Kom dichterbij het leven
Preken – ambacht en opdracht [ 1 ]
Veel preken glijden zo langs je heen, verzuchtte onlangs een predikant. Wat kan een predikant doen om niet over de hoofden heen te preken, maar zijn de boodschap echt bij de hoorder te brengen?
Met meer dan gewone interesse heb ik het boek Dichtbij de hoorder. Prediking en trends gelezen. Dat komt door het onderwerp: de prediking. Vooral de titel prikkelde mijn belangstelling. Dat heeft te maken met de conferentie die de Gereformeerde Bond in 1998 in Dalfsen belegde over de prediking en waar prof.dr. A. de Reuver preekte over Johannes 11:35: ‘Jezus weende’. Indringend is deze preek toen besproken.
Collega W. Dekker, een van de redacteuren van Dichtbij de hoorder, gaf een officiële reactie. Dat deed hij onder het motto Dichterbij het leven. Bij alle waardering vond hij dat de aansluiting bij de belevingswereld van nu veel sterker had moeten zijn. ‘Ik denk steeds: kom wat sneller tot de concrete, praktische punten, waar het over gaat, kom ook wat dichterbij mijn leven.’ Graag een wat hoger ervaringsgehalte, zo luidde zijn appèl.
Huiswerk
Begin vorig jaar verscheen de Gereformeerde Bondsbrochure Naar Christus toe, over de prediking. Ook daarop heeft Dekker desgevraagd gereageerd. In De Waarheidsvriend schreef hij dat de brochure hem een beetje tegenviel.
Voorgangers moesten nog veel leren, ‘vooral wanneer het erom gaat de grote waarheden van het evangelie, die alle in Christus hun centrum hebben, te vervoegen in het leven van elke dag.’ Hij pleitte ervoor verder te gaan met ons huiswerk om de ‘prediking dichterbij het leven’ te krijgen.
Met dat huiswerk zijn collega Dekker en zes anderen intensief bezig geweest. Het resultaat vinden we in genoemde bundel, uitgegeven ter gelegenheid van het eerste lustrum van de beweging Passie voor preken. Brandende vraag is nu natuurlijk: hoe ziet dat huiswerk eruit? Weet de bundel prediking en prediker zo te stimuleren dat we inderdaad dichterbij de hoorder komen?
Het thema van dit lezenswaardige boek verdient meer dan een recensie. Vandaar enkele artikelen. Deze week laat ik vier scribenten uit Dichtbij de hoorder aan het woord, de volgende keer drie. Dan ga ik eveneens in op wat in het septembernummer van Theologia Reformata te lezen stond over de prediking in het algemeen en over de Gereformeerde Bondsbrochure in het bijzonder. Daarna gaan we het gesprek aan, dat we in het derde artikel voortzetten.
Context
Ik start met het artikel van Dekker zelf. Het is het laatste en heet De bijbel en de trends. Preken uit twee bronnen? Een helder artikel, dat het kader van het geheel van de bundel aangeeft en de draden van de diverse artikelen samenvlecht. Reden om het het eerst en meest uitvoerig bespreken.
Om te beginnen duidt ds. Dekker het spanningsveld aan waarin de prediking heden ten dage staat: enerzijds moet zij voluit bijbels zijn en ervaren kunnen worden als arbeid aan onze ziel, anderzijds dient zij voluit eigentijds te zijn, met oog voor wat er om ons heen speelt.
Daarvoor zijn vier spelregels.
Ten eerste, laat de context spreken. Probeer de historische, religieuze, sociale en psychologische dimensies op het spoor te komen. Teken Abraham zó dat we als het ware de schapenmest ruiken, de koude van de woestijnnachten voelen, de ruzie van de herders horen. In zulke omstandigheden was Abraham bezig te geloven. Zo is hij geen abstracte figuur, maar mens van vlees en bloed, met wie de hoorder vandaag zich kan identificeren.
Verbeeldingskracht
Preek – ten tweede – met verbeeldingskracht. De teksten van de Bijbel roepen beelden op. Daar moet de voorganger niet voor vluchten, maar hij moet ze gebruiken, opdat zijn hoorder wordt meegenomen, naar het boerenerf van de verloren zoon bijvoorbeeld.
Verantwoord? Ja, want het Woord is vlees geworden, ‘zowel in de heilsgeschiedenis van weleer als in het gebeuren van de prediker nu.’
Zoek in de derde plaats naar herkenning binnen de eigentijdse context. Zo kan er een parallel getrokken worden met de geschiedenis van Rachel, die heimelijk haar huisgoden meesmokkelt (Gen. 31). Op de grens van het oude naar het nieuwe hunkert ze ernaar het vertrouwde vast te houden. Weerspiegelt zich dat niet in de hedendaagse ‘retro-trend’? Nog een parallel: Rachel wil niet direct kiezen, maar combineren.
Laten we zo de Bijbel buikspreken? Of ontdekken we door het graven in de context van toen overeenkomst met nu?
Sensitief
Ten vierde, sta sensitief in het leven. Dat houdt in dat een voorganger zich er voortdurend in moet oefenen om aan te voelen waarom mensen bepaalde dingen doen, waarom ze geraakt worden door ontwikkelingen om hen heen. ‘Je wordt minder selectief in het aanwijzen van zonden. Je gaat meer je eigen diepste en vaak onderdrukte verlangens ontdekken.’ Dat behoedt voor moralisme en holle waarschuwingen. Veeleer sta je écht naast de hoorder en merk je hoe het oude Woord van God in ons aller vlees snijdt.
Door zo bezig te zijn, komen we volgens Dekker het spanningsveld te boven tussen voluit bijbels en voluit eigentijds: wanneer onze context op een natuurlijke wijze uit de tekst opkomt, is de tegenstelling tot een bijbelse prediking opgeheven. En benoemen we de trends, dan hoeft dat geen oppervlakkige verkondiging op te leveren, omdat de prediker zich uitgedaagd zal weten aan te geven welke trends onze ziel onherstelbare schade berokkenen, maar ook dat we haar bewaren wanneer we dichtbij Gods gebod en belofte leven.
Trendwatchen
Het boek begint met de lezing die communicatiedeskundige drs. Jaap Versluis hield op een studiedag gewijd aan het thema Dichtbij de hoorder. Hij sprak over ‘trendwatching’: je probeert ontwikkelingen in de samenleving waar te nemen en gaat na hoe ze ons beïnvloeden en welke vragen erachter liggen. Versluis noemt een behoorlijk aantal trends, waarvan je de meeste wel herkent.
Een dominee kan ook leren trendwatchen, bijvoorbeeld door regelmatig een aantal tijdschriften buiten zijn eigen interessesfeer te kopen en door te nemen. Daardoor krijgt hij oog voor de belevingswereld van zijn gemeenteleden.
Want weet hij wat bij hen speelt, dan kan hij hen ook ráken. Nuchter merkt Versluis op dat trendwatchen daarvoor een nuttige methode is, meer niet. Maar als het goed is, zal een predikant een ‘pastorale nieuwsgierigheid’ ontwikkelen naar de drijfveren van zijn gemeenteleden.
Als een zwaard
Ook de lezing die CHE-docent dr. Henk Bakker hield, is opgenomen. Hij benadrukt dat het vooral God Zelf is Die dichtbij de mensen komt, dichterbij dan de predikant ooit kan komen, dichterbij dan de hoorder bij zichzelf is. ‘Nabij u is het Woord’ (Rom. 10).
Hoe ís het echter als God, de Hartenkenner, bij ons komt? Daarop moeten we ons niet verkijken. Zijn woorden houwen als een zwaard op ons in (Hebr. 4:12): zij ziften en schiften, confronteren, kwetsen en filteren.
Zit de gemiddelde hoorder daarop te wachten? Hij hunkert in elk geval naar verlossend inzicht.
Want hij zit gevangen in een repeterende leugen over zijn leven. Dat moet immers voldoen aan de maatstaven van succes, welvaart en luxe. ‘Vanuit God bezien zit de Nederlandse hoorder in de kerk op een ingrijpend goddelijk spreken te wachten dat zijn leven op zijn kop zet en verandert.’ Dat overkwam kerkgangers in de Vroege Kerk regelmatig: men wist zich in de aanwezigheid van God gesteld en door de Geest doorgrond.
Dat gebeurt nog steeds waar een hoorder ontdekt dat de prediking over hém gaat. Daartoe moet de prediker de horizon van de bijbelschrijvers en de horizon van de mensen nu zoveel mogelijk op één lijn zien te krijgen. Zodoende belandt de mens met zijn beide benen in de bijbelse werkelijkheid, die ook zíjn werkelijkheid blijkt te zijn. Daarvoor is tijd nodig. Maar helaas staan kerkdiensten onder grote tijdsdruk. Het moet – is vaak de mening – korter en pakkender.
Met alle gevaren van dien: mens en Bijbel komen niet bij elkaar, ondanks gebruik van moderne middelen zoals dans of beamer.
Een ander punt dat Bakker noemt, is dat de hoorder voor God een met intellect begaafd wezen is. Daarom schat de Schrift de mens hoog in.
In de Vroege Kerk werd de hoorder op zijn gezonde verstand aangesproken. De puriteinen deden dat eveneens: het verstand was voor hen het ‘oog van de ziel’. Daar moeten we ook nu rekening mee houden. Al gooit het gevoel tegenwoordig hoge ogen – aan een logica die niet klopt, geeft een mens zich niet zomaar gewonnen. ‘De weg naar het hart loopt via het hoofd.’ Sprak Jezus niet over het verstaan van de waarheid? (Joh. 8:32)
Intro
Belangrijk voor een preek is het begin. Daarover schrijft drs. Yme Horjus, predikant van een baptistengemeente in Ede. De hoorder moet van meet af ‘bij z’n lurven’ gepakt worden. Anders haakt hij af. Een prediker die dat niet beseft, zal merken dat hij de aansluiting bij zijn gehoor mist. De stelling dat het Woord het zelf moet doen, gaat niet meer op. De intro moet dus staan als een huis, zodat mensen zich geraakt voelen.
Verder zal de preek een stuk entertainment moeten bieden. Saaiheid en voorspelbaarheid worden afgestraft, doordat mensen op de loop gaan als er weinig te beleven valt, vaak ook letterlijk.
Al geldt dat iets meer de evangelische wereld dan de reformatorische, waar de trouw nog niet zo is uitgesleten. In elk geval moet de prediker dingen naar de ‘luistergunst’ van de (veeleisende) hoorder.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 december 2007
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 december 2007
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's