Komen ín de ellende
Meditatie: Exodus 3:7b en 8a
Waarom Kerst? is de titel van de actie waarmee de EO het gesprek wil stimuleren met buitenkerkelijken over Gods komen in de wereld. In deze geseculariseerde tijd is het meer dan nodig ons te bezinnen op de vraag: Wie is God, waarom kwam Hij, wat betekent het dat Hij gekomen is?
‘(…) Ik heb hun smarten bekend. Daarom ben Ik neergekomen, dat Ik het verlosse (…)’
Mozes woont in Midian. Al bijna veertig jaar. Hij hoedt er de schapen van zijn schoonvader. In hoeverre hij nog aan zijn volk denkt, is ons niet bekend. God is Zijn volk in ieder geval niet vergeten. Hij hoort hun gekerm en gedenkt aan Zijn verbond. Uit eigen aandrang reageert Hij op hun ellende.
Hij is trouwens al jaren bezig om voorbereidingen te treffen voor Israëls redding. Het begon al met Mozes’ wonderlijke bewaring. Nu gaat Hij ingrijpen, Zijn beloften vervullen. Hij doet dat meer dan eens op het moment dat het onmogelijk schijnt. Dat gold toen, dat gold ten tijde van Jezus’ geboorte, die plaatsvond in één van de donkerste perioden van Israëls geschiedenis. Dat geldt vandaag nog. Daarom: 'Ten dage, als ik zal vrezen, zal ik op U vertrouwen' (Ps. 56:4).
Midden in de hitte
God gedenkt Zijn verbond. Hij gebruikt hiervoor Mozes, die niets vermoedend in de woestijn God ontmoet in een doornstruik die in brand staat, maar niet verbrandt. Die doornstruik is volgens Joodse uitleggers een beeld van het volk Israël. Het in de ogen van andere volken verachte volk, dat het meer dan eens zwaar ontgelden moe(s)t, is niet verteerd. Een Godswonder. De HEERE roept tot Mozes uit het midden van de brandende doornstruik. Hij bevindt Zich blijkbaar ín het vuur, midden in de hitte van de verdrukking van Zijn volk. Dit is kenmerkend voor onze God. Hij ziet de ellende maar niet aan, maar komt erin neer.
Aanbiddingfeest bij uitstek
In Exodus 3 – één van de kernhoofdstukken uit de Bijbel – openbaart God Zich, geeft Hij Zich te kennen. Niet alleen door Zijn Naam te noemen – IK ZAL ZIJN – maar ook door wat Hij hier doet. Hij daalt neer in het vuur, in het verderf, houdt Zich niet op een afstand, maar komt nabij, erin, in de ellende, het levensbedreigende. De HEERE, de Heilige, Die zeer hoog woont, daalt in het diepste neer. Hij vernedert Zich. Om te verlossen.
Dat is Kerstfeest. In de stal van Bethlehem wordt God mens. Een grotere afstand dan tussen die twee is er niet. Een diepere vernedering is daarom niet denkbaar. Zo diep gaat Gods liefde, zo ver strekt Zijn bewogenheid met het verlorene, met ons, dat Hij Zich helemaal één met ons maakt, één van ons wordt, om vijanden te verlossen. Kerstfeest is onbegrijpelijk. Het is het aanbiddingfeest bij uitstek.
Gebogen hoofd
Dat God in Egypte neerkomt, laat zich nog denken. De Israëlieten hebben aan de ellende immers geen schuld. De slavernij is hen opgelegd door farao. Bij ons ligt dit totaal anders, is er wel degelijk sprake van schuld. Wij hebben de ellende over ons ingeroepen. Bij de kribbe kun je dan ook alleen maar staan met een gebogen hoofd. God wordt omwille van ons mens, de onwaardigste onder de mensen, een paria, een verworpene, een vloek. Hij maakt onze ellende en schuld tot de Zijne, om die weg te dragen, er verzoening over te doen, om zondaren te verlossen. Zalig wie in Hem gelooft.
Wie is God? Dat legt Jezus ons uit, toont Hij ons. Hij is de Getrouwe, Die ondanks ons blijft wie Hij is, niet loslaat het werk van Zijn handen. Hij houdt aan Zijn schepping, Zijn mensen vast, wil niet dat de duivel, het verderf het laatste woord heeft. God heeft Zich dan ook niet bij de zonde, de door ons veroorzaakte ellende neergelegd, maar is erin gekomen, erin afgedaald. Zo is er toekomst voor toekomstlozen, voor een ieder die Hem erkent.
Knielen
Wie is God? IK BEN DIE IK BEN. Dat betekent naar ons toe: je weet wat je aan Mij hebt. Ik blijf Mezelf. Ik ben de Verlosser. Ik blijf trouw. Ik ben en blijf erbij in je leven, altijd, ook in de diepste diepten. Ik ben er voor u. Om Christus’ wil. Hij heeft dit alles mogelijk gemaakt. Daarvoor kwam Hij, stierf Hij. Omdat God op Golgotha er voor Jezus niet was, is Hij er voor een ieder die voor Jezus knielt. Daarom:
Ik kniel aan Uw kribbe neer,
o Jezus, Gij mijn leven!
Ik kom tot U en breng U, Heer,
wat Gij mij hebt gegeven.
O, neem mijn leven, geest en hart,
en laat mijn ziel in vreugd en smart
bij U geborgen wezen.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 december 2007
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 december 2007
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's