De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Vragen van Jeremia

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Vragen van Jeremia

Meditatie: Jeremia 20:7-18

4 minuten leestijd

Daarom zei ik: Ik zal Hem niet gedenken en niet meer in Zijn Naam spreken …Van geen profeet weten we zoveel persoonlijke dingen als van Jeremia. In zijn boek vallen de heel persoonlijke verzuchtingen op. Geen woorden van stil vertrouwen, maar felle, emotionele uitroepen. Jeremia, profeet tegen wil en dank. Als dat ergens blijkt, dan wel in hoofdstuk 20.

Jeremia is naar het tempelplein in Jeruzalem gestuurd met de boodschap dat Gods geduld ten einde is. Keer op keer heeft het volk zich verhard. Geweigerd om zich te bekeren op de prediking van Jeremia. Daarom zal de vijand komen. Jeruzalem wordt verwoest en het volk meegevoerd in ballingschap.
Tijdens de preek van Jeremia heeft Paschur staan luisteren. Als priester heeft hij in het bijzonder de taak om toezicht te houden op het tempelplein. De maat is voor hem nu vol. Hij heeft lang genoeg geduld gehad met die onheilsprofeet. Jeremia wordt gearresteerd, hij ondergaat de toegestane stokslagen en wordt een nacht vastgezet in een cel bovenin de tempel.

Jong en weinig ervaring
Daar zit de profeet. Een lange, donkere nacht alleen. Klaarwakker is hij en hij peinst. Jeremia denkt terug aan zijn roeping tot profeet, zo’n veertig jaar geleden. Nee, hij wilde niet: veel te jong, te weinig ervaring. Maar God was hem te sterk geworden: ‘Zeg niet: Ik ben jong; want overal, waarheen Ik u zenden zal, zult gij gaan, en alles, wat Ik u gebieden zal, zult gij spreken. Vrees niet voor hun aangezicht, want Ik ben met u, om u te redden, spreekt de HEERE.’ (1:7-8) Toen had God Zijn hand uitgestrekt en de mond van Jeremia aangeraakt en gezegd: ‘Ik geef Mijn woorden in uw mond.’ Zo was hij op weg gegaan. Hij had niet anders gekund dan de Heere volgen.
Veertig jaar in dienst van de Heere. Wat heeft het Jeremia gebracht? Als in een flits gaan de jaren aan hem voorbij. Hij ziet zich weer staan op het tempelplein. Hij ziet de spottende gezichten voor zich. Hij voelt de verontwaardiging van de mensen die uit zijn op zijn val: ‘Weg met die onheilsprofeet!’ Trouwens, wat is het resultaat geweest van zijn profeet-zijn? Wie heeft zich bekeerd op zijn prediking? Niemand! Het enige wat hij had bereikt was smaad en hoon. Hinderlagen, geselingen, de kerker. Woedend gooit Jeremia zijn woorden eruit. Hij is boos op God. Uiteindelijk vraagt hij zich zelfs af: ‘Waar is mijn leven goed voor geweest? Was ik maar nooit geboren. Vervloekt zij de dag waarop ik ben geboren.’

Onnodig moeilijk?
De worsteling tussen de profeet en zijn God roept herkenning op. Aan de ene kant de ervaring door God te zijn overreed. Er kwam een moment dat je niet anders kon dan capituleren. Je leven overgeven aan Hem. Ik hoop tenminste dat dit ook voor u zo geldt en voor jou. Misschien was het een concreet moment, of meer een geleidelijk proces. Maar het resultaat was hetzelfde: ‘Heere, U bent me te sterk geworden.
Het kan ook een concrete taak betreffen. Aanvankelijk veel bezwaren en aarzelingen toen je ergens voor werd benaderd. ‘Voor mij liever een ander.’ En toch, al overwegend, denkend, pratend, biddend … gehoor gegeven! Al mijn bezwaren werden me uit handen geslagen, zei iemand. En toen hield ik alleen God nog maar over. ‘Ik ben met je,’ zei Hij – en toen was het goed.
Er is ook een andere kant: de ervaring dat het gehoorzamen aan de stem van God pijn doet. Als geen ander maakte Jeremia dat mee. De mensen zaten niet op hem te wachten. Niet één die zich bekeerde op zijn woorden. En dan komen de vragen. Had hij het zichzelf eigenlijk niet onnodig moeilijk gemaakt door God te gehoorzamen? Waar was hij aan begonnen?

Geloof roept vragen op
In onze tijd wordt het geloof nogal eens gepresenteerd als een antwoord op onze vragen. Maar het geloof zelf roept ook vragen op. Is de weg achter de Heere aan wel de beste weg? Kom je niet meer en meer alleen te staan in deze wereld? Zou het niet veel gemakkelijker zijn om je leven zonder God te leiden?
Of: Waarom loopt de taak die ik op me genomen heb zo moeizaam? Waarom ondervind ik zoveel tegenstand, soms van de mensen van wie ik anders had verwacht?
Zadelt juist het geloof in God ons niet met heel veel vragen op? In ons persoonlijk leven, maar ook als het gaat over het wereldgebeuren. Aardbevingen, overstromingen, mensen die zich opblazen om zoveel mogelijk doden te maken … Waar is God in dat alles? Is Hij er wel? En satan maakt er listig gebruik van: wat is dat eigenlijk voor een God die je dient?

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 november 2007

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

Vragen van Jeremia

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 november 2007

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's