Samenklank
Bach en het kerkelijk jaar
Verwachtingsvol zijn ze gegaan in de vroege ochtend van de 25 december 1734 naar de Nicolaïkirche in Leipzig. De twee mannen, die ik in gedachten voor me zie. Conflictueus verschillend in menig opzicht.
De hofkapelmeester en cantor Bach zal voor het eerst zijn Weihnachtsoratorium ten gehore brengen. Een werk bestaande uit zes cantates, voor Eerste Kerstdag tot Epifanie. De kerk is vol. De verwachting van beide mannen wordt versterkt wanneer ze in het orkest pauken zien staan en trompettisten zien zitten. Instrumenten voor de troonsbestijging of huldiging van een vorst.
Na de drie weken van advent – in de kerk als vastentijd beleefd en daarom sober qua muziek – zal het hoogfeest van Christus’ geboorte uitbundig luister worden bijgezet. Hoe zal het openingskoor klinken, de tekstlezing in het recitatief, de geestelijke overweging in de aria en het beamen in het koraal? Zal het hen dichter bij de tekst brengen?
Feestelijke toonaard
De verwachting van beide mannen wordt niet beschaamd. Met een aantal paukslagen wordt ingezet, de trompetten stemmen in. Het volle werk in de feestelijke toonaard D in een dansante maat, alsof een koning wordt binnengehaald. ‘Juicht en jubelt. Sta op prijs deze dagen.’ De dalende figuratie maakt duidelijk dat de vorst bij uitstek neerdaalt uit de hoge. De ene man geniet met volle teugen. De ander is na een aantal maten teleurgesteld. Hij herkent deze muziek. Een jaar eerder klonk ze ter ere van de verjaardag van koningin Maria Josefa, keurvorstin van Saksen en koningin van Polen (BWV 214). Als dit parodiëren, zoals het hergebruik van muziek heet, zich beperkt tot het openingskoor, zal hij het de druk bezette cantor niet kwalijk nemen.
In het recitatief, waarin Lukas 2 vers 1 en 3 tot en met 6 stem krijgt, ligt het dieptepunt in de melodie op Nazareth. Kan daaruit iets goeds komen? De eerste aria wordt ingezet. ‘Bereidt u Sion.’ De liefde van de gemeente, de bruid, tot de bruidegom Christus, wordt verklankt door de alt. De ene man is diep onder de indruk. De ander krijgt wederom een teleurstelling te verwerken. Ook deze muziek hoorde hij eerder. Vorig jaar ter gelegenheid van de negende verjaardag van de Saksische kroonprins (BWV 213).
Sprekend
Dan volgt het eerste koraal. ‘Hoe zal ik U ontvangen’, een lied van Paul Gerhardt. De onrust en onzekerheid van de vraag, klinkt door in de achtste noten, door alt, tenor en baspartij. Sprekend is dat dit koraal gezongen wordt op dezelfde melodie als ‘O, hoofd bedekt met wonden’, waarmee een verband wordt gelegd tussen Jezus’ geboorte en lijden. Niet ondanks kribbe en kruis, maar bij uitstek daarin is Jezus de Messias.
Opnieuw klinkt een recitatief, Lukas 2 vers 7, de geboorte wordt verkondigd. Van een grote hoogte dalen de noten steeds lager, van windsels, naar kribbe en herberg. Daarop klinkt een recitatief van koor en bas. ‘Te doorgronden is het niet, dat des Hoogsten zoon op aarde komt.’
Bij de daarop volgende aria krijgt de al teleurgestelde man een nieuwe deceptie te verwerken. De aria ‘Grote Heere, sterke Koning’, met in de begeleiding natuurlijk de trompet, wordt ook gezongen op muziek uit de profane aria, voor de vorstin getoonzet.
Hergebruik
Waar de één nog steeds onder de indruk is, is het de vraag of de teleurstelling van de ander inmiddels niet te groot is, om het slotkoraal van de cantate nog mee te maken. ‘Maak dat U, Jezuskind, in mijn hart een rustplaats vindt.’ Waarom dit hergebruik van muziek uit profane cantates? Na afloop van de dienst op Eerste Kerstdag treffen beide mannen elkaar. Hun verschil van mening loopt zeer hoog op.
Weinig vrede op aarde. Hopelijk zijn ze morgen weer in de kerk. De cantate zal dan beginnen met de ‘Sinfonia’. De herders in het veld, blazen op hun schalmeien. Boven hen zweeft al een engelenheir, gesymboliseerd door de strijkers. Spoedig zal het verschijnen. De hobo’s staan voor de herders. De strijkers beginnen, de hobo’s nemen gaandeweg het motief over en samen sluiten ze af in een harmonisch slotakkoord.
Zouden de twee kunnen samenstemmen in de symfonie, de samenklank? Als kerk en wereld, hemel en aarde, engelen en herders tot samenklank komen, ter ere Gods, Soli Deo Gloria, kunnen zij niet achterblijven. Er heeft immers een kribbe en kruis in deze wereld gestaan.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 20 december 2007
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 20 december 2007
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's