Kerst in de Kleine Twaalf
Profeten tonen al iets van Heiland
Het is goed om wat de Kleine Profeten profeteren over de komst van Christus niet te zien als los van elkaar staande geschriften, maar in de samenhang waarin ze ons zijn overgeleverd. Dat is dat éne boek: het Twaalfprofetenboek.
In de samenhang van de Kleine Twaalf zit een historische lijn. Het eerste boek, Hosea, dateert uit de tijd van vóór de Babylonische ballingschap. Bij het laatste, Maleachi, zijn we aangeland in de periode van opbouw en herstel onder Nehemia. Dan zijn we drie eeuwen verder.
Maar die historische lijn is gebroken. Amos is ouder dan Hosea en Joël is weer ouder dan Amos. Obadja zou wel eens het oudste van de Twaalf kunnen zijn, ouder nog dan de Grote Drie (zie kader). Of de reconstructie van de historische lijn in het Twaalfprofetenboek ons dan dichter brengt bij de intentie van dit boek, is nog maar de vraag.
Sleutel
Men heeft ook wel eens gedacht aan een ordening op grond van de omvang van het bijbelboek. Maar Zacharia, bijna aan het slot, is groter dan Hosea aan het begin. Andere mogelijkheden zijn nog een rangschikking aan de hand van een thema, of van de plaats van ontstaan. Maar al die pogingen moeten tot dusver als mislukt worden beschouwd.
Toch is er samenhang. Die reikt verder dan Jezus Sirach ooit heeft gezien. Want het Oude Testament is ons overgeleverd in samenhang met het Nieuwe Testament. De sleutel voor de juiste uitleg van het Oude Testament is ons gegeven in de canon. De Heere Jezus zegt: De Schriften zijn het die van Mij getuigen (Joh. 5:39). Dus ook het Twaalfprofetenboek. Maar hoe?
Van Hosea naar Maleachi
Het Twaalfprofetenboek begint met Hosea. Het centrale thema is hier het verbond. Het wordt door Israël verbroken. Dat wordt ook gedramatiseerd in het gebroken huwelijk van Hosea. Toch houdt de HEERE het verbond in stand. Daarom blijft Israël kind van God:
'Toen Israël een kind was, heb Ik hem liefgehad, en Ik heb Mijn zoon uit Egypte geroepen.' (11:1)
De evangeliën beginnen met Mattheüs. Daar wordt deze tekst in verband gebracht met het verblijf van Jozef, Maria en het Kindje.
Juist in het profetenverhaal van Jona herkent de Heere Jezus Zichzelf. Michelangelo schilderde de profeet aan het begin van de zestiende eeuw in de Sixtijnse kapel in Rome.
Jezus in Egypte
Het ‘Egypte’ in Mattheüs 2 zegt ons nog meer dan de ‘kribbe’ in Lukas 2: er was voor Hem geen andere plaats dan het slavenhuis, het land van de schaduwen van de dood. In Hosea 11 wordt met de ‘zoon van God’ het volk van God bedoeld. In Mattheüs 2 gaat het over het Kindje Jezus, de Zoon van God. De boodschap van het evangelie is helder en klaar: het volk van God heeft zijn bestaansgrond in de Zoon van God.
Dat evangelie klinkt nog luider en duidelijker door aan het slot van het Twaalfprofetenboek, in Maleachi:
'Zie, Ik zal Mijn engel zenden, die voor Mijn aangezicht de weg bereiden zal; en snellijk zal tot Zijn tempel komen die Heere, Die gij zoekt, te weten de Engel van het verbond, aan Wie gij lust hebt; zie, Hij komt, zegt de HEERE der heirscharen.' (3:1)
Christus is de Engel van het verbond. Kerst in de Kleine Twaalf is de twaalfvoudige profetie van God als de God van het verbond. Dat is Hij ondanks alle verbondsbreuk (Habakuk). Dat is Hij, al verkeert het Huis van David in vervallen staat – het is nog maar een hutje (Amos 9:11). Dat is Hij, al ligt het Huis van God in puin, zowel materieel als geestelijk gezien. Elke reformatie is mislukt (Haggaï, Zacharia, Maleachi).
Dag van de HEERE
God is de God van het verbond. Zo handelt Hij met Zijn schepping, Zijn volk en ook met ons persoonlijk. Dat zal blijken op Gods dag. Dan zal Hij ingrijpen om Zijn volk te redden en het oordeel te voltrekken aan het heidendom. De Grote Drie kondigen die dag aan en de Kleine Twaalf nemen dat over en spitsen dat toe (Joël, Amos, Obadja, Zefanja, Maleachi).
Dat gebeurt vooral in Joël, de tweede van het twaalftal. Maar die aankondiging valt heel anders uit dan Israël denkt. Gods dag brengt Gods oordeel over al wie Gods verbond verbreekt. Dat doet Gods eigen volk. Daarom wordt het nu bedreigd door een sprinkhanenplaag als door een geweldig legioen:
'Ach, die dag! want de dag des HEEREN is nabij, en zal als een verwoesting komen van de Almachtige.' (1:15; vgl. 2:1v)
Gods dag neemt apocalyptische vormen aan maar dan wel in samenhang met de uitstorting van de Heilige Geest. Daarom zal die dag toch een dag van heil zijn:
Daarna zal het geschieden dat Ik Mijn Geest zal uitstorten op alle vlees …' (2:28a)
Maar ook: 'De zon zal veranderen in duisternis en de maan in bloed voor die grote en geduchte dag van de HEERE komt.' (2:31)
En toch redding: 'Het zal geschieden dat ieder die de Naam van de HEERE aanroept, behouden zal worden. Want op de berg Sion en in Jeruzalem zal ontkoming zijn, zoals de HEERE gezegd heeft.' (2:32a)
De dag van de HEERE staat in samenhang met de belofte van de Leraar ter gerechtigheid (2:23).
Het hier in het Hebreeuws gebruikte woord voor leraar kan ook vertaald worden met vroege regen. Gerechtigheid brengt heil, vruchtbaarheid, groei en bloei. De alles kaalvretende sprinkhanen zijn voor altijd weg.
Gerechtigheid
Ook het thema van het derde boek, Amos, is gerechtigheid. Hij profeteert scherp tegen het sociale onrecht in zijn tijd. Gerechtigheid heeft hier – net als in Psalm 72 – twee kanten. Aardse verhoudingen krijgen een sociaal karakter. Maar ook het gewone leven, het land en de aarde krijgen iets paradijselijks. Het zal alles door de liefde bloeien. Gerechtigheid is messiaanse realiteit.
Dat motief keert terug in Maleachi. Maar dan wordt niet gesproken over de ‘regen ter gerechtigheid’ maar over de ‘Zon van de gerechtigheid’. Met de opgang van die Zon van de gerechtigheid breekt een nieuwe dag aan, een nieuwe lente. 'Onder Zijn vleugels zal genezing zijn'. (4:2). In de Opgang uit de hoogte heeft God naar ons omgezien, naar ons die gezeten zijn in duisternis en schaduw van de dood' (Luk. 1:78v).
Het lijkt wel of hier heden en toekomst in elkaar overgaan. Dat vloeit voort uit het profetisch perspectief. Daarin vallen Christus’ komst naar deze wereld en Zijn wederkomst samen.
Jona neemt in de Kleine Twaalf een aparte plaats in. Het is geen profetie maar een profetenverhaal. Het is te vergelijken met de verhalen van Elia en Elisa. Maar juist in deze geschiedenis herkent de Heere Jezus Zichzelf. En Hij wil dat wij Hem daarin ook herkennen. Ons wordt geen ander teken gegeven: 'Want zoals Jona drie dagen en drie nachten in de buik van de grote vis was, zo zal de Zoon des mensen drie dagen en drie nachten in het hart van de aarde zijn. '(Matth. 12:40)
De Heere Jezus legt hier Zelf een direct verband tussen het Twaalfprofetenboek en Zijn optreden. Daarmee wordt het profetenverhaal van Jona tot profetie. In Mattheüs 12 wordt dan ook niet gesproken over het verhaal van Jona, maar over het teken van Jona. Teken wil hier zeggen: dit is een signaal van God. De Heere Jezus noemt Jona dan ook ‘Jona, de profeet’ (Matth.12:39). Dit is profetie van Zijn lijden en sterven.
Flitsen
Rondom dit teken lichten in dit Twaalfprofetenboek dan tal van momenten op die ons al iets laten zien van de Heiland. Het zijn flitsen. Bij Maleachi zien we hoe voor Hem de weg wordt bereid (3:1; 4:5v.). Micha profeteert van Zijn geboorte uit het huis van David en Zijn koningschap (5:1; zie ook Hos. 3:5). Bij Zacharia krijgen we nog heel wat meer te zien: Zijn intocht in Jeruzalem (9:9v.), Zijn gevangenneming (13:7), Zijn sterven (12:10) en Zijn wederkomst (14:5).
Vooral Zacharia tekent deze momenten met beelden uit de leefwereld van zijn tijd. Juist dat maakt profetie zo indringend. Niemand kan er omheen. Het is dan ook niet de bedoeling om uit deze beelden bijvoorbeeld weer een gedetailleerd ontwerp te construeren van de wederkomst (14:1-7). Wij blijven staan bij het teken van Jona de profeet. In ootmoed en aanbidding. Want het Kerstfeest ís gekomen. 'Zie, meer dan Jona is hier' (Matth. 12:41).
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 20 december 2007
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 20 december 2007
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's