De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Abrahams adventswoorden

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Abrahams adventswoorden

Meditatie: Genesis 22:8a

4 minuten leestijd

Advent: het komen van God in deze wereld, Zijn openbaring in Zijn Zoon. Heel de Schrift getuigt ervan, getuigt van Hem, de Gekomene en Komende, Jezus Christus en Die gekruisigd. Het gaat in de geschiedenissen in de Bijbel dan ook nooit om de mens, ook niet om Abraham, maar om de God van de mens.

‘En Abraham zei: God zal Zichzelf een lam ten brandoffer voorzien, mijn zoon!’

Het gaat God om het heil van Zijn wereld, van Zijn mensen. Daarom riep Hij Abram weg uit Ur, bij de afgoden vandaan. Opdat in hem – uiteindelijk in zijn grote Nakomeling – alle geslachten van de aarde gezegend zouden zijn. Abraham is het bewijs dat God niet wil dat het met Zíjn wereld eindigt in het verderf, dat het vastloopt in onze zonde en ongehoorzaamheid.
In Abraham maakt de HEERE een nieuw begin, opent Hij de weg naar de toekomst. En aan het begin van die weg staat Izak. Hij is het begin van de vervulling van Gods beloften aan Abraham. Daarom is wat God hem gaat opdragen zo diepingrijpend. Want gaat met de dood van Izak niet een streep door al Gods beloften, door de belofte van een groot volk, van een land, van een zegen voor alle geslachten van de aarde?

Profetische woorden
Wat is dat voor een God Die van je eist dat je het liefste wat je hebt, eigenhandig doodt en die bovendien daardoor ook Zijn eigen belofte op losse schroeven zet en de weg naar de verlossing van de wereld afsluit? Is zo’n God niet onbetrouwbaar en grillig, wreed en hard? We kunnen deze en dergelijke vragen wel inhouden, maar daarmee zijn ze niet weg. Trouwens, het gaat hier in Genesis 22 ook uitgerekend over de vraag wie en hoe God is. De HEERE openbaart Zich hier.
Bij de roeping uit Ur moest Abraham zijn voorgeslacht loslaten, nu zijn nageslacht. Hij is ertoe bereid. Hij volgt Gods bevel op, maar houdt tegelijk aan Zijn belofte vast. Hij gelooft – al weet hij nu niet meer hoe – dat God woord houdt en dat daarom Izak nageslacht zal hebben. Als het moet door de dood heen (Hebr. 11:18). Zo gaat Abraham met zijn God de berg op, door de diepte heen. Hij legt – ook daarin is hij de vader van de gelovigen – de dingen in Zijn handen.
Ook die pijnlijke vraag van Izak naar het lam. God zal Zichzelf een lam ten brandoffer voorzien, mijn zoon. Abraham zegt hier dingen waarvan hij de reikwijdte niet bevat. Het zijn profetische woorden, adventswoorden, waarin hij heen wijst naar hét Lam, Jezus Christus. Letterlijk staat er: God ziet het lam voor Zich, mijn zoon. Hij kiest – dat is de betekenis van het hier gebruikte Hebreeuwse woord – het Zelf uit.

Schaduw
Izak is blijkbaar met dit antwoord tevreden. Hij vraagt in ieder geval niet door. Naast zijn vader loopt hij verder, op weg naar de top. Daar bouwt Abraham een altaar. Dat heeft hij meer gedaan. Drie keer eerder. En alle drie de keren staat er: en hij bouwde daar de HEERE een altaar. Hier ontbreken die woorden ‘(voor) de HEERE’. Wat hier gebeurt, is dan ook iets totaal anders, niet te vergelijken met de voorgaande keren. Evenals het uniek is wat op Golgotha gebeuren zal, waarvan dit ‘offer’ niet meer is dan een flauwe voorafschaduwing. Op deze plek, waar eeuwen later de tempel zal verrijzen, werpt het kruis van de grote Zoon van Abraham Zijn schaduw vooruit. Niet alleen in wat Abraham doet, evenzeer in hoe Izak zich opstelt. Hij láát zich binden, is bereid zichzelf over te geven in de dood.

Over de grens
Zo gewillig als Izak zich binden liet, zo gewillig laat Jezus Zich vastspijkeren op het vloekhout. Nog veel gewilliger, want Jezus heeft Zichzelf aangeboden als het plaatsvervangende offer. Hij zei: Vader, voltrek aan Mij maar het oordeel, de straf op de zonden, opdat strafwaardige zondaren door het geloof in Mij behouden zullen worden.
Daarmee vergeleken valt wat hier gebeurt in het niet. Hier gaat het tot aan de grens, met Jezus gaat het over de grens, tot in de dood. Hij is gestorven, begraven, neergedaald in het rijk van de dood. God heeft Zijn eigen Zoon niet gespaard, maar Hem voor ons allen overgegeven. Meer dan Abraham, meer dan Izak is God, is Jezus. Veel meer!
God doet het onmenselijke, wat geen mens kan en ook van geen mens gevraagd wordt. We hebben in die zin een on-menselijke God. Hij is de gans Andere. Voor ons niet te volgen, niet te vatten. Als dat ergens blijkt, dan wel in Bethlehem, waar Hij neerdaalt in onze ellende, om op Golgotha verloren te gaan in onze plaats. Geprezen zij dit Lam.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 29 november 2007

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

Abrahams adventswoorden

Bekijk de hele uitgave van donderdag 29 november 2007

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's