De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Doorvertalen als opdracht

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Doorvertalen als opdracht

Prof.dr. G. van den Brink houdt oratie in Leiden

7 minuten leestijd

Een gereformeerde-bonder aan een faculteit die zich niet zozeer bezighoudt met theologie, maar met godsdienstwetenschappen. Sinds 1 september is de Leidse theologische faculteit zelfs officieel omgedoopt in Faculteit Godsdienstwetenschappen. Wat doet prof.dr. G. van den Brink in Leiden?

Hoewel hij zijn eerste collegereeks al achter de rug heeft, is zijn oratie volgende week vrijdag: een uitweiding over artikel 2 van de Nederlandse Geloofsbelijdenis. Daarmee maakt prof.dr. Van den Brink zijn officiële entree als hoogleraar geschiedenis van het gereformeerd protestantisme. Een post voor één dag namens de Gereformeerde Bond.
Tot 1 maart werkt Van den Brink de andere vier dagen namens de Protestantse Theologische Universiteit als docent dogmatiek in Leiden. Na die datum gaat hij verder aan de Vrije Universiteit in Amsterdam, als universitair hoofddocent dogmatiek.

Binnenperspectief
Van den Brink weet zich als Gereformeerde Bondshoogleraar opgenomen in het Leidse docentencorps, maar is zich ervan bewust dat zijn leerstoel een bijzondere is. Het is normaal geworden dat je als een soort toeschouwer naar je thematiek kijkt, alsof je er persoonlijk niets mee hebt. Vanuit mijn leerstoel mag ik vanuit een binnenperspectief college geven, als deelnemer in plaats van slechts toeschouwer. Ik vertegenwoordig een traditie en die wil ik graag helpen verder dragen. Ik sta voor wat in de belijdenisgeschriften wordt beleden en probeer dat door te vertalen naar vandaag.
Van den Brink is van plan in zijn colleges het ene semester de belijdenisgeschriften centraal te stellen, in het andere bespreekt hij gereformeerde theologen. De afgelopen maanden behandelde hij de Dordtse Leerregels – de Nederlandse Geloofsbelijdenis komt volgend jaar aan bod – en de komende maanden zal hij met studenten prof. Herman Bavinck lezen.

U bent hoogleraar geschiedenis van het gereformeerd protestantisme. Betekent dat meer communiceren met het verleden dan met het heden?
‘Het gaat me nooit alleen maar om feiten uit het verleden te weten, maar ook om het belang van de gegevens voor vandaag. Juist daarom kun je je niet genoeg inspannen dat verleden zo dicht mogelijk op de huid te komen. Wat hebben mensen destijds bedoeld? We moeten ons niet tevreden stellen met oppervlakkige beelden en clichés.
Van de Dordtse Leerregels wordt bijvoorbeeld altijd gezegd dat ze extreem zijn, maar is dat ook echt zo? Ik ontdekte bij de voorbereiding van mijn college over ‘Dordt’ dat dit geschrift een lijn doorzet die al voor de Reformatie wordt getrokken en die in Dordt weer wordt neergezet. Het stuk zoekt eerder een grootste gemene deler dan dat het de leer van verkiezing en verwerping aanscherpt; het wil de algemeen-christelijke traditie (in elk geval sinds Augustinus) in het geding met de remonstranten opnieuw bevestigen.’

Zestig euro
Afgelopen semester bezochten zo’n vijftig studenten Van den Brinks colleges, vooral mensen uit christelijke kring. Behalve de studenten theologie komen er studenten van bijvoorbeeld letteren en sociale wetenschappen op af. Het is ook mogelijk van buiten de universiteit de colleges bij te wonen. Een zogeheten toehoorder betaalt € 60,00 voor een reeks. Met de Gereformeerde Bondsposten in Utrecht en Kampen is geen specifieke werkverdeling gemaakt.
Van den Brink: ‘Het is voor alle studenten goed om met Calvijn of de belijdenisgeschriften bezig te zijn. Wel heeft ieder zijn eigen invalshoek. Dr. Hoek heeft in Kampen die van de vroomheidsbeleving, bij mij is er meer een link met de geloofsleer.’
Het bijzondere karakter van de leerstoel geeft meer ruimte om een eigen inbreng te hebben en vanuit het geloof te spreken, is Van den Brinks ervaring. ‘In gesprekken met collega’s blijkt het agnosticisme dominant, de gedachte dat je uiteindelijk niets over God kunt zeggen. Dat daagt mij uit te laten zien dat een positiekeuze vanuit het geloof niet minder wetenschappelijk hoeft te zijn.
De Leidse faculteit organiseert van tijd tot tijd disputen tussen twee theologen, bijvoorbeeld over de verzoeningsleer of over geloof en wetenschap – substantiële onderwerpen. Het is heel belangrijk om je daar niet aan te onttrekken of bij voorbaat te denken: ze zullen me toch niet geloven. Je kunt het eigene van de gereformeerde theologie in zo’n debat inbrengen, dat zo uit te leggen dat het algemener verstaanbaar is.’

Schriftkritisch
‘Je merkt dat de studie vragen bij studenten oproept. Ze komen daarmee wel naar me toe. In Leiden word je in het diepe gegooid; deze theologieopleiding staat bekend als wetenschappelijk strenger dan de Utrechtse. Dat merk je vooral bij de bijbelwetenschappen; van studenten wordt een Schriftkritische houding verwacht. Je merkt dat een student theologie vaak door een crisis gaat. Dat is niet gemakkelijk, maar als je er goed uitkomt, maakt dat je stabiel.’

U gaf colleges over de Dordtse Leerregels. Hoe ‘Dordts’ zijn gereformeerde-bonders anno 2007?
‘De manier waarop je gereformeerd bent, is afhankelijk van de context. Je wordt beïnvloed door je omgeving. De hele inkleuring en verwoording van toen is anders dan die van nu. Dat moet ook wel, omdat je geroepen bent het geloof te vertolken in de context waarin je leeft. Als je steeds hetzelfde blijft zeggen, is het niet per se meer hetzelfde omdat het anders gehoord wordt.
Wel is het zo dat je in lijn moet blijven met datgene waar het in Dordt op aankwam. Het gaat niet om alle afzonderlijke formuleringen uit de Dordtse Leerregels – de scholastieke taal draagt het kleed van die tijd – maar weten wij bijvoorbeeld net als ‘Dordt’ dat de dingen niet afhankelijk zijn van onze keuzes, maar van die van God? En wij denken soms: hoe kan het dat zoveel mensen mogelijkerwijs verloren gaan? Maar Dordt leert ons: hoe kan het dat God naar mensen omziet, dat er redding is? De belijdenis staat dus ook weer kritisch op onze tijd. In die zin moet je je erdoor laten corrigeren.
Je moet ook vertalen waar de belijdenis kritisch in spreekt. De verwondering over het handelen van God moeten we vasthouden. Waar dat vanzelfsprekend wordt, is correctie nodig.
De grondige kennismaking met de bronnen is daarom erg belangrijk. Waar wij al te vanzelfsprekend over allerlei dingen zijn gaan denken, kan het verleden ons bepalen bij de onvanzelfsprekendheid ervan. Wie Luther dicht op de huid komt, ontdekt bijvoorbeeld weer hoezeer genade genade is. Herbronning is het enige medicijn.’

In hoeverre staan wijzelf daarbij in de weg?
‘Het is moeilijk om je eigen vooroordelen opzij te zetten. We moeten kritisch naar onszelf zijn en ervoor open staan dat dingen anders zijn dan wij altijd dachten.
Artikel 2 van de Nederlandse Geloofsbelijdenis maakt bijvoorbeeld iets anders duidelijk dan wat sinds Karl Barth gedacht wordt. De natuur is wel degelijk een aparte bron van godskennis, hoe beperkt ook. Dat is lang ondergesneeuwd, maar ik probeer dat naar vandaag serieus te nemen.’

Straks zijn er drie hoogleraren namens de Gereformeerde Bond. Is er sprake van een gereformeerd offensief, is de liberale theologie op haar retour of is er gereformeerd-liberale vermenging?
‘De opleidingen erkennen steeds meer de toegevoegde waarde van een bijzondere leerstoel. Dat heeft iets heel pragmatisch, omdat ze daarmee niet alleen studenten helpen, maar ook aantrekken.
Verder valt in de kerkelijke theologie inderdaad een verschuiving waar te nemen. De tijd van echt linkse of liberale kerkelijke hoogleraren zoals G.H. ter Schegget en F.O. van Gennep is voorbij. Een groot deel komt nu uit het theologische midden en een deel meer rechts daarvan. De kerkelijke opleidingen zien de onvruchtbaarheid van een eenzijdig vrijzinnige insteek in de theologie. Vrijzinnigen stellen de spannende vragen niet en kunnen ook de passie voor de theologie niet overbrengen.
De tijd dat theologen zich moesten afzetten tegen allerlei vastgeroeste stelligheden, is voorbij. Figuren als prof.dr. H.M. Kuitert ontleenden daaraan de impuls om theologie te beoefenen. Maar de macht van kerk en theologie hoeft nu niet meer gebroken worden, die heeft al veel te veel ingeboet.’

Met wie uit heden of verleden identificeert u zich vooral?
‘Ik zou graag prof.dr. C. Graafland noemen. Hij leerde je echt theoloog te worden en grondig na te denken over de inhoud van het geloof. Urenlang gaf hij colleges over één zondag uit de catechismus en liet je zo de waarde ervan zien. Ook hoe je de inhoud ervan in het actuele debat kon inbrengen. Je ontdekte dat je wel van goeden huize moet komen als je de belijdenis passeert of denkt te kunnen overstijgen.
Ik was ook onder de indruk van de wijze waarop Graafland zijn theologie combineerde met persoonlijke vroomheid, zoals die onder meer tot uiting kwam in zijn preken. Hij was in alles heel existentieel bezig, op het hart gericht, en deed niet aan speculatieve theologie. Hij was ook kritisch. Soms had hij misschien ook wel kritiek om de kritiek, maar dat scherpte je als student.’

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 december 2007

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

Doorvertalen als opdracht

Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 december 2007

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's