De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Heilig Avondmaal

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Heilig Avondmaal

PASTOR IN HET VERPLEEGHUIS

6 minuten leestijd

Moeten we het Heilig Avondmaal in een verpleeghuis bedienen? In hoeverre zijn de bewoners die door de ziekte van Alzheimer of door dementie getroffen zijn zich bewust van de betekenis van het sacrament?

Achter deze vraag ligt de vraag naar wat er omgaat in bewoners op de psychogeriatrische afdelingen. Wat gaat er om in hun dementie? Wie hierop een antwoord kan formuleren, mag het zeggen. In de hervormde gemeente van Sommelsdijk is lang geleden besloten om naast de dienst van het Woord het Avondmaal in het verpleeghuis te vieren, tegelijkertijd met de gemeente.
De bewoners op de somatische afdelingen kunnen er zelf over beslissen. Op de zogenaamde gesloten afdelingen ligt dit moeilijker. De vraag wordt in de eerste plaats aan de bewoner zelf gesteld en als dit niet meer mogelijk is aan de familie. Als de bewoner vroeger aan het Avondmaal deelnam, wordt dit hier voortgezet.

Welke grens
Als een bewoner verstandelijk zo achteruitgaat dat het besef geheel vervaagt, overleg ik met de leidinggevende van een afdeling hoe zij of hij over deelname aan het Avondmaal denkt en wat de meerwaarde van deelname zou kunnen zijn. Samen overleggen we en nemen als dit mogelijk is contact op met de familie.
Tijdens de dienst die voorafgaat aan de viering van het Heilig Avondmaal wordt voorbereiding gehouden. Deze zondag preek ik uit Johannes 10 en de tekst wordt gevormd door vers 9: ‘Ik ben de Deur; indien iemand door Mij ingaat, die zal behouden worden; en hij zal ingaan en uitgaan en weide vinden.’
De Heere Jezus doet de deur naar God open. Hij stelt Zijn leven voor de schapen. Lijden en sterven wacht Hem. Zo lief heeft Hij zondaars, dat Hij voor hen stierf. Tijdens de week van voorbereiding ga ik naar elke bewoner die het Avondmaal wil vieren. Aan nieuwe bewoners stel ik de vraag of zij al dan niet willen deelnemen aan de viering.

Oma
Ze zit met haar hoofd wat in haar schouders gedoken en met haar armen over elkaar. Als ze mij op de gesloten afdeling ziet komen, wenkt ze mij. Ze geeft aan dat ze met mij wil spreken. Ik maak een afspraak. Op het afgesproken tijdstip lopen we samen naar de serre, waar we alleen kunnen zitten.
Deze mevrouw wil over het Avondmaal spreken. Ze zou zo graag aan willen gaan, maar ze kan het niet. Dan vertelt ze duidelijk haar reden. Ze was de jongste van het gezin, sterk was ze niet. Haar ouders vonden het een wonder dat ze mocht blijven leven. Goede ouders heeft ze gehad.
Haar meuje, grootmoeder, die ze overigens niet gekend heeft, was een echt bekeerde vrouw. Zij ging aan het Avondmaal, maar legde haar kinderen een verbod op om eraan deel te nemen, want dan moest je wel ‘echt’ bekeerd zijn, anders eet en drink je je een oordeel. Haar ouders stonden hun jongste dochter wel toe om belijdenis te doen, maar niet om aan het Avondmaal deel te nemen. Ze zegt: ‘U begrijpt wel dominee, dat ik niet aan durf te gaan.’
Ik begrijp het, maar tegelijkertijd schrijnt het van binnen. Zo lang het Woord van God en over de genade van de Heere Jezus gehoord en intussen leven onder de visie van een oma die je nooit hebt gekend? Dementerend zijn en zo verlangen naar versterking van het geloof en niet durven?
Gezongen hebben: ‘Wat zal een nietig mens mij doen ...’ Wel belijden dat de Heere Jezus voor haar zonden is gestorven en toch niet durven aangaan aan Zijn tafel.
Na het gesprek bad ik met haar om de doorbrekende werking van de Heilige Geest. Ik bracht haar terug naar haar plaats. Toen ik afscheid van haar nam, was er dankbaarheid bij mij voor de christelijke opvoeding die ze had ontvangen, maar ook verdriet dat de gang naar het Heilig Avondmaal met prikkeldraad was afgezet, terwijl de Heiland gezegd had: ‘Doe dit tot Mijn gedachtenis.’

Verlamd
Daar zit hij in zijn elektrische rolstoel, waarin hij zich gemakkelijk kan verplaatsen. Hij is getroffen door een herseninfarct en is eenzijdig verlamd. Hij geeft aan me te willen spreken.
Samen gaan we naar een kamer om apart te zitten. Tijdens het rijden stopt hij verschillende keren, vanwege de pijn aan de hand en arm die hij moet gebruiken bij het rijden van zijn stoel.
Hij steekt van wal en begint het gesprek. Hij voelt zich aan de kant gezet door God, die hij zijn Vader mag noemen. Van het ene op het andere moment veranderde zijn leven zo plotseling en ingrijpend. Alles moest hij bijna loslaten: zijn werk, zijn hobby's, zijn contacten, zijn kerk.
Voor hij belijdenis van het geloof aflegde, kwam de vraag over het Avondmaal naar voren en aan deze vraag werd het antwoord al gekoppeld om maar niet aan te gaan, want dat was immers voor Gods volk. Deze broeder ging wel, samen met zijn vrouw, omdat hij God als Vader had leren kennen. Nu begrijpt hij niet dat God hem zo buitenspel zet. Heeft het wel zin om naar het Avondmaal te gaan?
Daar zit ik als geestelijk verzorger, met deze vraag die uit de grond van zijn hart komt en ik voel me er verlegen mee. Dit zeg ik. En ik wijs op het feit dat rondom de troon van God soms wolken en donkerheid zijn (Ps. 97:2). Ook ik kan God soms niet begrijpen.
Maar ik begrijp God ook niet dat Hij Zijn Zoon gezonden heeft. Wat van de Heiland te denken, Die Zich liet binden en als een Lam ter slachting werd geleid?
Zijn ogen beginnen weer te twinkelen. Nee, zijn vragen zijn nog niet weg en toch heeft deze broeder wat meer zicht op God de Vader gekregen.

Zondag
In de preek spreekt nu vers 14 tot en met 16 van Johannes 10: ‘Ik ben de goede Herder.’ Hij is de vastberaden Herder en gaat op Zijn doel af, ook als de wolf komt. Hij heeft nog andere schapen die van Zijn stal niet zijn, deze moet Hij ook toebrengen. Wat een werk van deze Herder. Het zal worden één kudde en één Herder. Wat een perspectief. Hier in ons verpleeghuis vallen kerkelijke muren vaak weg. De morgen, ach, wanneer?
Wanneer zal het één kudde en één Herder worden?
De nodiging gaat uit. De rolstoelen worden aangeschoven door familie of door het kostersechtpaar. Alle dingen zijn gereed. Het brood wordt gebroken, uitgedeeld.
Bewoners tasten, voelen, ze voelen als het ware Gods genade. De bekers gaan rond. Ik zie de broeder zitten met wie ik een gesprek had. Een klein knikje. Aan het eind van de bediening van het Avondmaal lees ik Psalm 23: ‘Al ging ik ook door een dal van de schaduwen des doods, ik zal niet vrezen, want Gij zijt bij mij; uw stok en uw staf, die vertroosten mij.’

Bijzonder
Soms komen bewoners voor het eerst van het leven hier aan het Avondmaal. Nee, die ene mevrouw met wie ik sprak, was er niet. Misschien: nog niet? Wie weet, de Geest doorbreekt immers de grenzen die door mensen zijn gemaakt.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 15 november 2007

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

Heilig Avondmaal

Bekijk de hele uitgave van donderdag 15 november 2007

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's