Van iets naar Iemand
Meditatie: Filippenzen 3:10
Hoe gaat het er aan toe in de kennis van Christus, in de gemeenschap met Hem? Hij ging Zijn weg. Wat gebeurt er daardoor met ons op onze wegen?
‘Opdat ik Hem kenne (…)’
De apostel Paulus spreekt zijn verlangen uit om Christus te kennen. ‘Opdat ik Hem kenne, en de kracht van Zijn opstanding, en de gemeenschap van Zijn lijden, Zijn dood gelijkvormig wordende (…).’ Hij zegt dat terwijl hij vergrijsd is in de dienst des Heeren. We verbazen ons. Kende Paulus Christus dan niet? Dat deed hij zeker wel na de ingrijpende gebeurtenis op de weg naar Damascus. Toch is er na zoveel jaren de begeerte om steeds meer te kennen van, steeds meer ingeleid te worden in het heilsgeheim, dat we aan kunnen geven met de naam Christus.
Hieruit blijkt al dat het niet gaat om wetenschappelijke kennis. Het gaat om dat kennen waarover Christus in het hogepriesterlijk gebed (Joh. 17:3) spreekt: ‘En dit is het eeuwige leven, dat zij U kennen, de enige waarachtige God, en Jezus Christus, Die Gij gezonden hebt.’ Het gaat niet om het weten van ‘iets’ over Christus. Het gaat om het kennen van Hemzelf, om de gemeenschap met Hem.
Weten en kennen
In dit verband is er eens gebeden: ‘Geef mij niets, o Heere, dan Uzelf.’ Zo is er ook eens gezegd: ‘Zo gij Christus kent, is het genoeg, ook al kent ge al het andere niet; zo gij Christus niet kent, baat het u niet, ook al kent ge al het andere.’
Weten doen we van iets, kennen doen we iemand. Twee voorbeelden. Boven rouwbrieven heb ik dikwijls de tekst gelezen (Ps. 39:8): ‘En nu, wat verwacht ik, o Heere! Mijn hoop, die is op U.’ ‘Wat’ is iets, ‘U’ is iemand, en dan nadrukkelijk Iemand, met een hoofdletter.
Als Jezus met Martha op weg is naar het graf van Lazarus, dan zegt Hij (Joh. 11:25-27): ‘Ik ben de Opstanding en het Leven; die in Mij gelooft zal leven, al ware hij ook gestorven.’ Dan komt de vraag: ‘Gelooft gij dat?’ Het antwoord van Martha is: ‘Ja Heere, ik heb geloofd, dat Gij zijt de Christus.’ ‘Dat’ is iets; ‘Gij’ is Iemand, met een hoofdletter. We zouden kunnen zeggen: geloven is het gaan van de weg van iets naar Iemand. Opdat ik Hem kenne.
Geven
Christus is Zijn weg gegaan al gevende. Hij gaf Zichzelf. Hij heeft Zich overgegeven tot in de dood van het kruis. Omdat Hij zo Zijn weg gegaan is, mogen wij onze weg gaan, achter Hem aan. Zijn weg was een weg van geven. Daarom mag onze weg een weg van geven en ontvangen zijn. We mogen aan Hem geven wat we niet dragen kunnen en missen moeten. We mogen van Hem ontvangen wat we nodig hebben, wat we niet missen kunnen voor tijd en eeuwigheid. Deze twee wegen zijn zo nauw met elkaar verbonden, dat hier in het Grieks niet het woordje ‘opdat’ staat.
Wanneer we in Hem gevonden worden (vs. 9), dan is dit verbonden met het kennen van Hem (vs. 10). De volgorde op Zijn weg en op de onze is ook verschillend. Uit de geschiedenis van het evangelie weten we dat Zijn volgorde is geweest: lijden, sterven en opstaan uit de doden. In de tekst wordt een andere volgorde voor ons op onze weg achter Hem aan gegeven. Deze volgorde is: opstaan uit de doden, lijden en sterven. Zo gaat het in de leerschool van het kennen van Christus.
Opstaan uit de doden
De werkelijkheid van de woorden van Christus uit Johannes 14:19: ‘Ik leef en gij zult leven.’ De werkelijkheid van de we(r)kroep ten leven uit Efeze 5:14: ‘Ontwaakt gij die slaapt en staat op uit de doden en Christus zal over u lichten.’ In de kennis van Christus, in de gemeenschap met Hem is Hij er als de Levendmakende.
Lijden
Al gaande Zijn weg heeft Christus geleden voor de zonde, totdat het weerklonk uit Zijn mond: ‘Het is volbracht.’ Wij, op onze weg achter Hem aan, hebben te maken met het lijden aan de zonde, in het bijzonder de zonden van tekort. Sterven aan de zonde. Van de zonde losgemaakt zijn. Dat zal er eenmaal helemaal zijn. Dan zal het verdriet over zijn.
Ons verdriet over onze zonden
Ook het verdriet dat wij God met onze zonden aandoen. Op Zijn weg heeft het woord geklonken: ‘Het is volbracht.’ Voor ons op onze weg is er het woord (1 Thess. 5:24): ‘Hij, Die u roept is getrouw, Die het ook doen zal.’ En dat gaat door totdat het zal zijn (Openb. 21:6): Het is geschied.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 18 oktober 2007
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 18 oktober 2007
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's