Ten dienste van
Bezinning op zending [ 1 ]
Bezinning op zending is geen luxe. Daarom wil ik hier niet alleen inzicht geven in het werk van de Gereformeerde Zendingsbond (GZB), maar in een korte serie aanzetten geven in het denken over zending.
Een zendingsorganisatie zit altijd tussen twee partijen: de gemeente en het zendingsveld. Van de ene kant komen de vragen van de kerk en van de andere kant die van het werk. Als het goed is, dient de GZB de zending naar beide richtingen, naar binnen en naar buiten.
Dat betekent dat alle kennis en alle contacten in binnenland en buitenland niet voor onszelf zijn bestemd, maar dat die verschillende stromen informatie voortdurend op elkaar moeten worden afgestemd. Wij zijn er niet voor onszelf, maar we zijn er altijd ten dienste van. Wie wel eens wat materiaal van de GZB heeft gezien, is wellicht een plaatje van een boom tegengekomen. Het zendingswerk vindt zijn wortels in de gemeente en vertakt zich via de GZB-stam naar het veld met allerlei bladeren.
Kerk
Ergens in die stam zit de bezinning, ook weer: ten dienste van. Dat is geen eenvoudige plek. In de praktijk van ons kantoor krijgt de actualiteit van de zending vaak de voorrang. Dat gaat heel natuurlijk. Aan de ene kant is er de kerk. Een gemeente vraagt per telefoon of één van de regioconsulenten voorlichting kan geven. Er is een zendingsweek gepland en op donderdagavond over veertien dagen (‘ja sorry, niet eerder kunnen bellen’) zou die voorlichting mooi passen, ’s middags voor ouderen en ’s avonds voor jongeren. Helaas dacht een andere gemeente er net zo over en koos voor dezelfde avond.
Ook wordt er nog gezocht naar een nieuw project, een project dat de jeugd aanspreekt. Het liefst in Afrika, niet te groot, met wat plaatmateriaal en als het kan iets met aids of zo. Weet u iets? Werk aan de winkel dus, want we werken namens de gemeenten. Dat gaat vanzelf voor op bezinning.
Veld
Aan de andere kant is er het veld. Er komt een e-mailbericht binnen van een zendingswerker. Hij wil het een en ander weten over de komende periode van verlof en voorlichting. Verder vieren zijn schoonouders hun huwelijksjubileum en dat valt net buiten het verlof. Vervelend, maar is het dan mogelijk om wat langer te blijven? Daar komt overigens nog een probleem bij, want hij weet niet zeker of zijn visum verlengd wordt. Hij heeft verschillende mensen op het ministerie gesproken en verschillende antwoorden van evenzoveel ambtenaren gekregen, maar duidelijk is het niet. Hij weet er niet zo veel raad mee. Daarom vraagt hij in dezelfde mail: Wat moet ik daarmee?
Werk aan de winkel dus, want we zijn er voor het veld. Dat gaat vanzelf voor op bezinning.
Kortom, op een zendingskantoor zit de bezinning al gauw klem tussen de mailbox en de telefoon. Maar dat is nog niet alles. Er zijn ook nog de post, vergaderingen, bezoek op kantoor, in het land of over de grenzen en ga zo maar door. De GZB is een bedrijvige organisatie met vele contacten. De achterban bestaat uit zo’n 400 gemeenten en er zijn ongeveer 75 zendingswerkers op het veld. De GZB is met alle betrokkenen op verschillende manieren in gesprek. Dat kan altijd beter en meer, want voor het Koninkrijk is het nooit goed genoeg. Natuurlijk gaat het om het werk van God Zelf en dat geeft voldoende ontspanning om ons werk te doen, maar toch, zoals één van mijn collega’s vaak zegt: het moet wel gebeuren.
Doe-kantoor
Ik zeg wel eens: wij zijn een doe-kantoor. Er moet een advertentie in de krant, een wervingsgesprek gepland, een persbericht de deur uit, een mailing op de post, een contact gelegd, een overzicht gemaakt, een reis geboekt, een ticket besteld, een slaapplaats geregeld enzovoort, en om dan tussen al dat ‘gedoe’ stil te staan bij de vraag 'Waar zijn we nu mee bezig?' ligt niet echt voor de hand. Op basis van deze ervaringen is een aantal jaren geleden besloten om op één of andere manier bewust meer tijd te nemen om na te denken over ons werk. Wat doen we en waarom doen we het ene wel en het andere niet?
Eerst hebben verschillende collega’s deze taak van bezinning verdeeld en geprobeerd er naast hun andere werk invulling aan te geven, maar dat bleek in de uitvoering lastig. Uiteindelijk heeft het bestuur besloten om een speciale staffunctionaris voor studie en toerusting te benoemen. Op die manier kwam er iemand vrij om binnen de organisatie ruimte te creëren om te bezinnen op missiologische vragen op het kantoor in Driebergen, in de kerk in Nederland en op het zendingsterrein verspreid over deze wereld. Dat is mijn functie: stafmedewerker studie en toerusting.
Horzel
Eén van mijn collega’s noemt mij soms de horzel van de organisatie. Dat klinkt niet zo vriendelijk, maar het geeft wel aan dat bezinnen of reflecteren minder eenvoudig is dan het klinkt. We werken liever gewoon door. Dat geldt niet alleen voor ons kantoor en dat zijn niet alleen mijn bevindingen. Dat correspondeert met literatuur van organisatiedeskundigen. Bezinnen is even stoppen met je bezigheden, nadenken over jezelf en kritisch reflecteren op je organisatie. Vooraf weet je niet wat je tegenkomt. Het kost energie om jezelf allerlei vragen te stellen. Bovendien kan het heel spannend of bedreigend zijn.
De GZB heeft een jarenlange traditie. We bestaan al langer dan een eeuw. Ik ben ervan overtuigd dat we ons werk verantwoord en professioneel doen. Maar er is in de laatste honderd jaar, sterker nog, in de laatste twintig jaar veel veranderd in de kerk en in de wereld. Dat roept de nodige vragen op, zowel in Nederland als in het buitenland. Soms zijn dat heel principiële vragen. Bijvoorbeeld: wat is een kerkelijke en gereformeerde zendingsorganisatie anno 2007 precies? Is ‘zending’ nog wel het juiste woord? Wat betekent ‘kerkelijke’ zending? Wat voegt ‘gereformeerd’ eigenlijk toe? Hoe staan jongeren daar tegenover?
Een andere keer gaat het om meer praktische vragen. Bijvoorbeeld: waarom zijn veel gemeenten vooral geïnteresseerd in de diaconale projecten? Waarom rijden al die vrachtwagens naar de Oostbloklanden, soms ten koste van ander zendingswerk? En ook: hoe moeten we als GZB daarop reageren? Dan zijn er nog de vragen uit het buitenland. Meer en meer vragen onze partners om de inzet van goed opgeleide werkers met de nodige ervaring. Hoe verhoudt zich dat met de jongeren die graag voor een korte tijd in de buitenlandse zending willen?
Uitgaande van ons motto ‘Vertel het de wereld’ zullen we over deze en dergelijke vragen moeten nadenken bij ons op kantoor, maar ook in De Waarheidsvriend.
Prikken en prikkelen
Toen ik werd gevraagd om over deze functie van stafmedewerker studie en toerusting na te denken, heb ik lang getwijfeld. Er was veel onzeker. Uiteindelijk heb ik ingestemd en ben ik aan dit werk begonnen. Vanuit mijn reformatorische achtergrond voel ik me voldoende verbonden met de GZB om van binnenuit te kunnen meedenken. Tegelijkertijd is mijn focus door mijn studies (Nederlands en theologie), door mijn woonomgeving (Rotterdam) en werkervaring (bedrijfsleven en algemeen christelijk voortgezet onderwijs) steeds meer gericht op het leven en werken in de wereld.
Volgens mij ligt daar de roeping van de kerk en is er ruimte voor geestelijke groei. Daarom ik werk graag op de grens van kerk en wereld, ofwel in de zending. Vanuit die werkplek wil ik kritisch reflecteren. Bezinnen is ook prikken en prikkelen en als ik mijn werk goed doe, dan doe ik anderen zo nu en dan beetje pijn.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 3 januari 2008
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 3 januari 2008
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's