Zou dat wel het geval zijn, dan worden we als verbondspartners te veel op het paard gezet, een euvel waaraan iemand als prof.dr. H. Berkhof mank ging. Ook Karl Barth, die Gods genadeverbond op de hele mensheid betrekt, denkt in deze richting. Hij miskent bovendien het onderscheid tussen schepping en genade, omdat hij de staat der rechtheid in het paradijs ontkent.
Beslissend is dat God Zijn verbond opricht met rebellen, die nooit van plan zijn met Hem in het verbond te treden. Dat het er toch van komt is enkel werk van God. Met de lieflijke fluit van Zijn heerlijk evangelie en de warme gloed van Zijn zondaarsliefde geneest Hij onze rebellie en brengt ons tot vrijwillige aanname van het verbond.
Slechte kwaliteit
Wanneer God in de doop Zijn verbond met ons opricht en bevestigt, is dat dus niet omdat er in ons een goede kwaliteit is, die God beweegt om met ons in het verbond te treden. Er is in ons enkel slechte kwaliteit, die God zou dienen te weerhouden een verbond met ons aan te gaan. Wij worden dus nooit gedoopt en in Gods verbond opgenomen vanwege iets in.ons, zeker ook niet vanwege een veronderstelde wedergeboorte. De opname is alleen vanwege alles wat buiten ons vastligt in Christus en in Gods beloften. Het is genade, en daarom een genadeverbond. Een aangelegen punt is of ieder die gedoopt is ook werkelijk komt tot beantwoording van de doop. De praktijk is helaas dat het net zo gaat als onder Israël in het Oude Testament, waarvan gezegd wordt dat niet alles wat Israël heet ook werkelijk Israël is. Er zijn dus gedoopten die zalig worden en gedoopten die dat niet worden. Dit betekent dat we spreken van tweeërlei kinderen van het verbond: zij die in geloof de genade in de doop beloofd aannemen en zalig worden en zij die dat in ongeloof niet doen. Wie met een gedoopt voorhoofd toch niet zalig wordt, heeft dit aan eigen ongeloof te wijten.
Twee zijden
We spreken in dit verband dus niet van twee verbonden, een inwendig verbond met hen die zalig worden (de uitverkorenen) en een uitwendig verbond met hen die het niet worden. Er is slechts één verbond. Wel kunnen we spreken van twee zijden van dat ene verbond: een inwendige zijde voor hen die uit genade zalig worden en een uitwendige zijde voor hen die vanwege eigen ongeloof getroffen worden door Gods verbondstoorn. Ze hebben de uitgestoken verbondshand van God geweigerd in geloof en liefde aan te nemen. Het verbond bleef voor hen slechts uitwendig.
Geen herdoop
Van de doop geldt dat die maar één keer bediend kan worden. Nooit hoeven we voor de tweede keer gedoopt te worden; want Gods 'ja' duurt voor altijd. We mogen er steeds op terugvallen, zelfs als we niets van Gods genade ervaren.
Herdoop legt helaas een fout accent op onze ervaring. We willen de genade ervaren zoals we het water ervaren dat bij onderdompeling langs ons lichaam stroomt. Daarmee zijn we echter wereldgelijkvormig bezig. We geven toe aan de huidige postmoderne tijdgeest van 'een goed gevoel hebben'.
Het geloof is van andere orde. Dat houdt in vertrouwen aan God vast, tegen hoop op hoop. Ook als je het niet voelt, zelfs nog als het tegendeel van liefde en genade gevoeld wordt, namelijk strijd en bestrijding. De eenmalig toegediende doop is daarin, samen met de trouw van Gods verbond, een probaat middel dat ons blijft stimuleren de bijbelse lijn vast te houden dat we het heil buiten onszelf moeten zoeken in Christus en daarom in Gods beloften.
In die weg komt ook het gevoel als getuigenis en ervaring van de Heilige Geest in onze harten geheel tot zijn recht. Dat is echter anders dan een goed gevoel hebben. Bovendien geven we niet toe aan de evangelische neiging om het anker binnenboord uit te werpen en daarin ons op te krikken tot oppervlakkig, zelfbewust christen-zijn.
Belijden
Wat het verbond betreft, is de relatie tot het belijden belangrijk. Steeds weer speelt de vraag mee wat prioriteit heeft, het verbond of het belijden. Toegespitst op de vraag van ware of valse kerk, gaat het om de vraag wanneer we de kerk zouden moeten verlaten om ons af te scheiden. Gaat het om de kwestie of het verbond dan het laatste woord heeft, of dat het belijden dat heeft?
In de tijd van de Reformatie is het verbond geen breekpunt gebleken naar Rome toe. De Reformatie heeft de rooms-katholieke doop volledig erkend. Dat betekent dat de breuk met Rome plaats heeft gehad op het punt van het belijden. Wel zijn er pogingen geweest om op het punt van het belijden tot een vergelijk met Rome te komen. De Reformatie wilde immers geen nieuwe kerk stichten, maar de bestaande kerk hervormen. Toen er bij Rome geen enkel gehoor was te vinden over wezenlijke zaken, zoals het volstrekte genadekarakter van genade, de visie op de kerk en de plaats van de paus, gaf Rome daarmee te kennen geen ware kerk te zijn. De Reformatie is dus een beweging geweest die de ware kerk heeft willen voortzetten. Hierbij was niet het verbond maar het belijden een breekpunt.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 20 september 2007
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 20 september 2007
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's