Studeren in de pastorie
Brochure belicht indirect grote rol kerkenraad
Enkele weken geleden deed het hoofdbestuur van de Gereformeerde Bond een brochure over het belang van doorgaande theologische studie het licht zien. De titel prikkelt: Wie niet studeert ...
De doelstelling van deze uitgave is het belang van voortgaande theologische studie onder de aandacht van zowel (aankomende) predikanten als van kerkenraden te brengen. In de opeenvolgende hoofdstukken belichten zeven scribenten verschillende aspecten van deze belangrijke thematiek.
Prof.dr. A. de Reuver gaat in het eerste hoofdstuk in op de verhouding tussen geloof en wetenschap en dan in het bijzonder de wetenschappelijke theologiebeoefening. Met een beroep op onder meer Thomas van Aquino, Anselmus, Luther, Calvijn, Kohlbrugge en Van ’t Spijker komt dr. De Reuver, op de hem kenmerkende gedegen wijze, tot de slotsom dat theologiebeoefening zonder godsvrucht ondenkbaar is. ‘Zoals de theologie, voorzover zij althans gehoorzame reflectie op het Woord Gods is, van normatieve betekenis mag heten voor de godsvrucht, zo zal op haar beurt een bijbelse spiritualiteit wel niet normatief, maar toch in hoge mate inspirerend en zelfs medebepalend zijn voor theologisch vakmanschap.’
De hier besproken vraag sluit volop aan bij de actualiteit van het wetenschappelijk debat, waarin aan de theologie in steeds heftiger bewoordingen, ten onrechte, haar plaats in de wetenschap wordt betwist.
Pastorie
Prof.dr. W. Balke begint zijn bijdrage met een indringend pleidooi de theologiebeoefening toch vooral dichtbij de kerkelijke verkondiging en praktijk te houden. Een promotietraject in de theologie buiten de pastorie om is in zijn ogen niet aan te bevelen, omdat iemand die op deze wijze de theologie bestudeert niet met twee benen op de grond staat. ‘Studie is nodig voor de praktijk en praktijkervaring is nodig voor de studie.’
Naar mijn mening is nuancering hier op haar plaats. In de eerste plaats is een proefschrift nog altijd een eerste proeve van bekwaamheid in het zelfstandig verrichten van wetenschappelijk onderzoek. Een proefschrift zou dus per definitie een voorbode moeten zijn van meer wetenschappelijk werk. Een proefschrift dat niet al te nauw aanschurkt tegen de praktijk is alleszins te rechtvaardigen, juist ook omdat distantie het zicht op die praktijk kan verscherpen.
In de tweede plaats zou de kerk zich moeten afvragen of de eis van predikantservaring nog steeds onverkort kan worden gesteld aan alle jonge mensen die, namens de kerk, een wetenschappelijke loopbaan in de theologie ambiëren. De steeds hogere eisen die het wetenschappelijk bedrijf aan haar beoefenaars stelt, noopt ons de kerkelijke eisen nog eens goed tegen het licht te houden.
In de derde plaats zou het voor de theologie een zegen zijn als er meer studenten hun opleiding zouden afronden met een promotie in de theologie zonder een kerkelijke loopbaan te ambiëren.
Meer gepromoveerden in de theologie (en filosofie) in hoge functies bij Shell, het Ministerie van Onderwijs en Wetenschappen of bij McKinsey zou het aanzien van deze wetenschappelijke disciplines ten goede kunnen komen en de betrokken werkgevers zeer ten nutte kunnen zijn.
Schrijven en schrappen
In de hoofdstukken 3 en 5 geven prof.dr. W. Verboom en dr. H. van den Belt een openhartige en leerzame impressie van hun eigen ervaringen als promovendus. Het zijn de, voor ieder gepromoveerde herkenbare, verhalen van schrijven en schrappen en vallen en opstaan. Nadrukkelijk komt de cruciale rol van de promotor hierbij aan het licht. Een goede promotor is niet alleen degene die aanwijzingen geeft met betrekking tot de onderzoekstechniek en de kwaliteit van het wetenschappelijk werk bewaakt, maar ook op cruciale momenten de promovendus mentaal over het onvermijdelijke dode punt heen helpt.
In het korte tussenliggende hoofdstuk geeft dr. J.A.B. Jongeneel, hoogleraar missiologie en een rot in het promotorvak (dertig gepromoveerde theologen heeft hij inmiddels ‘afgeleverd’), een aantal praktische adviezen rond het promotietraject. Graag zet ik een streep onder zijn verzuchting: ‘Ofschoon de zoveelste studie over bijvoorbeeld Augustinus, Calvijn of Barth zeker haar specifieke waarde heeft, moet toch gezegd worden dat er te veel contemporaine geloofsproblemen zijn die onbestudeerd blijven.’
Studieverlof
In hoofdstuk 6 geeft prof.dr. G. van den Brink een uitnodigende beschrijving van het door de Gereformeerde Bond in 1999 in het leven geroepen promovendiberaad en de brochure sluit af met een beschouwing door d(r)s. F. Hoek over de rechte besteding van het studieverlof (drie maanden per vijf dienstjaren), waarop ieder dienstdoende predikant van de Protestantse Kerk in Nederland recht heeft.
Ik juich dit initiatief van het hoofdbestuur zeer toe. De brochure biedt een leerzame handreiking voor allen die op een of andere manier bij de theologische studie betrokken zijn. En gelet op de titel van de brochure moeten we zeggen: ‘Wee de gelovige, die dat niet is.’
Publicatie
Drie opmerkingen tot slot. Het studieverlof komt er met slechts één hoofdstuk in de brochure nogal bekaaid van af (waarmee niets ten nadele wordt gezegd van de kwaliteit de bijdrage van ds. Hoek). Juist omdat de voorziening van het studieverlof er is voor iedere predikant, zou hierover meer gezegd kunnen worden. Mijn persoonlijke ervaring is dat een studie die niet wordt afgesloten met een geschreven tekst heel snel vervaagt. Het gevleugelde woord Verba volant, scripta manent (woorden vervliegen, het geschrevene blijft) geldt niet alleen voor diegene die de woorden hoort maar ook voor wie ze spreekt. Of zoals de Zwitserse romanschrijver Max Frisch terecht opmerkte: Schreiben heisst sich selber lesen (schrijven betekent zichzelf lezen).
Waarom aan de genereuze voorziening van de kerk inzake het studieverlof niet de eis verbonden dat de studie wordt neergeslagen in een artikel te publiceren in een landelijk of internationaal tijdschrift? Zo wordt er niet alleen publiekelijk verantwoording afgelegd van de door de kerk beschikbaar gestelde tijd, maar de kerk profiteert er op die manier ook optimaal van. Bovendien lijkt het mij een gemiste kans om het studieverlof niet nadrukkelijker met de andere zes hoofdstukken van deze brochure in verband te brengen: een weloverwogen inzet van het studieverlof in het kader van een promotietraject vanuit de pastorie ligt immers erg voor de hand.
Rol kerkenraad cruciaal
Uit de verschillende bijdragen van deze brochure blijkt, soms tussen de regels door, de cruciale invloed van de kerkenraad op het studiegedrag van een predikant. Het was de moeite waard geweest hieraan een apart hoofdstuk te wijden. Kerkenraden vallen nogal eens in verzoeking de geestelijke vitaliteit van hun predikant af te meten aan diens zichtbare aanwezigheid bij allerlei activiteiten. ‘Zie, hij studeert’, zou toch in vele gevallen een afdoende verontschuldiging moeten zijn om diens afwezigheid te rechtvaardigen? Het lijkt mij goed kerkenraden handreikingen te bieden hoe hiermee om te gaan. Zij zijn het immers die het de gemeente moeten uitleggen.
Binnen de Protestantse Theologische Universiteit (PThU) is recentelijk een discussie gestart over de inrichting van een zogenaamde Graduate School, die is bedoeld om het promotietraject beter te structureren. Waar het nu vaak een eenzaam avontuur voor twee personen is, wordt in het kader van de Graduate School de verantwoordelijkheid voor het welslagen ervan verbreed: meer contact tussen promovendi onderling, meer klassikaal onderricht in onderzoeksmethoden en meer toezicht op het functioneren van de promotor als begeleider. Ik adviseer het hoofdbestuur om hierover het gesprek met het College van Bestuur van de PThU aan te gaan.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 8 november 2007
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 8 november 2007
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's