De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Het aannemen in Johannes 3

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Het aannemen in Johannes 3

BIJBELTEKST BEGREPEN

4 minuten leestijd

'Een mens kan geen ding aannemen, zo het hem uit de hemel niet gegeven zij' (Joh. 3:27). Deze woorden zouden een struikelblok in het geestelijk leven kunnen zijn. In welk verband staan ze?

Het is inderdaad van groot belang te letten op het verband van deze woorden. Daarover (Joh. 3:25-30) dus eerst iets.

Krampachtig gevoel
Op een dag komen de discipelen van Johannes bij hun geƫerde meester en zeggen: 'Jezus de rabbi van Nazareth is aan het preken en dopen, een eindje verderop bij de Jordaan. En een mensen dat erop afkomen! Wat een toeloop! Iedereen loopt bij u weg en loopt over naar Jezus.'
Dit bericht zou voor Johannes een uitnodiging hebben kunnen betekenen om zijn positie te gaan verdedigen en in het geweer te komen. Niemand wil toch immers graag beconcurreerd worden. In zo'n geval krijgen wij mensen het krampachtige gevoel dat we een beetje harder moeten gaan lopen om tegen die ander op te kunnen bieden. Dat is vooral zo onder mensen die vaak het woord voeren en een grote aanhang hebben. Maar dan het ootmoedige antwoord van de Doper. Er komt een blijde glans in zijn ogen. 'Goed zo', zegt hij, 'dat is nu juist wat ik graag wil. Het verloopt alles precies volgens plan.' Johannes laat zich niet tegen Jezus uitspelen. Hij laat geen wig drijven tussen hen beiden. Hij vecht niet voor zijn eigen zaak. Hij doet zelfs heel graag - niet noodgedwongen - een beslissende stap terug.

Eigen plaats en taak
'Want u moet er goed op letten', zegt hij, 'ieder mens krijgt zo zijn plaats en taak in het leven. En die krijgt hij vanuit de hemel. Jezus als de Messias en ik als Zijn heraut. Ik ben niet geroepen om Messias te zijn. Ik zou me schamen om zo verschrikkelijk boven mijn stand te gaan leven.' Johannes kent zijn plaats, hem van hogerhand toegewezen: de plaats van een mens met een boodschap van boven. 'Geen mens kan ook maar over iets beschikken wat hem niet vanuit de hemel (van Godswege) geschonken is (toegestaan is om te doen).'
Calvijn legt het laatste als volgt uit: 'Dit toch is voor ons allen de maat: zo te zijn als God ons hebben wil ... ' 'Want vanwaar komt het, dat (...) mensen zich verheffen, dan alleen daardoor dat wij niet in afhankelijkheid van de Heere leven, zodat wij tevreden zijn met de plaats, die Hij ons toewijst.'
Laat ons dat tot troost zijn: de Heere geeft aan ieder van ons een plaats in het leven, waar we Hem dienen mogen als in een goddelijk beroep. En laat ons dan vooral niet naar anderen kijken en hen benijden, omdat zij meer roem en eer oogsten. Ieder mens heeft zijn eigen en unieke roeping.

Geen diefstal
Deze tekst betekent dus niet dat wij om de Heere Jezus als onze Zaligmaker te kunnen aannemen, eerst moeten weten dat Hij ons gegeven is vanuit de hemel.
Het is zeker waar dat het geloof een geschonken Zaligmaker aanneemt: geschonken in het beloftewoord en geschonken door Woord en Geest (vanuit de hemel). 'Niemand kan tot Mij komen, tenzij dat de Vader, Die Mij gezonden heeft, hem trekt' (Joh. 6:44). En: 'al wat Mij de Vader geeft, zal tot Mij komen' (Joh.6:37). Gods kind steelt geen Jezus Die hem niet toekomt. Hij mag het als een Godswonder ondervinden dat hij de Heere Jezus als zijn Zaligmaker zich steeds mag toe-eigenen. En wie dat nog niet heeft gedaan, laat hij of zij dan een beroep doen op wat Jezus aan de laatstgenoemde tekst toevoegde: 'En die tot Mij komt, zal Ik geenszins uitwerpen' (Joh. 6:37).
John Bunyan heeft eens gezegd: 'Zo ik ooit in mijn gehele leven met satan worstelde om enig woord van God, dan was het om dit goede Woord van Christus; Hij (satan) aan het ene eind, ik aan het andere. 0, hoe werkten wij ... Hij trok en ik trok, maar God zij geprezen, ik behield de overhand en ik proefde de zoetigheid ervan.'

Heilige tevredenheid
Intussen blijft waar dat het in Johannes 3:27 niet gaat over de daad van het geloof in het aannemen van Jezus, maar over onze roeping en taak in dit leven, ons van Godswege gegeven. Zalig de mens die in heilige tevredenheid de Heere daarvoor dagelijks dankt. Hij voelt zich geen misdeeld kind. Hij is een mens die leeft van het wonder.

Vragen voor de rubriek 'Bijbeltekst begrepen' kunnen worden ingestuurd naar de redactie (adres zie colofon op pag . 7) of gemaild naar geref.bond@)tiscali.nl.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 20 september 2007

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

Het aannemen in Johannes 3

Bekijk de hele uitgave van donderdag 20 september 2007

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's