De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Leiderschap gevraagd

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Leiderschap gevraagd

'Laten we nadenken, laten we de waarheid inzien'

7 minuten leestijd

Ineens lees je het bijna dagelijks in de krant: de roep om geestelijk leiderschap. Toen ds. L.W. Smelt er in een vraaggesprek met het RD een opmerking over maakte, haalde hij de voorpagina. Waar komt die aandacht voor leiderschap uit voort?

Ds. Smelt plaatste zijn opmerking in het kader van zorgen over de kerk. Hij benoemde dat er onvoldoende mensen met de gave van het leiderschap zijn, 'mensen die profetisch inzicht hebben in de gebeurtenissen. Die dingen duiden kunnen en zeggen: Iet op, hier is meer aan de hand.' Ds. Smelt heeft tien jaar in de zending gearbeid en zo kennis gemaakt met de wereldkerk. Met die ervaring kan hij de kerk in Nederland dienen.
Nu is leiderschap in de Zuid­ Amerikaanse context anders ingevuld, meer gericht op de charismatische kwaliteiten van een persoon. Die inkleuring hebben we in de Nederlandse kerken na de Reformatie nooit gezocht, wetende dat de leiding van de gemeente niet bij enkelen moet liggen, laat staan bij een enkeling. Het is de kerkenraad aan wie de leiding van de gemeente is toevertrouwd. Naar op de persoon gericht leiderschap verwees ds. Smelt ook niet, want hij benoemde de behoefte om gebeurtenissen profetisch te duiden, dat wil zeggen er het licht van het Woord over te laten vallen.

Informatiemaatschappij
In evangelische kring treffen we al langer aandacht voor leiderschap aan, niet het minst op de conferenties van WiIIow Creek. Het belang van bijbels leiderschap voor het functioneren van de gemeente wordt er onderkend. Nu is die vraag in reformatorische kerken ook actueel. Een bewijs hiervan is het congres van de RRQR, de oud-leden van studentenvereniging CSFR, die in november nadenken over kerkelijk gezag in een keuzemaatschappij, 'waarin identificatiefiguren de plaats innemen van ambtsdragers'.
Die aandacht voor leiderschap onder ons komt op uit de praktijk. De landelijke kerk ziet in de plaatselijke gemeenten meer 'ongelukken' gebeuren, dat wil zeggen situaties waarin er op zijn minst spanning gegroeid is over besluiten die genomen zijn en de wijze waarop aan de gemeente leiding wordt genomen. Meer dan over de inhoud van de besluiten gaat het dan nogal eens over het communiceren van de besluiten.
Betrokkenheid en meeleven van de gemeente worden immers gestimuleerd als bekend is welk beleid er op tal van terreinen gevoerd wordt en welke overwegingen hieraan ten grondslag liggen. Het is van belang dat de predikant hierin zijn eigen sterke en minder sterke punten onderkent. Preken en pastoraat zijn andere categorieën in het werk dan een gemeenteavond leiden. Niettemin zal elke predikant toch enige communicatieve vaardigheden moeten hebben - en de kerk doet er niet verkeerd aan hen hierin te scholen. We leven nu eenmaal in een informatiemaatschappij, waarin individualisme sterker is dan gemeenschapszin.

Managers in de kerkenraad
Voor die 'ongelukken' is (een deel van) de kerkenraad in veel gevallen ook verantwoordelijk, als er onvoldoende zicht is op het geestelijke karakter van het ambt. Onze Nederlandse Geloofsbelijdenis kiest de uitdrukking geestelijke politie, als ze over de opzieners in de gemeente spreekt. In situaties waarin mensen te veel inzichten vanuit het bedrijfsleven in de kerkenraad inbrengen, wordt de predikant gemakkelijk als werknemer gezien en ligt er een tijdbom onder het respectvol samen optrekken. Met managementervaring dien je de gemeente van Christus niet per definitie goed, want zij is geen bedrijf en is niet uit op winst.
Het is wel begrijpelijk dat de landelijk kerk zoekt naar een instrument om onvoldoende functionerende predikanten (wat minder vriendelijk gezegd: brokkenmakers) los te maken van de gemeente. Om die reden vooral - naast het feit dat er meer continuïteit in het bestuur zou komen - pleit dr. H. de Leede voor de komst van een bisschop. Deze figuur zou ook in kunnen grijpen als meer charismatisch bevlogen personen hun positie misbruiken en de gemeente manipuleren. Ik meen dat we hiermee het probleem van de verkeerde kant benaderen. Ook deze bisschop kan immers ontsporen. Het blijft een gouden regel in de kerkregering in gereformeerde zin dat de verantwoordelijkheid door velen samen gedragen wordt, dus door de ambtelijke vergaderingen.

Vermoeiend
De roep om aandacht voor leiderschap komt niet alleen op vanwege minder functionerende voorgangers - ik doel hiermee op de herders die zichzelf weiden (Ezech. 34:2) in plaats van gericht te zijn op de kudde -  die opereren in een tijd waarin de zeggingskracht van kerkelijke tradities is afgenomen. De roep om een duidelijke koers in de gemeente komt zeker ook voort uit verwarring vanwege de identiteit van de gemeente: Hoe zijn we nu gemeente met elkaar? Over welke onderwerpen willen we het gesprek voeren en over welke thema's houden we het de komende jaren op wat in het beleidsplan staat? De predikantsweduwe mevr. A. Westland-Barmentlo uit Huizen signaleerde onlangs in het RD dat gemeenteleden iets in een andere gemeente tegenkomen en dit dan direct in de eigen gemeente willen invoeren: 'Als ze in de vakantietijd een gemeente bezoeken waar in de handen wordt geklapt tijdens het zingen, moet dat in de eigen gemeente ook meteen gebeuren. Dan vraag ik me af: waarom moet dat nu? Jongeren win je er niet mee en ouderen raken alleen maar meer in verwarring.' Ja, het heeft iets vermoeiends.
Komt de roep om geestelijk leiderschap ook niet voort uit een voortgaande vermenging van de kerk met 'de wereld'? Denk aan wat Johannes over de volgelingen van Jezus schrijft: 'Wij weten dat wij uit God zijn en dat de gehele wereld in het boze ligt.' (1 Joh. 5:19) Als we ons als christenen in onze levensstijl niet meer onderscheiden en ons grotendeels bewegen in het denkschema van deze tijd, staat het eigene van de christelijke gemeente op de tocht. Ik denk aan materialisme, seksualiteit, uitgaansleven, uitdagende kleding of taalgebruik - waar de vruchten van de Geest ontbreken omdat de vreze des Heeren ontbreekt, ontstaat er verwarring en verlegenheid, die doen vragen naar geestelijk leiderschap.
Het is goed als de gemeente bewust midden in de huidige tijd staat en ruimte biedt voor vragen van jongeren en ouderen - tegelijk is stabiliteit nodig. Eindeloze vragen hebben iets vermoeiends, kunnen afleiden van waar het werkelijk om gaat in de gemeente. Als ouderling word je wel geroepen tot antwoord op concrete vragen als: Waarom hebben wij geen kindernevendienst? Waarom brandt er geen kaars in de kerk? Enzovoort. Het is een gave als al deze vragen naar een hoger niveau gebracht worden, als we nadenken over wie Jezus Christus voor ons is, en voor onze kinderen. Dat is dé vraag waar het Jezus - in de Hebreeënbrief twee keer de overste Leidsman genoemd - voortdurend om te doen is. En het zoeken naar of spreken over dat antwoord bindt samen. Want op het antwoord van Petrus (Matth. 16:16) wordt de gemeente gebouwd!

Standvastig
Als ik aan christelijk leiderschap denk, noem ik dr. Martyn Lloyd­ Jones, al zou hij de benaming christelijk leider voor zichzelf nooit gekozen hebben, want 'Eén is uw Meester, namelijk Christus en u bent allen broeders' (Matth. 23: 8). Wij mógen daarom zelfs geen leiders of meesters genoemd worden (Matth. 23:10). Lloyd-Jones schrijft in zijn boek In God verbonden dat een tijd van moeilijkheden en gevaar dikwijls ook een tijd van paniek is, wat mensen op allerlei manieren laten merken. Wat is de weg die hij wijst (mijns inziens hét kenmerk van leiderschap)? Het gaat om het ons eigen maken van algemeen geldende uitgangspunten, waardoor we niet meer dwalen. 'Het gevolg van het onderwijs van het Nieuwe Testament is altijd dat het ons standvastig maakt.' Het eerste uitgangspunt in een tijd van verwarring is: 'Laten we nadenken, laten we de waarheid inzien, laten we het bijbels getuigenis stevig vasthouden.' Bidden volgt voor Lloyd-Jones op het onder ogen zien en toepassen van de bijbelse waarheid in ons leven. Christenen hoeven daarom niet in een onzekere situatie te verkeren, omdat ze weten waar ze staan, wie ze zijn en wat ze gekregen hebben. Moeten we zeggen dat de roep om geestelijk leiderschap daarom vooral een aansporing tot bijbels onderwijs is? Door het geloof gaan we de waarheid verstaan.
Levenslessen en oefening in het leven van het geloof doen ons de waarheid dîeper verstaan. Aan zulke christenen heeft onze tijd behoefte - mensen die leiding geven zonder dat ze het zelf veelal beseffen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 20 september 2007

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

Leiderschap gevraagd

Bekijk de hele uitgave van donderdag 20 september 2007

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's