De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

GLOBAAL BEKEKEN

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

GLOBAAL BEKEKEN

4 minuten leestijd

Pastoraal medewerker J. Broekman uit Voorthuizen, 'dol op kerkgeschiedenis', schreef in de Veluwse Kerkbode na een dienst in Kootwijk:

(...) Achter die mensen zag ik het voorgeslacht, dat ook al trouw opkwam naar dat schitterende oude kerkje op de Brink. Een kerk gevuld met mensen in de Veluwse dracht met het kerkboek in de hand. Een kleine, maar trouwe schare. Na een harde werkweek de rust van de zondag . Onwillekeurig denk je dan aan dat ietwat onaardige oude rijmpje dat velen nog kennen:
Kootwiek is een darp
Met zeuven huzen en een kark
D'r kommen boeren uut
Met een bochel op d'r huud.
De kerkenraad van Kootwijk is in de jaren tachtig van de 19e eeuw geregeld in de oude pastorie aan de toen nog geheten Putterweg hier in ons dorp geweest om ds. Van den Bergh om raad te vragen in hun probleem rond de vervulling van de vacature die Kootwijk al bijna achttien jaar had. Uiteindelijk is daar de eerste kandidaat die de VU afleverde, Houtzagers, beroepen en bevestigd.
Daarmee was de aanzet gegeven tot de Doleantie. Kootwijk begon, enkele dagen later gevolgd door Voorthuizen. Een historische gebeurtenis in een 'gering dorp', zoals burgemeester Nairac van Barneveld Kootwijk noemde.
Kootwijk heeft wel meer opmerkelijke dingen meegemaakt. In vroeger dagen was de bevolking zeer arm. Het traktement van de dominee was daar een afspiegeling van. Deze predikheren waren daarom genoodzaakt om naast hun werk in de kerk boerenwerk op het land te verrichten. Men was dominee-boer. De eerder genoemde burgemeester Nairac vertelt daarover een bekende anekdote in een van zijn boekjes.
Het was op een zondagmorgen dat de dominee met de ploeg op het land aan het werk was. De goede man had kennelijk niet in de gaten dat het zondag was. De gemeente zat al in de kerk op de dominee te wachten. Grote nood dus! Maar de nuchtere Kootwiekers hadden een eenvoudige oplossing : De klok was dichtbij de hand en de hand was dichtbij de klok. Men ging luiden! Nairac schrijft:

'De Gemeente hoefde de 119e psalm niet geheel uit te zingen, voor de predikstoel bezet werd.                                        

                                                                                        ***
In het Friese Fochteloo werd in 2002 een monument onthuld ter herinnering aan de joodse dwangarbeiders van het kamp Ybenheer aldaar. David Vos, overlevende van dat kamp, vertelde zijn verhaal aan Niek van der Oord, schrijver van Jodenkampen (uitg. Kok), die het alsnog opnam in de pas verschenen tweede druk van dit boek. Twee fragmenten:

• Van Fochteloo had de destijds 19-jarige Hagenaar nooit gehoord. De tewerkgestelden moesten zich melden op het station Holland Spoor in Den Haag. (...) De in colbert geklede Hagenaar had al zijn onder andere in de diamanthandel verdiende geld, ongeveer fI. 40.000,00 bij zich. Bij aankomst in het kamp moesten de dwangarbeiders waardevolle bezittingen afgeven. David, die uit angst zijn geld kwijt te raken alles had meegenomen, was in één keer zijn hele vermogen kwijt. De jongemannen reisden zonder vrees naar Fochteloo af.

'We wisten niks. Niemand vertelde ons iets', verzucht Vos. De gemengd gehuwde Remy Sabatinie was een heel goede vriend van David. Hij hoefde niet naar Fochteloo, maar ging vrijwillig mee. Beiden zagen het min of meer als een avontuur. Een derde vriend, Johnny Fresco, wilde ook vrijwillig mee. Hij mocht niet van zijn vader. ( ...)
Hij schrok enorm toen hij zichzelf voor het eerst in jaren in de spiegel zag . David woog nog slechts 24,5 kilo. (...) De pijn slijt niet. Als hij in Fochteloo stilstaat bij het monument met aan de zijkant de twee karakteristieke betonnen palen van de concentratiekampen komt dat tot uiting. Later herpakt de Amsterdammer zich. Hij zegt vol wrok te zitten. 'Ze hebben de Joden geruimd, net als nu de kippen. Onder het toeziend oog van de hele wereld is het gebeurd'
.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 4 oktober 2007

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

GLOBAAL BEKEKEN

Bekijk de hele uitgave van donderdag 4 oktober 2007

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's