Genade als genade
HET VERBOND [3, SLOT]
De kwestie van verbond en belijden is voortdurend teruggekomen binnen de kerk der Reformatie in Nederland. Bij elke afscheiding is het belijden doorslaggevend geweest. Het verbond had niet zoveel gewicht dat men gebleven is.
Verbond en belijden waren van betekenis in 1834, bij de Afscheiding, in 1886, bij de Doleantie, in 1944, bij de Gereformeerde Kerken (artikel 31), daarnaast bij het ontstaan van enkele kleinere kerken en recent bij de Hersteld Hervormde Kerk. Vergeleken met de tijd van de Reformatie kan echter gevraagd worden of men zich later terecht op het belijden heeft beroepen om afscheiding te rechtvaardigen.
In ieder geval was het belijden, zoals verwoord in de Drie Formulieren van Enigheid, niet echt in het geding. Hooguit ging het om onderdelen ervan. De vraag kan dan gesteld worden of men het geduld van de Reformatie heeft betracht door tot het uiterste de eenheid te zoeken en te bewaren. Ging het echt om de kernmomenten van het geloof, waar de kerk mee staat of valt?
Naar ons gevoelen is dat bij afscheidingen in de negentiende en twintigste eeuw niet gebeurd en heeft men niet gehandeld in de lijn der Reformatie. Men heeft te kort door de bocht niet de grote katholieke lijn van de Reformatie vastgehouden. In ieder geval was het niet eerste optie om de kerk te hervormen, zoals dat bij de Reformatie wel het geval was. Eerste aanzet was om, door zich af te scheiden, de kerk der Reformatie voort te zetten en dit als reformatie te beschouwen.
Hoezeer we in veel gevallen begrip kunnen opbrengen voor meerdere zaken, zeker rond 1834, en er ook sprake is van wederzijdse schuld, tóch is het spoor van de lankmoedigheid van God niet gedegen bewandeld.
Inhoud
Dit alles hangt samen met de vraag naar de inhoud van het verbond. Wanneer het verbond geen breekpunt is maar het belijden wel, komt de vraag boven of het belijden in overeenstemming is met het verbond. Het verbond is immers geen lege huls, los van het belijden. In ons belijden gaat het ook om de inhoud van het verbond. Wanneer hervormd-gereformeerden zich recent hebben laten meenemen met Samen-op-Weg de Protestantse Kerk in Nederland in, dan heeft het verbond daarin een grote rol gespeeld.
Toch mag dit niet in mindering op het belijden gebracht worden. Het belijden van de Protestantse Kerk is immers niet te vergelijken met het belijden van Rome ten tijde van de Reformatie. Het lutherse belijden, ook waar het helaas verschilt met het gereformeerde belijden, en zeker het gereformeerd belijden van de drie formulieren zijn er totaal niet mee te vergelijken.
Reden waarom voor hervormd-gereformeerden zowel op grond van het verbond, alsook vanwege het belijden geen echte reden was om af te haken. Het gereformeerd belijden is in de Protestantse Kerk helaas verzwakt en dat betreuren we zeer. Ondertussen is het er zeker niet verdwenen. De vrijheid om ernaar te leven en te handelen evenmin. We mogen vertrouwen dat God in Zijn verbondstrouw de inhoud van het verbond zal willen blijven realiseren door Woord en Geest. Een inhoud die ten diepste bepaald wordt door de genade van God in Christus via het werk van de Heilige Geest. Iets dat gelijk is aan de kerninhoud van het belijden.
Drie-enige God
Dat brengt ons bij de vraag naar de relatie tussen het verbond en de drie-eenheid van God als kern van het belijden. Eveneens brengt het ons bij de relatie tussen verbond en uitverkiezing.
Zowel verbond als verkiezing hebben immers te maken met de drie-eenheid. We zijn hier in de theologie aangekomen bij een punt waar alles met alles samenhangt. Want uitverkiezing is een zaak van God de Vader, terwijl de Zoon Zich bereid verklaart het zaligmaken van zondaren te bewerken en de Heilige Geest het werk van Christus wil toepassen door persoonlijk geloof. Maar ook het verbond is een zaak van God de Vader, Die in Christus Zijn verbond opricht met zondaren, terwijl de uitgestorte Pinkstergeest de inhoud van het verbond bij die zondaren thuisbrengt.
Kerngegeven bij alledrie - zowel bij Gods drie-eenheid, bij de verkiezing, als bij Gods verbond - is het feit dat het genade is om genade te ontvangen. Bij Gods drie-eenheid gaat het om genade alleen, bij verkiezing en verbond eveneens.
Genadekarakter
Opvallend is dat sinds de Reformatie in Nederland, met name na de synode van Dordt in 1618-1619, een voortdurende strijd is gevoerd om dit genadekarakter van de genade. Vooral in de strijd tegen het remonstrantisme. We denken aan Comrie en vele anderen. Die strijd is terecht gestreden, want als het genadekarakter van genade verdwijnt, wordt tekortgedaan aan het God-zijn van zowel de Vader, de Zoon, als de Heilige Geest. Eveneens is dan de uitverkiezing in haar wezen aangetast en wordt het verbond van haar inhoud beroofd. Goed dus, die strijd om het genadekarakter van genade.
De vraag is echter of die strijd altijd met goede wapens is gestreden. Bekend is van Kohlbrugge dat hij het betreurde dat Dordt de remonstranten had bestreden vanuit de uitverkiezing en dan nog wel via zeer verstandelijke redeneringen. Kohlbrugge had liever het wapen van de rechtvaardiging van de goddeloze gebruikt. Een ander wapen, maar met hetzelfde doel en resultaat.
Persoonlijk vraag ik me af of het wapen van de drie-eenheid van God niet zeer effectief had kunnen zijn. Uiteraard ging het bij Dordt om de uitverkiezing. Daarom is begrijpelijk dat op dit front gestreden is. Maar de achterliggende kwestie was het genadekarakter van genade. Zelfs bij de leer van de verwerping gaat het om dat genadekarakter, waarin God in Zijn vrijmacht ons niets verplicht is. In de drie-eenheid van God belijden we dat genadekarakter van genade. Vandaar! Genade is genade, want werk van God drie-enig. Wij kunnen onszelf nooit verlossen van zonde en dood door ons aan onze eigen haren uit het moeras te trekken. Elke vorm van zelfverlossing is uitgesloten. God moet het doen, Hij moet eraan te pas komen. Drie keer zelfs: als God de Vader in Zijn verkiezende liefde, als God de Zoon in Zijn verlossend werk, als God de Heilige Geest in Zijn plaatsmakende en toepassende arbeid.
Scheefgetrokken?
Naar mijn gevoelen heeft de strijd in de kerk van Nederland na Dordt een zekere verkramping gekend door de zeer grote nadruk op verkiezing om daarmee het genadekarakter van genade te bewaren. Op zich is het willen bewaren van dat genadekarakter een zeer goede zaak. Daar ging het Dordt ook om. Maar Dordt heeft bij alle accent op de uitverkiezing eveneens groot accent gelegd op de middelen der uitverkiezing. Met middelen der uitverkiezing bedoelde Dordt datgene waardoor de verkiezing zich realiseert. We mogen dan denken aan de prediking, het geloof in Gods beloften, de sacramenten, het werk van Christus en van de Geest. Ook aan Gods verbond. Gods verbond als middel der verkiezing voorkomt immers het samenvallen van verbond en verkiezing.
De vraag is nu of na Dordt deze middelen der verkiezing niet te veel vergeten zijn, zodat de verkiezing wat scheefgetrokken werd. Het zou kunnen zijn dat de versplintering van de kerk der Reformatie in Nederland daar ook mee samenhangt. In ieder geval houdt het verband met de ongeoorloofde afwijking van het aanbieden van Gods genade aan enkel de uitverkorenen, in plaats van aan goddeloze zondaren. Immers, hoewel onbedoeld, wordt hiermee het remonstrantse paard van Troje binnengehaald door uitverkorenen hoog te paard te zetten. En de rechtvaardiging van de goddeloze wordt verkwanseld. Genade is niet meer 'onderscheid maken waar geen onderscheid is'.
Vraag achteraf
Of de kerk in Nederland een andere geschiedenis gehad zou hebben wanneer de strijd om het genadekarakter van genade minder bezien was vanuit de uitverkiezing alleen en meer vanuit de drie-enige God, terwijl de middelen der verkiezing centraler hadden gestaan, blijft een vraag die achteraf niet is te beantwoorden.
Wel is het interessant die vraag te stellen, want we kunnen er voor vandaag ons voordeel mee doen. In elk geval is helder dat de middelen der verkiezing belangrijk zijn en dat de drie-eenheid van God ons kernbelijden is, waar de uitverkiezing totaal mee samenhangt.
Evenzeer hangen andere kernnoties van het gereformeerd belijden samen met de drie-eenheid van God, zoals onze totale verdorvenheid door de zonde, geloof, wedergeboorte, bekering, rechtvaardiging, heiliging. Ja, heel het kerkelijk belijden hangt samen met het rechte verstaan van de drie-eenheid Gods. Ook het verbond dus.
Alleen in crises
Verbond en belijden horen bijeen. Enkel in echt crisissituaties, zoals bij de Reformatie, waarin het functioneren van de drie-eenheid Gods werkelijk in het geding is, is een breuk onvermijdelijk. Immers, hoewel Rome de drie-eenheid van God belijdt, toen en nu, is haar genadeleer er totaal mee in strijd. Door te leren dat wij mensen ook iets kunnen verdienen om zalig te worden, wordt afgedongen op het genadekarakter van genade, dus op totale verlossing door God alleen, als Vader, Zoon en Heilige Geest.
Situatie nu
Zou de Protestantse Kerk onverhoopt komen tot het verkwanselen van haar belijdenisgeschriften en daarin van de Schrift, zou ze komen tot het ontkrachten van de drie-eenheid Gods, omdat ze in haar publieke belijden en kerkelijke praktijk zalig worden geheel of ten dele toeschrijft aan de verdienste van goede werken, zodat het preken en functioneren van genade alleen onmogelijk wordt, dán zouden alle signalen op rood komen.
Het verbond zou in haar belijdende inhoud zozeer ontkracht zijn, dat het niet in staat is de kerkelijke eenheid te garanderen. Er zal een reformatie moeten komen. Indien niet, dán zou, omdat onbekeerlijk wordt voortgegaan het evangelie van genade alleen, dus de arbeid door God drie-enig alleen, af te wijzen, het moment aangebroken kunnen zijn om te zeggen: 'Zij zijn van ons uitgegaan.' We zijn in een situatie gekomen, vergelijkbaar met die van Luther en Calvijn.
We hopen en bidden ondertussen dat dat nooit zal gebeuren. Ja, we hopen en bidden dat het tegendeel gebeuren zal, namelijk een hernieuwd opleven van het genadekarakter van Gods genade.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 27 september 2007
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 27 september 2007
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's