‘Welk een vriend is onze Jezus’
Huurlingen en slaven blijven op afstand
Alweer even geleden was in De Waarheidsvriend een overdenking te lezen waarin het ging om de vriendschap van Jezus. Het is goed als niet alleen mensen buiten hervormd-gereformeerde kring van deze bijzondere vriendschap gewag durven te maken.
De vriendschap van Jezus is een gevoelige kwestie, die – al werd het in de genoemde meditatie niet gezegd – een duidelijk front heeft tegen degenen die al te gemakkelijk Jezus hun vriend durven noemen. Dat zijn niet in de laatste plaats evangelische groepen, die in de voorbije jaren talloze kerkgangers hebben weggetrokken.
Je noemt Jezus niet je vriend. Dat is veel te gemakkelijk en vlot, te oppervlakkig en gewoon. Vriendschap is op basis van gelijkwaardigheid. En dat kan dus niet tussen God, Die heilig en heerlijk is, en mens – en niet tussen Jezus en mens. Vriend is een genadetitel. Er is een vriendschapsbetuiging mee bedoeld.
Ik heb deze benadering niet alleen in dit stukje gelezen, ik hoor het af en toe ook wel van de preekstoel. Helaas moet ik concluderen dat daarmee oude misverstanden onnodig worden bevestigd. Het is ontzettend jammer dat het zo moeilijk is werkelijk weet van deze vriendschap te hebben.
Fundament
Soms hebben mensen een al te gemakkelijke opvatting van vriendschap, bijvoorbeeld dat vriendschap niets kost. Dat is naïef. ‘Een vriend of een vriendin is iemand die alles van je weet en toch van je houdt’, zei bij mijn weten Augustinus. Dat vraagt, dat kost altijd iets, meer of minder.
Augustinus zal het zo gezegd hebben, denkend aan de Heere Jezus, aan wat Hij ervoor over heeft gehad, aan Zijn offer. Inderdaad, de uitspraak van Augustinus slaat helemaal op de Heere Jezus, Die alles van ons weet. Hij weet wie en wat voor mensen wij zijn, en toch ... Dat is om stil van te worden, om je over te verwonderen, en intens dankbaar en gelukkig over te zijn.
Maar dat is om zo te zeggen het begin, het fundament. Hoe gaat dat dan verder? Hoe ontstaat, verdiept zich die vriendschap voorbij het aanbod? Dat is meteen al duidelijk uit het bekende gedeelte uit Johannes 15: ‘Ik heb u, die Ik mijn vrienden noem, alles bekend gemaakt, wat Ik van Mijn Vader gehoord heb.’ Daarmee zegt de Heere Jezus iets over de aard van de vriendschap die Hij zoekt met Zijn vrienden.
Heilgeheimen
Twee dingen vallen mij op: vrienden hebben geen geheimen voor elkaar, Hij in ieder geval niet. En in de tweede plaats: wat heeft de Heere Jezus bekend gemaakt? Dat lijkt me met Psalm 25 (berijmd) duidelijk: het heilgeheim wordt aan Zijn vrienden bekend gemaakt. Met andere woorden, de vrienden van de Heere Jezus worden deelgenoot aan de heilgeheimen waarmee de Zoon hen bekend en vertrouwd maakt. Zou dat afstand teweegbrengen en afstand houden oproepen?
Zien wat er niet is
Hoe kunnen wij ooit vrienden zijn? Dat kan omdat de Heere Jezus nog veel verder gaat. De Heere Jezus zegt dat Hij Zijn vrienden ‘verkozen’ heeft. De Heere Jezus kiest hen. Wat zou dat anders betekenen dat Hij vrienden maakt? Ik versta dat als een complete vernieuwing. Hij maakt ze wat ze niet waren. Ze waren geen vrienden maar vijanden, of om bij het gedeelte te blijven: slaven.
Dat Jezus vrienden kiest en dus maakt, betekent dat ze Zijn vrienden worden, omgevormd en vernieuwd van binnenuit. Trouwens, maar dat terzijde, waar de Heere Jezus vrienden maakt, maken Zijn volgelingen die ook. Daar ligt een mooie missionaire opdracht in besloten, en ook hoe je aan die opdracht gestalte zou kunnen geven: door vrienden te maken.
Maar weer even terug. Kunnen we iets zeggen over hoe die vriendschap door de Heere Jezus teweeggebracht wordt? Jawel, Luther heeft daar bijvoorbeeld een heel mooie uitspraak over: ‘De liefde van God treft niet aan wat beminnenswaardig is, maar schept dit; de liefde van de mens ontstaat door wat beminnenswaardig.’ Eenvoudig gezegd: de liefde van God ziet in ons wat er niet is. En wat er niet is, schept Hij. Wij zijn geen vrienden. Dat ziet de Heere God en Hij maakt wat er niet is: vriendschap.
Dat is juist zo bijzonder aan de liefde van God. Dat geldt al tussen mensen. Waarom zie ik in mijn vrouw en in mijn kinderen, en zij in mij, dingen die een ander niet zo ziet: hun kwaliteiten, kwetsbaarheden en talenten? Precies, omdat ik van ze houd. De liefde ziet meer en dieper. De Heere God ziet zelfs wat er niet is. Dat is het heilgeheim van de liefde.
Dat is meteen ook het verschil in de liefde van God en de liefde van mensen. Verschil, enorm verschil zo u wilt, maar geen tegenstelling zou ik denken. De vrienden kennen dat. Hoe is het mogelijk!
Geen tussenweg
Uit het stukje in Johannes 15 blijkt dat het van tweeën één is: slaaf of vriend. Er is geen tussenweg. Trouwens, we kennen dat verschil wel met iets andere woorden: slaafse en kinderlijk vrees.
Bernardus had nog een derde variant: de knecht. Maar die knecht stond toch dichterbij de slaaf dan bij de vriend. En nu luistert het toch wel een beetje nauw. Hoe wordt er over deze vriendschap gesproken in bijvoorbeeld de preek, op de wijze van de slaaf of op de wijze van de vriend? Het lijdt helaas geen twijfel dat het soms op de wijze van de slaaf, de huurling gebeurt.
Trouwens, daar zit nog wel meer aan vast. De Heere oefent daarmee, als Hij ons huurlingen als dienaren geeft, de lijdzaamheid van zijn gelovigen, zegt Calvijn als hij het verschil tussen huurlingen en herders uit Johannes 10 betrekt op dienaren van de kerk. Huurlingen en slaven kennen de vriendschap niet, hoe rechtzinnig ze verder ook zijn. Ze blijven op afstand, omdat ze uiteindelijk niet goed weten wat hun Heer beweegt en doet.
Kinderen en vrienden kennen dat wel, want die weten ook alles. Is dit laatste niet een beetje scherp geformuleerd? Misschien, maar het is ook precies waar het om gaat. Slaven en knechten praten anders over liefde en vriendschap dan vrienden. Dus dat is wel degelijk van belang om te onderscheiden en te onderkennen.
Niets te vrezen
De slaaf is bang, vrienden hebben niets te vrezen. Ik denk nog aan een andere prachtige zin, nu van Calvijn, over de kinderlijke vrees. ‘Kinderen, die met meer mildheid en op een vrijere manier door hun vaders behandeld worden, aarzelen niet om hun pas begonnen en maar half voltooide werk aan te bieden, ook al vertoont het bepaalde gebreken.’
Zulke kinderen moeten we zijn, in het vaste vertrouwen dat dit aangenaam is aan onze meest goedertieren Vader, hoe gebrekkig ook. Daarin zie ik een belangrijke parallel met de vriendschap. Niet het gebrekkige of onvolmaakte of gewone van onze kant moet ons er van weerhouden de Heere Jezus onze Vriend te noemen. Dat doen slaven, uit vrees. Vrienden weten beter, want ze hebben het uit Zijn eigen mond gehoord.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 december 2007
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 december 2007
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's