De intocht van advent
Bach en het kerkelijk jaar
Een nieuw kerkelijk jaar begint; aanstaande zondag is het de eerste zondag van advent. 293 jaar geleden staat op zondag 2 december de hofkapelmeester Johann Sebastian Bach in de hofkapel te Weimar om voor de eerste keer zijn adventscantate Nun komm der Heiden Heiland uit te voeren.
De epistellezing is Romeinen 13 vers 11 tot en met 13: ‘Het is de ure, dat wij nu uit den slaap opwaken; want de zaligheid is ons nu nader, dan toen wij eerst geloofd hebben.’ Daarna staat de evangelielezing Mattheüs 21 vers 1 tot en met 9 centraal: Jezus’ intocht in Jeruzalem, niet hoog te paard maar rijdend op een ezel.
Het door Bach getoonzette werk van de dichtertheoloog Neumeister begint met het openingskoor: ‘Nun komm der Heiden Heiland’. Een tekst van Luther, ontleend aan Ambrosius’ hymne ‘Veni Redemptor gentium’ (Kom, Verlosser der volken). Sinds eeuwen het lied waarmee het kerkelijk jaar aanvangt.
Het koor zingt en bidt om de komst van de Heiland der heidenen. Gewaagd, maar zeer aansprekend maakt Bach gebruik van de vorm van een Franse ouverture, op welks klanken de zonnekoning in volle majesteit het Parijse theater binnenkwam. Beginnend bij de sopraan, van boven naar beneden, bidden de vier zangstemmen, symbool voor de hele wereld, om de komst van de Heiland. In het slotrecitatief van de Matthäuspassion klinken de vier zangstemmen omgekeerd, van bas naar sopraan, als preludium op de opstanding. De nadruk ligt in het koraal ook op het ‘alle’.
‘Gekomen is Hij, Die ons vlees en bloed heeft aangenomen’ zingt de tenor in het eerste recitatief, stem gevend aan de verwondering over alles wat God voor ons gedaan heeft en nog steeds doet. Daarop volgt een aria, een nog expressiever muziekvorm, waarin de tenor Jezus bidt om tot Zijn kerk te komen. Een gezegend Nieuwjaar zal het worden, wanneer Christus bevordert wat tot de eer van Zijn naam dient, zorg draagt voor de gezonde leer, alsmede de kansel en het altaar zegent.
Geschreven is het in een negen achtste maat, die volgens de musicoloog Gert Oost wijst op de derde persoon van de drie-eenheid, de Heilige Geest. De hele kerk, in vier strijkerpartijen, vraagt om zuiverheid binnen de kerk, aansluitend bij Romeinen 13:11 tot en met 14. Van de hele schepping is het ondertussen gegaan naar de kerk. Je ziet de predikant door de kerk lopen ten einde om de zegen van Christus te bidden.
In het volgende recitatief, waarin de bas net als in de passionen de vox Christi verklankt, wordt de kring nog kleiner. Met het, ‘Zie, Ik sta aan de deur en ik klop’, uit Openbaring 3:20, staat de gekomen Heiland voor de deur van het hart van de enkele mens. In dit slechts tien maten durend deel geeft het pizzicato het kloppen op de deur op indrukwekkende wijze weer. De enkeling, stem gegeven door de sopraan, nodigt de Verlosser binnen in haar stoffige en aardse woning. De cantate besluit met het amen, waarmee op hoge, indringende toon het verlangen naar Jezus’ wederkomst klinkt.
Verlangen
Zondag 2 december begint het nieuwe jaar. We lopen door de straten van onze stad of ons dorp en bedenken hoe de schepping zucht en verlangt naar de komst van Christus. We gaan de kerk binnen. We bidden ook voor dit jaar om de zegen over de bediening van Woord en sacramenten, de gezonde leer, gezondheid is kracht tot mens-zijn in verhouding tot God en de naaste. We bidden Christus intocht te doen in ons gemoed, ons persoonlijk leven, telkens weer.
We gaan de kerk uit, staan weer onder de hemel, van waaruit we de koning van Israël en de Heiland der heidenen verwachten, met een nauwelijks te betomen verlangen.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 29 november 2007
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 29 november 2007
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's