Realistische theologie
Boek toont Luther in zijn gewone doen
Luther lezen blijft een lieve lust. Dat geldt zeker wanneer men hem tegenkomt in een boek als Luther onze huisvriend van Paul Scheurlen. Negentig jaar geleden werd het door deze Duitse predikant geschreven. Vorig jaar verscheen er een (nieuwe) vertaling.
Een aansprekend, geen moeilijk boek. We ontmoeten er de reformator in zijn ‘gewone doen’: als echtgenoot en huisvader in zijn gezin, als een man met een beroep, als bidder, als iemand die weet te genieten maar ook het nodige verdriet te verwerken krijgt. Zodoende komt hij dicht bij ons staan. Elders lijkt hij soms een geloofsheld, in wiens schaduw wij niet kunnen verkeren.
Actueel
Er is een mooi hoofdstuk over het gebed, dat een steun in de rug biedt voor onze eigen gebedspraktijk. We worden gewaar hoe Luther zichzelf aanspoort tot gebed: met het Onze Vader, woorden uit de Psalmen en de catechismus. Graag bidt hij hardop. En op het gemeenschappelijk gebed in de kerk verheugt hij zich.
Uit het hoofdstuk Ambt en beroep blijkt hoezeer Luther met beide benen op de grond staat. ‘Wie God wil dienen, hoeft in dit leven niet iets bijzonders te doen. Hij moet bij zijn beroep blijven, doen wat zijn overheid, zijn ambt en positie eisen en verlangen. Dat is het echte dienen van God.’ Dat doet denken aan de opdracht uit ons klassieke huwelijksformulier om trouw en naarstig in ons goddelijk (!) beroep te arbeiden. Ook zijn er diverse hoofdstukken gewijd aan Luthers huwelijks- en gezinsleven. We stuiten op diverse concrete aanwijzingen, waarvan er meer dan één nog actueel is. Zo moeten ouders ‘christelijke persoonlijkheden’ zijn en het goede voorbeeld aan hun kinderen geven. Van zijn eigen kinderen eist hij onvoorwaardelijke gehoorzaamheid, maar de stok heerst niet in zijn woning, al wordt er soms wel gebruik van gemaakt. Echter, ‘de ervaring leert dat liefde effectiever is dan slaafse vrees en dwang’. Verder horen we hoeveel de reformator houdt van de natuur en muziek.
Tegendraads
Eén hoofdstuk wil ik met name naar voren halen: dat over ‘het lieve, heilige kruis’. Het legt ons de zogeheten theologie van het kruis na aan het hart. Deze term alsook Luthers oneliner zijn bekend: Alleen het kruis is onze theologie. Wat wil dat precies zeggen? Allereerst dat het draait om het kruis van Christus. Dat dient centraal de staan, in prediking en pastoraat, in de theologiebeoefening, in al het kerkewerk. Maar dat is niet het enige. Daar is de hele orthodoxe christenheid het wel over eens. Het betekent óók dat God met ons omgaat op de manier van het kruis. In één woord: tegendraads. Daardoor ervaren wij dikwijls het tegenovergestelde van heil en redding, namelijk aanvechting en tegenslag. Daarin verbergt God Zich. Opdat wij onze zondige zelfverzekerdheid laten varen en eraan vasthouden, tegen alle ervaring in, dat Hij nochtans zeer nabij is. Op z’n luthers geformuleerd: God gaat met ons om onder de schijn van het tegendeel. Hij zegt nee, maar bedoelt ja, zoals de Kananese vrouw ondervond. Is dat echter geen wijze van denken en geloven die ons vreemd geworden is?
Wel of geen rozen
Heel Luthers leven is te brengen op de noemer van de theologie van het kruis. Dan blijkt dat deze theologie geen theorie is, maar dat zij in iemands leven als het ware wordt ingekerfd. Begrijpelijk dat Luther zegt: ‘Veel mensen denken dat mijn leven over rozen gaat, omdat ik uiterlijk soms zo vrolijk ben. Maar God weet hoe mijn leven er in werkelijkheid uitziet.’ Die werkelijkheid wordt gekenmerkt door ziekten. Daarin ziet Luther onder meer satan bezig. Op weg naar de Rijksdag te Worms mankeert hij van alles. ‘Maar wij komen zeker’, schrijft hij aan een vriend, ‘hoewel satan zijn best heeft gedaan om mij door meer dan één ziekte tegen te houden.’ Wanneer de pest in Wittenberg rondwaart, ziet hij daarachter een spook van de duivel schuilgaan.
Gods hand
In zulke tegenslagen merkt hij echter ook de hand van Christus op. ‘Ik maak me grote zorgen om Käthe, mijn vrouw, omdat ze binnenkort moet bevallen. Mijn zoontje is ook al drie dagen ziek; hij eet niets. Ze zeggen dat het zijn tanden zijn. Zo is er van buiten strijd en van binnen vrees en dat nog hevig ook. Christus kastijdt ons. De enige troost die wij stellen tegenover de woede van de satan is dat wij Gods Woord hebben om de zielen te redden, ook al kan hij het lichaam verslinden. Daarom bevelen wij ons aan in het gebed van de broeders, opdat wij de hand des Heeren standvastig verdragen.’
Wanneer het met kinderen tegenzit, ziet Luther ook daarover het licht van het kruis vallen. Soms, weet hij, is het Gods wil om liefhebbende ouders door ongehoorzame kinderen te beproeven. ‘Het heilige kruis in het gezin is na het kruis van Christus de hoogste schat op aarde.’ Dat is geen afstandelijke opmerking van de reformator. Want vele tranen schreit hij om het heengaan van zijn kinderen en ouders. God moet heel wat tranen van hem in Zijn kruik opvangen. In een brief aan Melanchthon lezen we: ‘Van verdriet schrijf ik vandaag niet meer, want het is redelijk en terecht dat ik als zoon zo’n vader beween.’
Gouden kunst
Vooral op de weg naar de zekerheid van het geloof moet Luther veel aanvechting verduren. Het is zijn abt die hem troost: ‘Zie op Christus, op Zijn wonden, niet op jouw waardigheid of onwaardigheid; dan krijg je vrede.’
Ook na zijn vreugdevolle ontdekking van de rechtvaardiging van de goddeloze blijven de aanvechtingen. Misschien wel juist dán. ‘Als u een roos van Christus bent, moet u weten dat u tussen de doornen moet wandelen.’ ‘Omdat wij gedoopt zijn en Christus belijden, zijn wij het mikpunt voor zowel de duivel als de wereld.’ ‘Een christen kan het kruis net zo min missen als eten en drinken.’
Dankzij aanvechtingen gaan we de Schrift verstaan, weten we wat godsvrucht en liefde is en leren we de gouden kunst van het vertrouwen. Wat doet ons dagelijks kruis? Het ‘verklaart ons de Schrift, versterkt het geloof, leert oprecht en ernstig bidden, houdt ons vlees eronder en maakt Gods Woord dierbaar voor ons, en God plant grote deugden in ons.’
Kortom, aanvechting doet ons acht geven op Gods Woord en maakt dat we het wagen met Christus. Buiten Hem hebben wij niets om op te steunen, zeker geen eigen gevoelens en ervaringen. ‘Wij zien het niet, hebben het niet in voorraad of in handen, maar enkel en alleen in het Woord.’ Dáárin schuilt rijke troost. Al zegt het verstand duizendmaal nee en ‘lijkt er geen godsdienst dwazer dan die van de christenen, ik, doctor Maarten Luther, wil van geen andere God weten dan alleen van Diegene Die aan het kruis heeft gehangen, namelijk Jezus Christus, de Zoon van God en van de maagd Maria.’
Toepassing
Doen we er niet goed aan ons door déze geloofservaring te laten meenemen en haar op onszelf toe te passen? Daardoor leren we hoezeer God ons nabij is, al lijkt Hij nog zo verborgen. Dat geeft perspectief voor het persoonlijk leven, omdat we steeds meer ontdekken ‘dat God de Timmerman is en wij het hout. Het werk is het lieve heilige kruis. Hij timmert en schaaft aan ons, zoals ook met Christus is gebeurd, opdat wij Hem gelijkvormig worden.’
Vanuit deze (geloofs)wetenschap valt ook licht op wat er gebeurt in kerk en gemeente, in ons land en in deze wereld. Als een gemeente niet doet wat men bloeien noemt, als we ons in ons missionaire getuigenis niet zo krachtig voelen en de wereld het evangelie niet aanneemt, als de gereformeerde belijdenis niet haar rechtmatige plaats krijgt en ander gedachtegoed overheerst, als ons volk niet op het rechte spoor lijkt te brengen, als gebeden om een opwekking onverhoord blijven, als wij geen wonderen zoals gebedsgenezing kunnen aanwijzen, als de islam oprukt, als de Bijbel ook geen geweldloos boek blijkt te zijn – het moet ons alles niet bevreemden. God verbergt Zich. Maar juist zó leidt Hij ons naar Zijn heerlijkheid.
Geen ‘maniertje’
Nee, kruistheologie is geen ‘maniertje’ om alles te verklaren of een vrijbrief voor gemakzucht. Een kruischristen worstelt heel wat af om Gods hand te verstaan en Gods hart te ontdekken. Maar uiteindelijk zegt hij met Luther tegen zichzelf: ‘Ik wil liever bij mijn zwakke Christus blijven.’ Een zwakke Christus? Ja, want Hij heeft Zich vernederd, de gestalte van een slaaf aangenomen hebbende.
Én Hij is opgestaan! De Gekruiste is immers de Verrezene, in Wie wij ook het graf hebben verlaten, nochtans. Ook dat licht valt ons leven binnen en doet ons bij tijd en wijle de dingen anders zien, met name wanneer het Woord bediend wordt.
Kruistheologie is misschien wel de meest realistische en vertroostende theologie die de Heilige Geest de kerk geschonken heeft tijdens haar pelgrimstocht. Daarom zijn wij vol goede moed.
N.a.v. Paul Scheurlen:
‘Luther onze huisvriend’;
Uitg. De Banier, Utrecht; 303 blz.; € 19,75.
Recent verscheen ook een dagboekje, samengesteld uit gedachten van Luther bij de Psalmen: ‘Een vaste Burcht is onze God’, uitg. Den Hertog, Houten; 384 blz.;
€ 16,90.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 18 oktober 2007
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 18 oktober 2007
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's