Antwoord mag half zijn
Geloofsopvoeding gebeurt tussen de bedrijven door
Wat gebeurt er met mensen die niet in God geloven? Kinderen schotelen meer dan eens complexe vragen voor. Hoe krijgt geloofsopvoeding aan jonge kinderen vorm?
Een onverwachte uitnodiging aan onze dochter om pannenkoeken te blijven eten in de buurt, eindigde in een theologisch dispuut. Ik begreep dat de buurman om te beginnen bij de maaltijd had opgemerkt dat bidden voor het eten ‘hier niet hoeft’.
Na enige discussie over het al dan niet bestaan van God had hij onze toen vierjarige dochter de vraag gesteld: ‘Maar wie heeft God dan gemaakt?' Onze dochter ervoer die vraag als een schok omdat ze het antwoord erop niet wist en we hadden alleen hieraan al weken stof tot gesprek.
Met drie kinderen van zeven, vijf en twee jaar kom je regelmatig voor complexe vragen te staan. ‘Mama, waarom geloven niet alle mensen in God?’ ‘Is Allah dezelfde God als die van ons?’, ‘Wat gebeurt er met mensen die niet in God geloven?’, ‘Als de nieuwe aarde komt, ben ik dan nog bij u?’, om er maar enkele te noemen. Regelmatig sta ik met mijn mond vol tanden – of ben ik juist geneigd een antwoord te verpakken in een stortvloed van woorden, compleet met dogmatische nuances en al. Beide reacties doen de vragenstellers geen recht.
Langer denkproces
Steeds meer begin ik me te realiseren dat een vraag onderdeel is van een veel langer denkproces bij het kind. Dat betekent dat er iets aan vooraf gaat (het is goed te onderzoeken wat dat is) en dat er iets op volgt. Een te snel en te compleet antwoord kan een inbreuk op dat proces zijn.
Een advies dat ik las en dat we nu in praktijk proberen te brengen, is om de vraag terug te koppelen: ‘Wat denk jij daar zelf van?’ of de inhoud ervan in andere woorden te beschrijven: ‘Volgens mij denk jij veel na over …’ Dat levert soms verrassende reacties op. Ons ouderlijk antwoord hoeft ook niet ‘compleet’ en afdoende te zijn, het gaat vaak om een bepaald facet, om dat wat nú van belang is voor je kind om te weten. Een andere keer doet het een volgende ontdekking.
Het gaat erom dat je beschikbaar bent als gesprekspartner of misschien wel meer nog: luisterpartner. Ik leer dat het belangrijk is om onze kinderen de tijd te gunnen om zelf over de dingen na te denken, zelf antwoorden te ontdekken, om zich zodoende de dingen eigen te maken. Wat daarbij kan helpen, is te bedenken hoeveel geduld de Heere met ons volwassen, hardleerse mensen heeft. Dan heeft Hij dat vast en zeker ook met onze kleine kinderen! Nu wij nog …
Orde en structuur
Geloofsopvoeding vindt soms spelenderwijs plaats of tussen de bedrijven door. Maar net als de normale opvoeding kan ze niet zonder orde en structuur. Wij ontvangen de tijd als een geschenk. Dag na dag na dag. Elke dag heeft zijn vaste tijden nodig van bijbellezing en gebed. Omdat het leven niet altijd leuk en logisch is en wij geneigd zijn oorsprong en doel ervan uit het oog te verliezen, heeft onze Schepper markeringen in de tijd aangebracht.
God deed grote dingen en wij gedenken die op vaste tijden in het jaar. Kinderen zijn gedoopt en ik ken mensen die daar op de betreffende ‘doopdagen’ uitgebreid aandacht aan geven door middel van een gesprek en/of een cadeautje, speciaal eten et cetera. Elke week begint met een rustdag, die je mag vieren.
Zondag
Dat vieren valt overigens niet altijd mee. Neem de zondagse kerkgang. Onze dochter van zeven vindt het bijvoorbeeld regelmatig al niet fijn meer om naar de kerk te gaan. ‘Bah, is het zondag? Ik wil niet naar de kerk. Ik begrijp er toch niets van!’
Haar reactie raakt me. Zelf ervaar ik de zondagse eredienst als een oase in de tijd en strijd van het bestaan. Een moment van rust, van concentratie op dat wat wezenlijk van belang is en de dagelijkse beslommeringen in het juiste perspectief plaatst.
Ik merk dat ik in dergelijke situaties intensief met haar in gesprek dan wel discussie ga, want ik wil echt dat zij begrijpt waarom naar de kerk gaan toch zo heerlijk is.
Totdat mijn man me er op wees dat dergelijk geschut wellicht wat te veel gevraagd is van een kind van zeven jaar. Zijn communicatie op dit vlak verloopt meer als volgt: ‘Op zondag gaan wij naar de kerk.’ Punt. Hij ziet het als gewoontevorming op hoop van zegen.
Natuurlijk is het wel behulpzaam om na afloop bij de koffie niet direct weg te duiken in een (goed) boek, maar open te staan voor gesprek.
Dagelijks leven
Nog veel belangrijker dan onze woorden is ons eigen leven van elke dag. Dat legt een grote verantwoordelijkheid op ons als ouders. Bij tijden benauwend! Wij zijn geen voorbeeldige christenen en reageren ook niet altijd adequaat op onze kinderen, vooral niet als we zelf te kampen hebben met zorgen of vermoeidheid.
‘Wij blijven bedelaars’, zei Maarten Luther en dat geldt ook ons als ouders met betrekking tot de opvoeding. Bedelen bij de Bron is een levenshouding. En het prachtige van het evangelie is dat het niet een soort opgelegde en geforceerde staat van onaantastbaarheid bewerkstelligt, maar dat het ingaat in de krochten en schuilhoeken van je hart, in alle beperktheden en weerbarstigheden van je leven. Zo mag je het leven, jóuw leven, met alles erop en eraan (of eraf …) leven voor Gods aangezicht.
Kussengevecht
Dat ouders hun kinderen zonder woorden toch heel veel duidelijk kunnen maken over hoe God is, ontdekte ik zelf als kind. De herinnering daaraan is een van de mooiste uit mijn jeugd. We waren als broer en zussen al officieel naar bed gebracht, toen we verwikkeld raakten in een intens spannend kussengevecht. De eerste waarschuwing van onze ouders sloegen we in de wind, de tweede ook. Een kracht die sterker was dan onze goede wil sleepte ons mee in de opwinding van het moment en we gingen maar door.
Het bleef leuk, totdat onze vader ons op strenge toon sommeerde om naar beneden te komen. Op dat moment beseften we dat we te ver waren gegaan. Haarscherp voelden we aan dat hier het point of no return gepasseerd was. Met knikkende knietjes daalden we de trap af, absoluut zeker van een straf die niet mals zou zijn! Mijn vaders ernstige blik hield ons vast tot we in de gang stonden en toen sprak hij het vonnis uit. ‘Jullie hebben héél veel geluk dat het precies vanavond de 'Omgekeerde Wereld is’, sprak hij.
En voor we het door hadden, zaten we in de kamer op de bank te smikkelen van een soes. Die avond proefde ik genade.
Wie God gemaakt heeft, deed er niet toe. Hij was er.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 8 november 2007
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 8 november 2007
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's