De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Lied van de troost

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Lied van de troost

4 minuten leestijd

Artikel 17: De opzoekende liefde van God

A rtikel 17 heeft een scharnierfunctie in onze Nederlandse Geloofsbelijdenis. Wie dit gedeelte leest moet wel – net als ik – diep onder de indruk raken van de goedheid van onze God.

Mocht iemand nog denken dat we in onze geloofsbelijdenis een starre, onbewogen God tegenkomen, die wordt door dit artikel van deze misvatting verlost.

Elk woord in artikel 17 is een lofzang op het machtige wonder dat God ons mensen niet aan ons lot overlaat, maar dat Hij midden in onze ellende is neergedaald om ons ervan te verlossen. Ik denk dat we de gouden draad van dit loflied het best zien oplichten door op de werkwoorden te letten: God ziet, zoekt, troost, belooft en daarachter terug naar artikel 16: God verkiest in eeuwige liefde.

God ziet

Allereerst vertelt Guido de Bres ons in dit artikel dat God Zijn diep gevallen schepselen ziet. Daar zijn ze, de doodsbange mensen verscholen achter bladeren, bang voor God, bang voor elkaar, bang voor alles om hen heen en in hen. Ze hebben zichzelf in de lichamelijk en geestelijke dood geworpen en zich totaal ellendig gemaakt.

God ziet hen en hoe? Het zien van God is geen koud en onbarmhartig waarnemen van Zijn schuldige schepselen, maar het is een zien dat voortkomt uit een diep geraakt zijn. God is diep geraakt door de ellende, waarin Zijn schepselen zich door eigen schuld bevinden.

In dit zien van God voelen we het zien van Jezus, zoals Hij de mens zag, vermoeid en belast door eigen schuld. Gods ogen zijn hier niet de ogen van een rechter, maar van een Vader. Onvoorstelbaar!

Nu lezen we van dat oneindig grote wonder dat God Zichzelf heeft begeven om de mens te zoeken toen hij al bevende voor Hem vluchtte. Hier vinden we goud in onze geloofsbelijdenis. Adam en Eva dachten als God te worden en nu beven zij voor God. Zij dachten onafhankelijke mensen te worden en nu vluchten zij voor God.

Met wat hier staat geschreven is ten diepste heel de (geschiedenis van de) mensheid na Genesis 3 getekend. Alle machtsvertoon, alle stoerheid en grootheid is slechts het masker van een bevende en vluchtende mensheid. Waar moet dit op uitlopen? Adam wil weg van God, Eva denkt met ontzetting aan God.

Maar God zoekt hen, God springt in het diepe waarin Zijn kinderen wegzinken. God komt hen steeds dichterbij. Hij haalt hen in en grijpt hen vast. Tot hiertoe en niet verder.

Dit zoeken van God is het hart van het Evangelie. Geen zoeken om te

veroordelen, zoals Bladic door het Internationaal Gerechtshof gezocht wordt, maar een zoeken om het verdiende oordeel zelf over te nemen.

God troost

Toen God Zijn schuldige kinderen vond, heeft

Hij hen niet vermorzeld, maar Zijn arm om hen heengeslagen. Dat is werkelijk boven alle verwachting. Troosten is iemand grond onder de voeten geven. Dat deed God dus met Adam en Eva. Troosten is iemands verdriet verzachten. Dat deed God dus met hen. Grondeloos en troosteloos was hun leven geworden.

Het was geen leven meer. Dat was het donkere doemscenario. Maar God verandert het in hoop. God is hier de Heilige Geest, de Trooster bij uitstek.

Je kunt zien dat Guido de Bres en Zacharias Ursinus ‘broeders in Christus’ zijn. Ze kennen en zingen hetzelfde lied van de troost.

Guido in 1561 de eerste stem (art. 17) en Ursinus in 1563 de tweede stem (HC 1). Wonderschoon.

In Zijn wonderlijke wijsheid en goedheid opent God een weg uit de ellende. Adam en Eva, Ik beloof dat Ik voor jullie Mijn Zoon zal geven. Hij zal worden uit een vrouw, uit een tweede Eva, uit Maria. Hij zal niet jullie, maar de kop van de duivelse slang vermorzelen. Hij zal dat doen door Zichzelf te laten vermorzelen aan het kruis.

De vijandschap tussen jullie en Mij zal veranderd worden in vijandschap tussen jullie en de duivel.

Dat beloof Ik jullie, zegt God tegen Zijn bevende kinderen. En Gods

belofte is even werkelijk als de vervulling ervan.

Dat geloven wij, zegt Guido de Bres. Dat geloof ik, zeg ik hem stamelend na.

Achter dit wonderschone lied in artikel 17 schuilt artikel 16: van de eeuwige verkie-

zing van God. De eeuwige verkiezende liefde van God voor verloren zondaren vormt de diepste reden waarom God Zich heeft begeven in de ellende van Zijn kinderen. Hier heb ik geen woorden meer voor. Over de verkiezende God kun je niet redeneren. Daar kun je alleen maar van zingen (ds. L. Blok).

W. Verboom

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 28 december 2007

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

Lied van de troost

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 28 december 2007

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's