Machtige homolobby
Training in verwoorden Gods geboden nodig
Het doet homofiele gemeenteleden in ons midden géén goed dat homoseksualiteit als thema vrijwel dagelijks prominent in het nieuws is. Hoe blijf je bij het Woord in een samenleving die de ruimte voor andersdenkenden afsnoert?
De Rotterdamse ds. H.G. de Graaff zei het dit voorjaar in zijn (ook in ons blad afgedrukte) lezing over pastoraat aan homoseksuele jongeren: een pastorale benadering van gemeenteleden staat haaks op ‘het mediageweld en de overkill aan informatie’. Die brengen de mens terug tot een vooral seksueel wezen. Daar komt bij het feit dat homoseksualiteit in de Nederlandse samenleving is gaan gelden als het thema waarmee je kunt bewijzen een goed burger te zijn. Wie op grond van een consequente, op de Bijbel geënte levensovertuiging geen ruimte ziet voor homoseksuele relaties, discrimineert. Zo noemen we dat tegenwoordig. Met dank aan het COC, de veel te invloedrijke lobbyclub.
Vrijmoedigheid
Ooit zei een SGP-raadslid in een grote gemeente over zijn collega van GroenLinks: ‘Ik wilde dat ik de vrijmoedigheid had om zo van mijn geloof in God te getuigen als hij zijn homoseksualiteit uitdraagt.’ Wie waarneemt wat er in Nederland gebeurt, krijgt de idee dat er vanuit een weldoordachte strategie overal aandacht voor dit thema dient te komen. Iemands seksuele identiteit moet in Nederland vooral publiek zijn.
De lijst is eindeloos: in de Amsterdamse openbare bibliotheek is een homoplein ingericht, Nederland moet na Duitsland ook een commerciële homozender krijgen, Enschedé gaat met een eigen boot meevaren in de homo-optocht Gay Pride, plaatselijke COC-afdelingen registreren nauwgezet het aantal lokale homohuwelijken, we kennen een heuse homo-encyclopedie die ‘een must voor elke schoolbibliotheek is’, D66 beweert met droge ogen dat elk land dat tot de Europese Unie wil toetreden het burgerlijk huwelijk moet openstellen voor paren van gelijk geslacht, enzovoort. Nederland in 2007.
Psalm 1
Hebben we in de kerk door wat deze vloed aan berichten met ouderen en jongeren doet? Wat stellen we hiertegenover, in de eredienst, doordeweeks in de toerusting van de gemeenteleden en vooral in de ‘liturgie van het leven’, ons dagelijks bestaan voor het aangezicht van God? Is het denken over huwelijk en seksualiteit, over relaties en trouw niet een punt waarop christenen zich in onze tijd hebben te onderscheiden? Gelukkig gebeurt dit wél, zoals recent in een preek over Psalm 1, waarin de man welzalig genoemd wordt die niet in de raad van de goddelozen wandelt (wat concreet!), die niet staat op de weg van de zondaren, maar die vreugde vindt in de wet van de Heere. Nodig is het te verkondigen dat het leven binnen de grenzen van Gods verbond en je daarbij aan Zijn geboden willen houden, geen bekneld leven is, geen discriminerend gedrag inhoudt, maar dat er vreugde bij hoort. Nodig is dat allen die verantwoordelijkheid dragen in gezinnen, op scholen, in gemeenten die vreugde ook uitstralen.
Rechtvaardig leven
Op dit punt onderscheidden zich de eerste christenen. Dat betekende geen zelfverheffing ‘omdat wij het beter doen’, maar zelfverloochening omdat het welzijn van de naaste gezocht werd. Als we een missionair motief zoeken, reikt de Bijbel ons dit aan, ook in Psalm 1. Immers, ‘de Heere kent de weg van de rechtvaardigen; maar de weg van de goddelozen zal vergaan.’ Het luistert hier wel nauw in de communicatie, want wie is rechtvaardig? Geen (kerk)mens die buiten Jezus Christus leeft.
Psalm 1 zegt ons dat we niet vrijblijvend over het leven bij Gods geboden kunnen spreken, maar plaatst die in het kader van de diepste troost en de laatste ernst van het leven. Daarnaast moet duidelijk zijn dat we het als rechtvaardige leven niet beperken tot onze visie op huwelijk en seksualiteit, maar dat de claim vanuit het Woord van God niet minder raakt aan onze geldbesteding, onze woordenschat, ons economisch leven, onze opvoeding, ons internet gedrag … Dat relativeert echter niet, maar verhoogt de spanning. De apostel Johannes noemt de liefde en de rechtvaardigheid (niet zijn, maar doen!) als kenmerken van een kind van God. In 1 Johannes 3 lezen we: ‘Hieraan zijn de kinderen van God en de kinderen van de duivel te herkennen. Ieder die de rechtvaardigheid niet doet, is niet uit God, evenmin als hij die zijn broeder niet liefheeft.’
Training
Ouderen onderschatten veelal in welk levensklimaat jongeren – ook studenten – groot worden, een atmosfeer die zo anders is dan enkele decennia terug. Meer dan voorheen staat wat ze lezen en wat ze horen haaks op de boodschap van het evangelie. Training in bijbelse principes, dát hebben onze jongeren vandaag meer dan ooit nodig. De Joden zeggen dat als iemand je iets vraagt uit de wet, je in je antwoord niet mag stotteren. Daarom leren ze zo nauwgezet de Torah. Geldt dat ook niet voor christenen inzake het leven als minderheid in onze maatschappij? Investeren in bijbelse principes betekent tegelijk dat elke vorm van discriminatie taboe is, dat er respect geleerd wordt voor andere mensen als medeschepselen van God en dat er voor homofiele gemeenteleden in de christelijke gemeente een klimaat is waarin hun eenzaamheid doorbroken wordt.
Samenwerking?
Christenen mogen investeren in het zoeken naar het op goede wijze toepassen van de wil van God in hun leven. Het is zeer de vraag of samenspreking of samenwerking met instanties als het COC en de Gay Parade daarbij op onze weg ligt. Als een raadslid van de ChristenUnie zich vanwege haar lesbische relatie terugtrekt, hoef ik in het Reformatorisch Dagblad en het Nederlands Dagblad niet direct te lezen wat het COC daar wel van denkt. Het COC is ook niet degene die de wacht hoeft te betrekken bij de politieke koers en de concrete keuzen van de ChristenUnie – dat doen de leden, het congres, het partijbestuur op basis van de eigen statuten. Wat moeten we als mensen die willen leven bij de autoriteit van Gods Woord met plannen komen om tijdens de homomanifestatie Gay Pride een bootje met christen-homo’s mee te laten varen, met de mening van een vereniging als RefoAnders die hiervoor voelt? Welk signaal gaat ervan uit als 81 procent van de leden van ‘het gereformeerde homoplatform Contrario een relatie met iemand van gelijk geslacht niet bezwaarlijk vindt?
Avondmaalsformulier
Christus heeft Zijn gemeente geheiligd, door haar te reinigen met het waterbad door het Woord, om haar voor Zich te plaatsen, zonder vlek of rimpel, heilig en smetteloos, schrijft Paulus aan Efeze en aan Kolosse. Dat raakt niet minder openbare en verborgen zonden van heteroseksuele gemeenteleden, dat raakt volgens ons avondmaalsformulier allen die echtbreuk plegen en ontucht bedrijven, trouwens net zo goed als het hen aangaat die twistziek zijn of tweedracht veroorzaken.
We moeten constateren dat zelfs bínnen de kerk over de betekenis van het zevende gebod geen eenduidig belijden meer mogelijk is. Eind november verscheen het kwartaalblad Vroom en vrolijk van het Landelijk Coördinatie Punt kerk en homoseksualiteit vanwege gebrek aan abonnees voor het laatst. Is de emancipatie in de kerk ten einde? In dezelfde week besloot de Verenigde Protestantse Kerk in België gemeenten de ruimte te geven een relatie van stellen van gelijk geslacht in te zegenen. Alsof het huwelijk in de Bijbel als een instelling van God niet van unieke waarde is.
Ethische politiek
In zijn dezer dagen verschenen dagboek Avonduren constateert Andries Knevel dat in de ChristenUnie – met de SGP al jarenlang voertuig van de christelijke politiek – de nadruk op ethische politiek vrij geruisloos verschoven is naar sociale politiek. Het is te hopen dat van deze terechte waarneming een signaalwerking uitgaat, opdat onze christenpolitici zich geen keus laten opdringen tussen micro- en macro-ethiek, tussen aandacht voor beschermwaardigheid van het leven en de zorg voor het milieu. Van Daniël ging er immers niet iets uit omdat hij in de regering zat, maar omdat hij Gods Woord bewaarde en Zijn Naam niet verloochende.
Christenen zijn in Nederland een betrekkelijk kleine minderheid. Hun identiteit ligt in het leven bij Gods Woord. Voor de ‘zeer machtige’ Romeinese stadhouder Felix (Hand. 24) stond ooit de apostel Paulus, ervoor uitgemaakt een oproer te veroorzaken. Zijn antwoord? ‘Maar dit erken ik voor u dat ik volgens die Weg die zij sekte noemen, op die manier de God van de vaderen dien, en dat ik alles geloof wat er in de Wet en in de Profeten geschreven staat.’
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 december 2007
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 december 2007
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's