De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

De dominee: een mens

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

De dominee: een mens

8 minuten leestijd

We kennen ook onder ons het trieste verschijnsel dat predikanten vastlopen in hun gemeente met losmaking als uiteindelijk gevolg. Nu komt dat in de maatschappij ook voor: mensen worden van hun positie weggehaald en overgeplaatst naar een andere plek in het bedrijf. In het ergste geval vindt ontslag plaats en moet worden gezocht naar een andere baan. Als een predikant dit overkomt, grijpt het meestal vele malen dieper in. Hij is immers een publiek persoon, iemand die in een kerkelijke gemeenschap aanzien geniet. Iedereen bemoeit er zich mee en zegt er het zijne van.
Intussen kan hij zich naar buiten toe nauwelijks verdedigen. Hij zal het zelf misschien ervaren als een nederlaag of als een diepe teleurstelling. Hij voelt zich mis kend en niet begrepen en zal in sommige gevallen getraumatiseerd of gefrustreerd verder moeten leven.

In De Wekker (23 november), orgaan van de Christelijke Gereformeerde Kerken, schrijft drs. Ad Heystek een reeks artikelen over De waarde van psychologie voor de kerken.
Boven het eerste artikel staat het opschrift: Psychologie en de persoonlijkheidsontwikkeling van de aanstaande predikant. Heystek is docent psychologie aan de Theologische Universiteit Apeldoorn. Het gaat er bij de opleiding tot predikant om, aldus Heystek, dat de student met behulp van dit vak kennis van zijn medemens maar ook kennis van zichzelf moet proberen te vergroten.
De ontwikkelingspsychologie is behulpzaam bij deze reflectieoefening. Door colleges en opdrachten van dit vak zullen de studenten tot een analyse van hun eigen ontwikkeling komen en moeten proberen daaruit (voorzichtige) conclusies te trekken.
Het hebben van inzicht in jezelf is uitermate belangrijk. In dankbaarheid kunnen studenten soms constateren hoe gezond hun ontwikkeling was waardoor ze stevig in hun schoenen mogen staan die ze van de Here gekregen hebben. Anderzijds worden er soms zorgen geconstateerd. Scheefgroei of allerlei gebeurtenissen tijdens hun leven hebben de ontwikkeling bemoeilijkt en kunnen bronnen van risico zijn voor de latere beroepspraktijk.
Het vroegtijdige ontdekken hiervan is vaak al een halve overwinning. Vervolgens kan er eventueel met begeleiding gewerkt worden aan deze hiaten zodat er reparatie plaatsvindt. Niet altijd zijn zaken recht te zetten maar meestal is er toch wel wat aan te doen zodat er goed mee te leven valt.
Spannend is dit vak vaak wel. Het confronteert je met jezelf en daar moet je toe bereid zijn. Tegelijkertijd zal er voldoende veiligheid geboden worden om deze zaken tot z’n recht te laten komen. Beide zaken: confrontatie en veiligheid, moeten goed worden bewaakt.

Drs. Heystek geeft in zijn artikel een aantal voorbeelden:

Student A is een briljant student. Op de middelbare school (gymnasium) was dat ook al het geval. Zijn eindlijst telde een aantal tienen, een paar negens en een acht. Zijn studieresultaten op de Theologische Universiteit doen daar bijna niet voor onder. Met het vak psychologie heeft hij echter veel moeite. De reflectieopdrachten naar aanleiding van de colleges geven hem veel moeite.
De vragen die betrekking hebben op de literatuur gaan prima, maar de toepassingsvragen zijn erg moeilijk. Vooral als er gevraagd wordt naar zijn gevoel. In een gesprek na afloop van een college deelt hij deze moeite met de docent. Op een gegeven moment zegt hij dat hij liever driehonderd pagina’s aan reflectie op deze stof schrijft.
Uit het vervolg van het gesprek blijkt dat de emotionele kant van hem in tegenstelling tot de cognitieve (de kant van de kennis) zwak ontwikkeld is. Altijd heeft hij met zijn verstand de zaken kunnen oplossen, slim als hij was. Hij begint dat nu ook in te zien.
Hij kreeg wel eens te horen dat mensen hem weinig sociaal vonden, zo weinig invoelingsvermogen hebbend. Wanneer het zo doorgaat dan zal hij mogelijk een zeer geleerde heer kunnen worden en misschien ook heel goed preken kunnen maken, maar het zal maar zeer de vraag zijn of hij contact kan hebben met de hoorders. Om nog maar niet te spreken over het pastoraat.

Bovenstaand voorbeeld is wellicht enigszins overdreven maar beslist niet irreëel. Niet weinig komt het voor dat intelligente kinderen (misschien wel als gevolg ons onderwijssysteem) zich eenzijdig ontwikkelen. Het is meestal niet zo dat de emotionele kant aan deze personen ontbreekt of dat deze personen in aanleg een laag E.Q. (= een waarde voor de emotionele intelligentie) zouden hebben maar in de ontwikkeling zijn deze gebieden vaak verwaarloosd.
Het is dan belangrijk dat dit vroegtijdig wordt ontdekt zodat er eventueel nog wat aan gedaan zou kunnen worden. Bovenstaand voorbeeld zou met andere uit te breiden zijn. Wat te denken bijvoorbeeld van mensen die in hun jeugd een scheiding van hun ouders hebben gemaakt. Niet ondenkbaar is, wanneer ze dat niet goed hebben verwerkt, dat wanneer ze later als pastor in aanraking komen met gemeenteleden die willen scheiden het hen bovenmate raakt en misschien wel belemmert om dit pastoraal goed te begeleiden.
Bekend is ook dat wanneer je langdurig en veel ‘gepest’ bent op school dit een heel negatieve invloed op je persoonlijkheidsontwikkeling kan hebben. Je kunt een enorme achterdocht ontwikkelen waardoor je bijna niemand vertrouwt. Het kan zijn dat je een heel lage of negatieve zelfwaardering hebt ontwikkeld waardoor je alle kritiek direct persoonlijk opvat en daar niet goed mee om weet te gaan.

Deze voorbeelden zullen zeker herkenning oproepen. Persoonlijkheidsvorming kan niet gemist worden in de opleiding van aanstaande predikanten. De soms eenzame positie van een predikant kan een valkuil worden die contraproductieve gevolgen heeft voor zijn functioneren in de kerk.

De dominee: hij is het niet
In het blad in de Waagschaal (24 november) las ik een bijzondere bijdrage van ds. Udo Doedens (Zuid-Beijerland) onder het opschrift Met bezieling graag. Hij haakt in op de tekst van veel advertenties waarin door een vacante gemeente een predikant wordt gezocht.
‘Een predikant m/v moet kunnen inspireren en enthousiasmeren en hij moet de gemeente tot een eenheid kunnen smeden, werkzaamheden die in geloviger tijden aan de Heilige Geest waren voorbehouden.’ Wat hij wil laken is dat velen doen alsof de predikant zelf kan beschikken over de Geest. Terecht onderstreept hij dat de Geest buiten de sfeer van menselijke competentie valt.
Wat kerkenraden wel als behorend tot de competentie van een predikant mogen verwachten zijn: ‘Kennis van het evangelie en zijn receptie, voldoende analytisch vermogen om het evangelie te doordenken en in aanraking te brengen met hedendaagse wereldbeelden, sociale vaardigheden om aandacht voor het evangelie te vragen in het maatschappelijk verkeer en ten slotte de bereidheid om zich te binden aan de gemeenschap van de kerk.’

Aan de predikantsvacatures in ‘Kerkinformatie’ is af te lezen dat de meeste gemeenten het onvoldoende vinden om een predikant slechts op deze competenties te beoordelen en het voor de rest te laten bij een voortgaand gebed om de komst van de Geest en een in geloof genomen besluit om de kandidaat ja dan nee het vertrouwen te schenken dat hij in de nieuwe gemeente Gods Woord kan spreken. Men formuleert daarom, hoe vaag ook, nieuwe competenties die veilig moeten stellen dat men werkelijk een goede predikant beroept. Is daar dan helemaal niets voor te zeggen?
Ik kan mij voorstellen dat er nog een enkele voorwaarde is waaraan men de geschiktheid van een ambtsdrager in het algemeen en een predikant in het bijzonder kan aflezen. Ik denk weer even aan de figuur van Johannes de Doper, die lopende dit betoog steeds meer het paradigma van de ambtsdrager is geworden – van de ambtsdrager, wel te verstaan, voor zover hij de Geest ontbeert. In de Bijbel wordt Johannes getekend als de mens die ‘het’ in alle opzichten ‘niet is’ (vgl. Joh. 1:19-23 waar Johannes driemaal van zichzelf zegt: ‘ik ben het niet’).
Zeldzaam is, dat hij van zichzelf weet dat hij het niet is. Of hij weet wie het wel is, is vers twee, hij weet in ieder geval dit, dat hij het niet is. Me dunkt dat de wonderlijke intensiteit van dit weten alweer op rekening van de Geest moet worden geschreven, maar het voornemen om ‘het niet te zijn’, het niet te weten, om een leven in berouw en in aanbidding te leiden, zou door ons van Johannes kunnen worden overgenomen. Dit voornemen zou als een eis aan een ambtsdrager kunnen worden gesteld.
Bezieling kan niet gelden als een competentie. Zij komt en gaat met het waaien van de Geest. Maar met het gebrek aan bezieling is het anders. Wat mij betreft zouden we van aanstaande predikanten een verklaring mogen verlangen dat zijn ‘het niet zijn’. Dat zij zonder de Geest niets voorstellen. Wat mij betreft zouden zij mogen worden beoordeeld op de competentie ‘bidden en vasten’ (Matth. 17, 21).
Ik zie uit naar de eerste advertenties waarin een predikant wordt gezocht die het niet is.
‘De Ontmoetingskerk van Westergeest zoekt een bedelaar m/v, die ons er door zijn onbezieldheid in eredienst, jeugdwerk en ouderenwerk bij bepaalt dat de Geest van elders komt. Een passende pastorie is aanwezig.’

Het is intussen misschien een wat afgezaagd voorbeeld, maar ik herhaal het toch nog maar weer eens: de echte pastor is een bedelaar die andere bedelaars weet te vertellen waar ze brood kunnen vinden.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 december 2007

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

De dominee: een mens

Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 december 2007

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's