Gods krachtige helden
Bijbeltekst begrepen
In 1 Timotheüs 5:21 gaat het over uitverkoren engelen. Hoe moeten we over hen denken?
Het valt op dat in 1 Timotheüs 5:21 ook engelen genoemd worden. Engelen die (Gr. eklektos) uitverkoren zijn in tegenstelling tot gevallen engelen, duivelen die hun beginsel niet bewaard hebben (Matth. 25:41; 2 Petr. 2:4; Jud.:6). De goede engelen, door God geschapen, hebben bij het grondvesten van de aarde als kinderen van God gejuicht toen de morgensterren vrolijk zongen (Job 38:7). Engelen zijn liturgen (lofzangers) rondom Gods troon (zie ook Ps. 103:20; Dan.7:10). Artikel 12 van de Nederlandse Geloofsbelijdenis gaat daar ook op in.
Boodschappers
Maar deze uitnemende engelen zijn ook boodschappers en diakenen. Zij worden als Gods gedienstige geesten ‘uitgezonden ten dienste van hen die de zaligheid beërven zullen’ (Hebr. 1:14). (Zie ook 1 Kon. 19:5, 7; Ps. 91:11; Dan. 3:28; 6:23.)
De God der legerscharen heeft meer dan twaalf legioenen engelen om Zich heen (Matth. 26:53). En in de tijd van de bijzondere openbaringen in het bijzonder waren zij als een brug tussen God en Zijn kinderen op aarde (vgl. ook Joh. 1:51). Zij brachten boodschappen van God over. En zij beschermden Zijn volk tegen gevaren (Ps. 34:8).
Engelen zijn liturgen. Hoor hen zingen: ‘Ere zij God …’ (Luk. 2:14). Engelen zijn ook Gods boodschappers (Hebreeuws malachim/diakenen). Zij dienen Jezus, als Zijn verzoekingen geëindigd zijn (Matth. 4:11) en ook in Zijn strijd in Gethsémané (Luk. 22: 43). Op de paasmorgen (Joh. 20:12) en op de Olijfberg, als Jezus naar Zijn Vaderhuis gaat, zijn ze er ook. Zie ook 1 Timotheüs 3:16. Zij zijn er niet om aandacht te trekken. Zij zijn er steeds om alle aandacht voor Jezus te vragen. En ze zijn er tot hulp en ondersteuning van gelovigen (o.a. Hand. 5:19 e.v; 11:13; 12:7e.v. 15).
Leefregels voor gemeente
En dan nu de tekst waarover de vraag gaat. In de perikoop (1 Tim. 5:17-21) is Paulus bezig voorschriften voor het gemeenteleven te geven. Het gaat hier over ouderlingen die goed regeren en ook over hen die arbeiden in het Woord (dienaren van het Woord). Men moet hen dubbele eer waardig achten (vs. 17). Ook moet de gemeente goed voor haar leidslieden zorgen (vs. 18, 19).
Ga dus zorgvuldig met hen om. Calvijn schrijft in dit verband: ‘Geen mensen zijn meer onderworpen aan valse beschuldigingen en achterklappingen dan de godzalige herders.’ U moet hen niet lichtvaardig van iets kwaads betichten. Haal er minstens twee à drie getuigen bij, als u hen van iets hebt te beschuldigen (vs. 19).
Ogen van God
Anderzijds wekt Paulus Timotheüs op het kwaad niet in de doofpot te doen. Leidslieden van de gemeente die publiek zondigen, moeten publiek bestraft worden, opdat ook anderen terugschrikken van het kwaad (vs. 20). Doe niets uit persoonlijke vooroordelen en ook niet uit persoonlijke voorkeur (vs. 21). En leg ook niemand al te snel de handen op (vs. 22).
Al deze dingen vat de apostel hoog op. Waar het gaat om leidinggevenden in de gemeente moet Timotheüs ‘zo handelen alsof hij voor de ogen van God, van Jezus Christus en van Zijn engelen handelde’ (Calvijn). Een goed geordend gemeenteleven speelt zich af onder het toeziend oog van God, van Jezus Christus en van de uitverkoren engelen. Zij zullen in het eindgericht mee oordelen. (Vgl. Matth. 13:39 e.v.)
Toezichthouder
Engelen zijn liturgen en diakenen, maar ook toezichthouders. Zij kijken zorgvuldig naar de gang van zaken binnen de gemeente. Ze letten vooral ook op vrouwen en op kleinen. Daarom kan Paulus in 1 Korinthe 11:10 schrijven dat de vrouw een macht op het hoofd moet hebben vanwege de engelen. De vrouw moet haar hoofd bedekt hebben als zij profeteert of bidt. Zo neemt zij haar wettige plaats in de gemeente in en de engelen zien erop toe dat zij dat kenbaar maakt door het dragen van een hoofdbedekking.
In dit verband denk ik ook aan wat Christus zegt in Mattheüs 18:10 over de engelen die speciaal letten op de kleinen, op hen die ten val dreigen te worden gebracht en de verachten. Nee dat hoeft niet te betekenen dat elke gelovige, groot of klein, zijn speciale beschermengel (een ‘dubbelganger’ in de hemel) heeft. Maar het betekent wel dat deze engelen oog in oog met God staan en een speciale toegang tot Gods troon hebben om ‘dienaren van de zaligheid der kleinen te zijn’ (Calvijn). Op een wenk van God staan zij naast hen, nemen het voor hen op en omringen hen met hun bescherming. Wij zien hen niet altijd. Maar Gods kinderen mogen het tot hun troost ervaren: ‘Vrees niet; want die bij ons zijn, zijn meer, dan die bij hen zijn’ (2 Kon. 6:16).
Vragen voor de rubriek ‘Bijbeltekst begrepen’ kunnen worden ingestuurd naar de redactie (adres zie colofon op pag. 17) of gemaild naar geref.bond@tiscali.nl
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 18 oktober 2007
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 18 oktober 2007
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's