Angst voor de islam
Uit de pers
Een journalist schreef onlangs in de Volkskrant (29 september) dat ‘de islam de open zenuw is van de Nederlandse samenleving’. Er hoeft maar iets te gebeuren of de verscheurdheid openbaart zich. ‘Wie is er bang voor moslims?’ en het antwoord is steevast: ‘Wie niet?’ De journalist somt een lange reeks argumenten op, die ik hier allemaal niet zal herhalen. Ik noem alleen de laatste: omdat ze onze politici bedreigen, geen kritiek kunnen velen en onze cultuur van ontspanning en tolerantie opblazen.
Als er ergens generaliseringen dreigen, dan wel als het gaat over dit onderwerp. Ook dat lijkt kenmerkend geworden voor onze samenleving: meningsverschillen breed uitmeten en met verbaal geweld op de spits drijven. Iemand schreef daarom onlangs terecht: ‘Democratie veronderstelt matiging van toon in het publieke debat en verzachting van de politieke strijd, zodat fysieke en verbale wreedheden zo veel mogelijk uit de politieke concurrentie worden verbannen.’
Een goed voorbeeld van hoe je over de realiteit van de islam in onze samenleving dient te spreken, trof ik aan in CV.Koers (september).
Ds. Cees Rentier (als predikant werkzaam bij de stichting Evangelie & Moslims) en Hans Jansen (arabist aan de universiteit van Utrecht) ontmoeten elkaar en gaan met elkaar in debat over het onderwerp Nederland: Mekka voor moslims?
Laten we om te beginnen eerst eens proberen vast te stellen over wie we het eigenlijk hebben wanneer we spreken over ‘moslims in Nederland’.
Rentier: 'Ik denk dat de huidige generatie moslims – meer dan hun ouders – gedwongen wordt om de vraag te beantwoorden wat voor moslim ze eigenlijk zijn. Moslim-zijn als belonging (enkel vanwege traditie, het horen bij een bepaalde groep) in plaats van believing, is steeds meer verleden tijd. Daardoor komt er een proces op gang waarin heel verschillende keuzes worden gemaakt. Er zijn mensen die een radicale, orthodoxe vorm van islam gaan aanhangen en er zijn mensen die een liberalere lijn aanhangen, die zich overigens tot op heden nog niet ontwikkeld heeft tot een officiële liberale theologie. Daarnaast zijn er mensen als Ehsan Jami die, nu ze er kritisch over gaan nadenken, tot een conclusie komen dat ze niet langer tot de islam willen behoren.'
Jansen: 'Een westerse, liberale islam bestaat inderdaad nog niet. Misschien dat het nog komt. Mijn zorgen gaan uit naar de groep radicalen. Uit die groep komen toch af en toe mensen voort die het ontzettend spannend vinden om vliegvelden te filmen en het gebouw van de AIVD van alle kanten te fotograferen. Of erger: denk aan Theo van Gogh.'
Rentier: 'Mijn inschatting is dat dat in Nederland – gelukkig – toch nog een beperkte groep is. Dat we daar zo nuchter en zo zakelijk mogelijk op moeten reageren. Ik heb de indruk dat de Nederlandse overheid daar adequaat tegen optreedt.'
Jansen: 'Ik weet het niet, niemand weet het. Het is een geruststellende gedachte als het zo is, hoewel ik nou ook niet gerustgesteld word door het feit dat er bijvoorbeeld tweehonderd mensen bereid zijn met een pistool op de vijanden van God te gaan schieten.'
Rentier: 'Een kleine groep mensen kan een complete samenleving ontwrichten, dus ik wil niet zeggen dat dat niet riskant is. Maar je speelt deze mensen in de kaart door ze te veel aandacht te geven.'
Jansen: 'Als je een verdeling maakt in ‘soorten moslims’ gaat het – en dat is een heel slechte boodschap – van zwart naar wit, waarbij er ontzettend veel grijs is. Van hangjongere naar radicaal, dat zijn maar een paar stappen. Dat maakt het heel moeilijk te voorspellen wanneer er een geweldsexplosie zal plaatsvinden. Denk aan het artsencomplot in Engeland. Wie had van tevoren die artsen verdacht? Absoluut niemand. Dat waren zeer aangepaste, goed geïntegreerde moslims, die toch plotseling de vijanden van God wilden schaden. Dat vind ik heel zorgwekkend.'
De vraag komt aan de orde of de overheid een taak heeft om bijvoorbeeld actief radicalisering te ontmoedigen en tegen te gaan.
Rentier bepleit terughoudendheid in de opstelling van de overheid. ‘De overheid is er om de grenzen te bewaken en om het leven leefbaar te houden.’
Volgens Jansen heeft de overheid niets te maken met wat er in de Koran staat, bijvoorbeeld over het slaan van je vrouw. ‘Je mag je vrouw niet slaan en zeker niet bont en blauw. Punt.’
Aan Hans Jansen wordt de vraag gesteld wat hij bedoelt met wat hij onlangs in een artikel schreef, namelijk dat één van de kernproblemen van de islam is dat moslims geen fouten durven toe te geven en dat er in hun kring geen ruimte is voor kritiek en vrije discussie. Ook komt de vraag op tafel hoe sterk het ideaalbeeld onder moslims in Nederland leeft dat ze moeten bijdragen aan de dar-alislam (de islamitische overheersing) in Europa.
Jansen: 'Er zijn natuurlijk tientallen moslims die best fouten willen toegeven, maar dat kúnnen ze niet doen. Je kunt het niet maken tegenover je vader, je buurman, je dorp en je stad. Een fout bekennen, wat in de christelijke liturgie als een soort vingeroefening zit ingebouwd, is de islam iets dat je je omgeving niet aandoet. Dat maakt het allemaal inderdaad bijzonder moeilijk. Het is ook heel tegennatuurlijk gedrag, fouten toegeven. Wij beschouwen het als gewoon, omdat 2000 jaar christendom dat erin geramd heeft. We hebben nu te maken met een groep mensen die die 2000 jaar hersenspoeling niet gehad hebben en zeggen: “Fout toegeven? Ben je helemaal belazerd? Dat is voor de sukkels en de zwakken.”
Rentier: 'Het behoort tot de orthodoxie van de islam dat een moslim zich wereldwijd dient in te spannen voor de erkenning van God, zoals de islam dat voorstaat.'
Jansen laat daarbij geen twijfel bestaan over het duidelijk gewelddadige karakter van de jihad als middel tot de dar-al-islam.
Rentier: 'Direct uit de Koran kun je niet zo veel halen. Dat zijn situationele uitspraken in concrete situaties. Het zijn de eerste eeuwen daarna, waar het in een bepaalde juridische bedding is gekomen, waar moslims zich vaak op beroepen.'
Jansen: 'In het evangelie staat dat het evangelie aan alle volkeren verkondigd moet worden. In de Koran staat ‘sla ze dood waar je ze maar kunt vinden’. Dat is natuurlijk een essentieel verschil. Nu weet ik ook wel dat niet alle moslims zich daaraan houden of zelfs maar weten dat het in de Koran staat, maar zo’n verschil in de basisteksten van de twee godsdiensten maakt dat die godsdiensten enorm uit elkaar gelopen zijn en heel erg anders tegen de wereld aankijken. Wij willen weten wat de Koran erover zegt, maar dat is helemaal niet zo belangrijk. Het gaat erom wat de traditie erover zegt. Die traditie wordt belichaamd door de imams en de ayatollahs en dat zijn geen gemakkelijke heren. Er is altijd verkondigd dat de jihad een staatszaak is. Imams zeiden er dus eigenlijk bij: “Don’t try this at home.” Sinds circa 1950 wordt er in de islam gepreekt dat als staten die jihad niet meer uitvoeren, mensen dat dan maar individueel moeten gaan doen. Dat sluit ook weer aan op allerlei oude theologische boeken die sindsdien al te vaak herdrukt zijn. Waar we nu mee geconfronteerd worden, zijn individuen die op jihad gaan en dat is echt een heel ernstig probleem. Die beschikken als God zelf over leven en dood van hun medeburgers. Ik denk dat we daar echt – vanuit welke achtergrond dan ook – hevig protest tegen aan moet tekenen.'
Rentier: 'Ik pleit voor een nuchtere visie hierop. Het klopt dat de traditie, de orthodoxie, dat inderdaad nogal hard gezegd heeft. Maar de praktijk van het leven van miljoenen moslims – de eeuwen door – is gelukkig genuanceerder geweest. We moeten moslims niet te veel in de kaart spelen door – zoals Hirsi Ali en Wilders – voortdurend het idee te voeden dat het Westen tegen hen is.'
Jansen: 'Er denkt toch niemand serieus dat als Ayaan Hirsi Ali en Geert Wilders hun mond zouden houden, het dan met de individuele jihad afgelopen zou zijn? Wie in Afghanistan leest de verhalen van Wilders?'
Rentier: 'Niet afgelopen zou zijn, maar ik denk dat er groepen moslimjongeren zijn die door een extreme reactie zoals die van Wilders worden geholpen in een beweging in een bepaalde richting, terwijl je ze misschien ook in een andere richting zou kunnen bewegen.' Jansen: 'Dat vind ik gevaarlijk naïef optimisme.'
Ten slotte komt het verschil in visie aan het licht tussen Rentier en Jansen als de vraag op tafel komt hoe we christendom, humanisme en islam moeten zien: als gelijken of moeten we, zoals Wilders keer op keer doet, de islam als achterlopend, minderwaardig en ondergeschikt bestempelen en zelfs de Koran verbieden?
Rentier: 'Het is niet aan de overheid om daar iets over te zeggen. In het debat van burgers hebben we het over wat van waarde is, wat waar is om na te volgen voor de inrichting van de samenleving.'
Jansen: 'Ik begin me steeds meer … nou, niet boos te maken maar te verbazen. Ik heb grote bewondering voor het humane en fatsoenlijke standpunt dat ds. Rentier inneemt. Maar in die hele discussie over een koranverbod: weten we wel dat het bijzonder moeilijk is om in het Midden-Oosten in een boekwinkel een Bijbel te vinden? In Saoedi-Arabië is de Bijbel verboden. In Malatya, Turkije, zijn in april drie mensen vermoord die bezig waren een Bijbel te drukken.'
Rentier: 'Die ik persoonlijk kende. Eén van die mensen die werden vermoord, Necati Aydin, had ik vijf dagen daarvoor nog ontmoet. Juist hij was een voorbeeld van iemand die zei: ‘Wij moeten moslims niet met dezelfde houding tegemoet treden als zij ons doen.'
Jansen: 'God hebbe zijn ziel, maar we doen alsof het hier gaat om partijen die dezelfde spelregels kennen. Dat ís niet zo. De één speelt badminton en de ander speelt tennis.'
Rentier: 'We moeten trouw blijven aan hoe wij denken dat een rechtvaardige samenleving eruit ziet. De ruimte die – vind ik – christenen moeten krijgen in Turkije, moeten moslims krijgen in Nederland. Daar wil ik trouw aan blijven.'
Jansen: 'De regel ‘wat gij niet wilt dat u geschiedt, doet dat ook een ander niet’ geldt niet buiten de christelijke cultuur. U kunt wel hopen dat het wel zo zal zijn, maar dat is niet zo.'
Rentier: 'Nee, dat is ook niet zo, maar daarom blijf ik er nog wel naar streven.'
Jansen: 'Dat vind ik heel bewonderenswaardig, maar dan wordt u wel ingemaakt. Nog even terug: die manoeuvre van Wilders om de Koran te verbieden was natuurlijk excentriek. Maar pas daarna durfde De Telegraaf melding te maken van die BBC-filmpjes over wat de imams in de moskeeën in Londen preken. Dat gaat niet om achteraf-moskeeën met achteraf-imams, maar om de grote centrale moskee in Londen. Daar waren imams te zien die tijdens hun preken het knorren van een varken nadeden waarneer ze het over de niet-moslims hadden. Dat was niet gering. Moeten we daar nou toch tegen zeggen: daar gaan we mee in dialoog, dat nemen we serieus?'
Rentier: 'Ook!'
Jansen: 'Die mensen zijn toch onze gelijke niet? Ik vind het een bewonderenswaardig standpunt, maar ik hoop wel dat mijn belastinggeld gebruikt wordt om mij tegen zulke mensen te beschermen.'
De arabist Hans Jansen is aanzienlijk somberder over de ontwikkelingen rond de islam in Europa en Nederland dan ds. Rentier. Jansen schat dat we een heel akelige tijd tegemoet gaan. Rentier weet niet zo zeker welke kant het op gaat. Ik vermoed dat juist dit besef bij velen de angst voedt: welke kant gaat het op, wat staat ons te wachten?
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 25 oktober 2007
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 25 oktober 2007
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's