De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

INGEZONDEN

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

INGEZONDEN

6 minuten leestijd

Vakantieweek gehandicapten
Terugkijkend als staflid op een vakantieweek met verstandelijk gehandicapte mensen, liet ik de gesprekken de revue passeren. Veel gesprekken zijn er geweest met gasten. Rijk gezegend ga je naar huis als je merkt hoe de gasten met hun geloof bezig zijn. Hoe fijn is het om samen met hen te zingen. Onze gasten doen dat graag, ze getuigen hiermee op een hartverwarmende wijze van hun geloof in hun Zaligmaker. Tijdens de bijbelverhalen wordt goed geluisterd.
Het gaat tijdens deze week niet steeds over het geloof. Er worden spelletjes gedaan, er is een speurtocht, een uitgaansdag, een uitslaapochtend en nog veel meer.
Tijdens één van de gesprekken die we als stafleden hadden, werd de opmerking gemaakt dat er weinig mannelijke stafleden meegaan en dat de vakantieweken daarom samen met de mannenverenigingen zouden georganiseerd moeten worden. Met deze laatste opmerking ben ik het niet eens, want de Bond van Hervormde Vrouwenverenigingen organiseert deze weken op uitstekende en professionele wijze. Wel zou ik de mannen onder ons aan willen sporen zich aan te melden.
Om mee te willen in een vakantieweek moet iedereen zich elk jaar opnieuw aanmelden. Je wordt er niet voor gevraagd. In november komt in De Waarheidsvriend een oproep voor aanmelding voor de vakantieweken. Ik voeg eraan toe: Mannen, meld je aan!
Hoe weet je of je geschikt bent voor zo'n vakantieweek? Vraag het je vriendin (aanmelden kan vanaf negentien jaar), verloofde of vrouw. Vraag aan familie en/ofkennissen of zij vinden dat je dit zou kunnen doen. Mag je na zo'n week denken dat je goede werken doet? Ik denk het niet. Het is juist genade dat je zoiets mag doen. Het zijn leerzame weken. Zeker als je ziet hoe een mens met verstandelijke beperkingen maar geestelijk hoogbegaafd tijdens een huifkarrentocht onbevangen aan een vreemde vraagt of diegene de Heere Jezus ook kent. Wij zijn misschien wel verstandelijk hoogbegaafd, maar we kunnen tijdens zo'n vakantieweek veel Ieren.
De inleiding in de map met instructies eindigt als volgt: 'Christus roept Zijn gemeente tot gemeenschap met Hem, maar ook tot gemeenschap met elkander. Hieraan gestalte geven in een vakantieweek is een grote opdracht. Onuitvoerbaar, als wij op onszelf zien, met vreugde te volbrengen, als wij zien op Hem, Die gezegd heeft: 'Want ook de Zoon des Mensen is niet gekomen om gediend te worden, maar om te dienen en Zijn ziel te geven tot een rantsoen voor velen' (Mark. 10:45).'

J. Hendriksen, Scheemda

Tweede dienst op zondag
De laatste tijd wordt in verschillende bijdragen aan De Waarheidsvriend het probleem aangesneden van de (sterk) verminderde belangstelling voor de tweede kerkdienst op zondag. Het wordt niet zo expliciet gezegd, maar onderhuids wordt de 'schuld' van deze verminderde belangstelling bij het 'kerkvolk' gelegd. Nu wil ik allerminst ontkennen dat de houding van de mensen daarvoor een oorzaak is. Bijvoorbeeld de schets van ds. P.L. de Jong over de socio-druk is heel herkenbaar en heel wezenlijk. Natuurlijk moeten we constateren dat de instelling van mensen is veranderd en dat er andere leefgewoonten zijn ontstaan waar de avonddienst helaas niet meer in past. Maar er is meer.
Drs. P.J. Vergunst wijdt in De Waarheidsvriend van 9 augustus zijn bijdrage aan de inhoud van de prediking. Hoewel het artikel is bedoeld als een aansporing tot bezinning op de themadiensten, voegt hij mijns inziens een belangrijk aspect aan de discussie over de tweede dienst op zondag toe. Terecht stelt hij dat de avonddienst (of voor anderen middagdienst) moet bijdragen aan de geestelijke vorming van de gemeente en hij geeft een aantal aspecten weer van de toespitsing van de geloofsleer vanuit de Heidelbergse Catechismus op de dagelijkse praktijk van het leven en de vragen waar mensen mee worden geconfronteerd. Ik weet niet of het beeld dat hij schetst ook realiteit is in zijn gemeente, maar mijn ervaring is dat het - op een enkele uitzondering na - in veel gemeenten heel wat minder ideaal toegaat. Heeft de verminderde belangstelling voor de avonddienst niet ook te maken met de wijze waarop predikant en/of kerkenraad deze invullen? Wat is het onderscheidende van de avonddienst ten opzichte van de morgendienst? Is er wel een onderscheid?
Theoretisch misschien wel, maar praktisch nauwelijks. Denk alleen maar even aan de avonddiensten waarin een gastpredikant voorgaat. Het komt nogal eens voor dat de gastpredikant de preek houdt die hij 's morgens in eigen gemeente heeft gehouden. Dat blijkt bijvoorbeeld uit een opmerking als: 'Ik hou in mijn eigen gemeente een serie preken over ... en dat wil ik hier vanavond ook aan de orde stellen.' Soms is zelfs de liturgie niet eens aangepast en wordt na de geloofsbelijdenis als lied opgegeven 'Vergeef mij al mijn zonden ...' - je zingt dat normaliter na het lezen van de wet ('s morgens dus). Maar ik haast mij te zeggen dat het niet alleen aan de gastpredikanten ligt: ook de eigen predikant komt er soms nauwelijks aan toe om de avonddienst een bijzonder karakter te geven. Kortom, de avonddienst is ' meer van hetzelfde' en daar hebben mensen geen zin meer in of zien ze de zin niet van. Komt het niet vaak voor dat je 's maandags nog diep in de herinnering moet graven waarover in de morgendienst op de dag daarvoor is gepreekt? De avondpreek verdringt als het ware de preek van 's morgens. Dat zou mijns inziens dus anders moeten. Dat kan ook anders.
Als in elke gemeente 's avonds uit de catechismus zou worden gepreekt op de wijze zoals P.J. Vergunst dat schetst, met een ster­ke toespitsing op de levensvragen van de moderne mens, dan zou er al veel gewonnen zijn. Om 'het probleem 'van de gastpredi­kant' op te lossen, zou de kerkenraad een schema kunnen maken, dat voor elke week aangeeft welke zondag van de Heidelbergse Catechismus aan de orde komt, rekening houdend met allerlei bijzondere dagen in het kerkelijk jaar.
Ik begrijp best dat het een nadeel is voor de uitgenodigde predikant, want dan moet hij zich als gastpredikant weer inleven in een andere preek dan hij 's morgens heeft gehouden. Dat zal voor kandidaten en predikanten met een korte staat van dienst werkelijk een nadeel zijn.
Maar er kan nog meer gebeuren: theologen die daar affiniteit mee hebben, zouden preekschetsen kunnen aanreiken waarin de te behandelen onderwerpen voorbereid en uitgediept worden. Ook zou er eens nagedacht moeten worden over een iets andere liturgie of wellicht een geheel andere vorm van de dienst. Ik snap ook best dat men daarbij moet laveren tussen Scilla en Charibdis omdat je het ene deel van de gemeente niet wilt verliezen bij het winnen van het andere deel.
Misschien gaat dit allemaal veel te ver voor de korte termijn. Het zou al een grote winst zijn als elke kerkenraad een beleid zou for­muleren voor het inrichten van de avonddiensten.

Ir. H.A. Spanjersberg, Rotterdam

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 20 september 2007

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

INGEZONDEN

Bekijk de hele uitgave van donderdag 20 september 2007

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's