Proces van bezinning
De liturgie in hervormde gemeenten [ 11 ]
Welke route kan een kerkenraad in zijn besluitvorming kiezen als de gemeente vraagt om bezinning over de liturgie?
Een kerkenraad zal niet van de ene op de andere dag gemeentebreed het lied in de eredienst aan de orde gaan stellen. Hij zal al langere tijd signalen opvangen dat sommige gemeenteleden hun vragen bij de tot dusver gangbare liturgie hebben. Onder ‘lied’ verstaan we hier: elk lied dat niet in de bundel van 150 psalmen plus enige gezangen voorkomt. Waarschijnlijk zal de bereidheid om liturgische vragen aan de orde te stellen groter zijn in een gemeente met diverse wijken dan in plaatsen met maar één hervormd-gereformeerde wijk of gemeente.
Kerkenraad en gemeente voelen intuïtief aan dat in het eerste geval niet alle wijken het lied zullen invoeren en dat zowel voor- als tegenstanders van veranderingen in de liturgie zo een plek binnen de gemeente kunnen blijven innemen. In een gemeente zonder wijken is die ‘uitwijkmogelijkheid’ er niet, noch voor degene die aangeeft dat hij liturgische veranderingen niet meemaakt, noch voor degene die zonder veranderingen niet langer binnen de gemeente zegt te kunnen blijven. Het gevaar van interne ‘machtsstrijd’ ligt daarom op de loer.
Toch zal het gesprek gevoerd moeten worden, omdat angst bij de kerkenraad voor het afhaken van gemeenteleden zowel naar de ene als naar de andere kant geen reden kan zijn om niets te doen.
Bezinning
Nu lijkt het wel alsof de vraag omtrent de liturgie een kwestie is van het tellen van het aantal vóór- en tegenstemmers, op grond waarvan dan een besluit genomen zal worden. Zo mogen we echter binnen de kerk niet bezig zijn. Binnen de gemeente van Christus hanteren we niet de regel dat de meerderheid plus één beslist.
We zullen op een geestelijke manier over de liturgie moeten spreken. Dat vraagt zorgvuldigheid, maar ook geduld. We mogen niet overhaast te werk gaan. Het gesprek over de liturgie moet zuiver gehouden worden. Dat kan alleen wanneer vooraf of gelijktijdig het gesprek over de gereformeerde identiteit van de gemeente gevoerd wordt.
Huizen
Als voorbeeld noem ik de hervormde gemeente van Huizen, die ik sinds vorig jaar dien. In 2002 is het zingen van een ander lied dan de psalmen vrijgegeven. Binnen de Meentwijk, de jongste wijkgemeente van Huizen, leefde al langere tijd de wens om andere liederen dan alleen de psalmen te zingen.
Het gesprek over de liturgie is eerst binnen de kerkenraad van de Meentwijk gevoerd, omdat de verantwoordelijkheid voor de liturgie uiteindelijk bij de kerkenraad ligt. De wijkkerkenraad zag na diepgaande interne bezinning geen principiële bezwaren tegen het zingen van het lied in de eredienst en is daarover in gesprek gegaan met de leden van de eigen wijk. De wens tot verruiming van de liturgie, gedragen door de leden van de eigen wijk, is daarna neergelegd bij de centrale kerkenraad van Huizen.
In dit geval ging het initiatief tot bezinning dus van de wijkkerkenraad uit. De algemene kerkenraad kan de bezinning op de liturgie natuurlijk ook zelf op de agenda zetten. In dat geval moet de algemene kerkenraad niet de indruk wekken dat zij ‘partij kiest’ en bepaalde zaken zou willen ‘doordrukken’. Dit vertroebelt het gesprek en kan aanleiding geven tot wantrouwen.
Gereformeerde identiteit
Parallel aan het gesprek over de liturgie is binnen de wijken in Huizen het gesprek over de gereformeerde identiteit van de hervormde gemeente gevoerd. Dit is bewust gedaan. Het gesprek over de liturgie mag niet worden losgemaakt van de identiteit van de gemeente. Daar moet helderheid over zijn.
In een nota, getiteld Eenheid in verscheidenheid, is door de centrale kerkenraad destijds uitgesproken dat het zingen van andere liederen dan de psalmen niet strijdig is met de gereformeerde identiteit van de gemeente. Op die manier wilde men de indruk wegnemen dat het gereformeerd gehalte van een wijk bij voorbaat afgelezen zou kunnen worden aan de gehanteerde liturgie.
Blijven bevragen
Wanneer alle kerkenraden zich duidelijk uitspreken over hun identiteit en aangeven hoe deze identiteit volgens hen doorwerkt in de keuze die zij met betrekking tot de liturgie maken, wordt tevens vermeden dat kerkenraden de indruk krijgen dat ze om hun keuze door de ander ‘gedoogd’ worden, terwijl het voor hen een principiële zaak is.
Tegelijkertijd wordt met zo’n nota over de gereformeerde identiteit bereikt dat men elkaar blijft bevragen. De criteria die door kerkenraden gehanteerd worden om het gereformeerde gehalte van liederen te bepalen, zouden in zo’n nota opgenomen kunnen worden. Uiteindelijk hebben drie van de vijf wijken in Huizen – in samenspraak met de leden van de eigen wijk en in overleg met de centrale kerkenraad – besloten opening voor het zingen van het lied te geven. Om de uniformiteit te bevorderen hebben deze wijken na onderling beraad gezamenlijk gekozen voor het Liedboek voor de Kerken, waarbij afgesproken is dat predikanten (zowel van de eigen gemeente als gastpredikanten) vrijgelaten worden in de keuze van liturgie.
Primaat van psalmen
Wie de gereformeerde identiteit serieus neemt, kan nimmer om het primaat van de psalmen heen. Dat zou bijvoorbeeld kunnen betekenen dat kerkenraden na diepgaande bezinning besluiten om alleen tot een andere psalmberijming (misschien aangevuld met enkele bijbelliederen) over te gaan en het daarbij te laten.
Kerkenraden die verder willen gaan en ruimte willen maken voor het lied, moeten het primaat van de psalmen het volle pond geven. Het gevaar is namelijk niet denkbeeldig dat in de eredienst de psalmen het als gevolg van allerlei (evangelische) invloeden op den duur gaan ‘verliezen’ van het lied, waardoor de gereformeerde spiritualiteit aangetast wordt. Het is daarom verstandig afspraken te maken over het aantal psalmen dat minimaal in iedere eredienst gezongen wordt.
Kerkenraden die voor het liedboek kiezen, zullen erop bedacht moeten zijn dat in de praktijk vrijwel alle liederen uit het liedboek gezongen gaan worden. Of men moet van tevoren op grond van toetsingscriteria een denkbeeldige streep in het liedboek zetten of bepaalde liederen bewust uitsluiten.
Geen punt achter bezinning
Wie niet in een bestaande bundel wil selecteren en het primaat van de psalmen met de daaraan gekoppelde gereformeerde spiritualiteit het meest gewaarborgd ziet in de tot dusver gehanteerde liturgie, zal het bij de bestaande liturgie willen houden. Ook dat is een keuze, die beslist niet minder principieel is dan de keuze om wel aan het lied ruimte te geven.
Wie kiest voor het uitsluitend zingen van de psalmen moet niet de illusie hebben dat daarmee voor altijd een punt is gezet achter de bezinning op de liturgie. Telkens zal deze keuze uitgelegd en toegelicht moeten worden. Vooral voor jongeren, waarvan een gedeelte niet wijkgebonden kerkt, kan het moeilijk zijn de theologische (en gedeeltelijk historische) motieven te peilen waarom wijk 1 anders beslist dan wijk 2.
Samenstemmen
Ook voor hervormde gemeenten zonder wijkgemeenten is het aan te bevelen om het gesprek over de liturgie te koppelen aan dat over de gereformeerde identiteit. Zolang geen duidelijkheid bestaat over het hart en de grenzen van gereformeerde identiteit en wat dit voor gevolgen voor de liturgie heeft, is het niet verstandig om veranderingen in de liturgie aan te brengen. De keuze in liturgie behoort namelijk volledig tot de identiteit, zoals ds. H. van Ginkel eerder in deze reeks artikelen heeft duidelijk gemaakt.
Eenheid in verscheidenheid is op zich niet verkeerd. Maar we zullen wel onder ogen moeten zien dat de (meestal niet gewenste) verkleuring van de wijken door verschil in liturgie alleen maar toeneemt. Met als gevolg dat de eenheid, die vaak al zo broos is, in vele gevallen toenemend onder druk komt te staan.
Bij alle legitieme verscheidenheid in de gemeente van Christus zal het er telkens om gaan dat er samengestemd wordt in het ene loflied, dat de Heere Zijn gemeente op de lippen legt. Samenstemmen is moeilijker dan stemming maken. Met het oog daarop is voor ons allen blijvend nodig: wijsheid, inzicht en gebed. Om gezamenlijk te beproeven welke de goede, en welbehaaglijke en volmaakte wil van God zij (Rom. 12:2b).
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 11 oktober 2007
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 11 oktober 2007
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's