Calvijn over de predikant
'Slechts dit vraag ik dringend, dat het gelovige mensen toegestaan wordt hun God te horen spreken en van Hem Die onderwijs geeft, onderricht te krijgen. Hij wil immers door mensen gekend worden, van de geringste tot de voornaamste.'
Deze woorden schreef Johannes Calvijn in het voorwoord voor de Franse bijbelvertaling van zijn neef Olivetanus. Hij was op dat moment in 1535 nog niet betrokken bij het werk van de reformatie in Genève. Een Bijbel bezitten en de mogelijkheid hebben om dit boek te lezen is echter niet voldoende. 'De Heere stelt ook meesters boven ons; door hun dienst kunnen wij geholpen worden.' Enerzijds is dit voor gemeenteleden een oefening in gehoorzaamheid, wanneer zij Gods dienaren horen spreken, alsof zij Hem zelf hoorden. Anderzijds kant komt Hij hun zwakheid te hulp, doordat Hij hen op menselijke wijze wil toespreken, om hen tot Zich te lokken. Het getuigt van hoogmoed, wanneer mensen menen dat zij voldoende kunnen vorderen door persoonlijke lezing van het Woord, en de prediking versmaden.
Zeker en zonder twijfel
De verkondiging van het evangelie en de bediening van de sacramenten vormen voor Calvijn de kerntaken van een predikant. Een prediker mag niet al weifelend spreken, alsof hij zijn eigen bedenksels wil invoeren, maar hij moet de Naam van God zeker en zonder twijfeling kunnen voorhouden. In de commentaar op Jeremia 1:9 lezen we verder: 'Laten wij dus weten dat alles wat uit het vernuft van de mens voortkomt veracht kan worden, omdat God wil dat Hem alleen deze eer wordt toegebracht.'
Het profiel van een trouwe leraar ziet er dan als volgt uit: zij verzinnen niets uit zichzelf, onderwijzen niet naar eigen willekeur, maar voeren trouw uit wat God heeft opgedragen. Om deze taak goed uit te kunnen voeren is een gedegen opleiding noodzakelijk, waarbij kennis van het Latijn, Grieks en Hebreeuws een eerste vereiste is.
Het volle leven
Vanaf het begin van zijn werk in Genève heeft Calvijn zich beziggehouden met de opleiding van toekomstige predikanten. Pas in 1559 kon de Academie van Genève gerealiseerd worden. W.F. Dankbaar merkt in zijn studie Calvijn, zijn weg en werk op: 'Met name voor de kerk achtte hij wetenschappelijk gevormde dienaren onontbeerlijk. De kerk zou immers geen afgesloten sektarische gemeenschap, maar belijdende volkskerk moeten zijn, staande in het volle leven. Daarom geen kerk zonder theologie en geen theologie zonder algemene wetenschappelijke ontwikkeling.'
Altijd leerling
Vele jonge mannen ontvingen hun theologische opleiding in Genève om daarna uitgezonden te worden naar gemeenten in Frankrijk en elders in Europa. De afronding van hun studie heeft niets te maken met gearriveerd zijn of het verwerven van een bepaalde status. Elke prediker blijft principieel levenslang in de positie van een leerling verkeren. Bij de overdracht van de boodschap maakt God gebruik van de bemiddeling door mensen.
De mensen die God daarvoor uitkiest, kunnen aan hun taak echter geen reden ontlenen om zich meer dan een leerling te wanen. 'Ook degene die onderwijst dient net zo goed als de anderen leerling te zijn en Jezus dient de onderwijzer van allen te zijn', merkt hij op in de preek over Handelingen 7:35-37. Zo'n opmerking houdt ook de academisch gevormde prediker bescheiden.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 4 oktober 2007
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 4 oktober 2007
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's