Nieuwe terreinafbakening
Verschuivingen in de verhouding kerk en staat [ 1 ]
De verhouding kerk en staat speelt regelmatig een rol in politieke en maatschappelijke discussies. Ook in nieuwe wetgeving doet ze mee. Welke verschuivingen laten zich zien? Een serie van vier bijdragen.
Met het beginsel van de scheiding van kerk en staat zijn wij in ons land al eeuwenlang vertrouwd. De Revolutie van 1795-’98 betekende op het vlak van de verhouding kerk, godsdienst en staat een breuk met het verleden. Er was niet langer sprake van een door de overheid bevoorrechte kerk. Het gereformeerd protestantisme heeft dit gebeuren tegen wil en dank als een voldongen feit aanvaard. Waar de verbondenheid met de onverkorte Nederlandse Geloofsbelijdenis er was, is toch de theocratische visie op de verhouding van kerk en staat, godsdienst en politiek bewaard gebleven. Daarom wordt hier liever niet van de scheiding maar van de onderscheiding tussen kerk en staat gesproken.
Slogan
Gegeven de geschiedenis is het opmerkelijk dat een al zó lang aanvaard staatsrechtelijk beginsel de laatste jaren bij herhaling – soms te pas, vaker te onpas – als slogan in politieke en maatschappelijke discussies wordt gehanteerd. De opkomst van de islam en andere niet-christelijke godsdiensten in ons land is daaraan niet vreemd, zoals ook verderop in deze serie artikelen nog zal blijken. Hoezeer vooral de overheid het principe van de scheiding van kerk en staat ook belijdt, toch doen zich telkens concrete situaties in wetgeving en rechtspraak voor, waarin de verhouding tussen kerk en staat – want die is er, de slogan van de scheiding ten spijt – aan de orde is.
Afbakening
Een paar voorbeelden op het terrein van de nieuwe wetgeving waarbij de positie van de kerken in discussie kwam, belicht ik wat uitvoeriger. Het gaat dan om de nieuwe Pensioenwet en de nieuwe Handelsregisterwet. Op het eerste gezicht zijn het geen regelingen die de kerken betreffen, maar toch speelt weer een nieuwe afbakening van de terreinen, in de vorm van rechten en verplichtingen van de kerken, een rol. Als derde voorbeeld wil ik de nog niet zo lang geleden, op voorspraak van niemand minder dan voetballer Johan Cruijff, tot stand gekomen wijziging van de Successiewet 1956 noemen. Het schenkingsrecht voor schenkingen aan goede doelinstellingen is daarmee afgeschaft, mits deze instellingen officieel door de inspecteur der successie als zodanig zijn gerangschikt.
Om voor rangschikking in aanmerking te komen, moeten de instellingen aan een aantal voorwaarden voldoen. Ook kerkgenootschappen, als zijnde ‘algemeen nut beogende instellingen’ – de wettelijke term – kunnen een verzoek om rangschikking doen en een beschikking van de inspecteur krijgen.
Aanscherping
De voorwaarden, die deels een voortzetting van het bestaande beleid van de belastingdienst vormen en deels zijn aangescherpt, zijn afgelopen februari bekendgemaakt. De beoogde ingangsdatum is gesteld op 1 januari 2008. Verzoeken om rangschikking, die sinds juli konden worden ingediend, kunnen door kerkgenootschappen voor al hun lokale gemeenten, diaconieën en overige zelfstandige organen worden gedaan.
Dat is niet voor ieder kerkgenootschap even eenvoudig. Er zal daarom nog overleg tussen de kerken en de Belastingdienst plaatsvinden. De Protestantse kerk in Nederland heeft echter al aangekondigd dat plaatselijke gemeenten en diaconieën nog geen actie hoeven te ondernemen. Vanwege deze omstandigheid en omdat in de algemene persmedia deze nieuwe regeling van successie- en schenkingsrecht de nodige aandacht aan heeft gekregen, sta ik daar hier niet uitvoerig bij stil. Niettemin zal duidelijk zijn dat ook dit punt, omdat het gaat om aanscherping van eisen die aan de kerken worden gesteld, de verhouding van kerk en staat raakt. Niet alleen worden de eisen strenger, ook de controle door de Belastingdienst zal geïntensiveerd (kunnen) worden.
Emeritaat en pensioen
Sinds 1954 kennen wij in ons land de Pensioen- en Spaarfondsenwet. Omstandigheden en opvattingen over wat een acceptabele regeling van het pensioen – een arbeidsvoorwaarde – is, veranderen in de loop der tijd. Ideeën als medezeggenschap (van pensioengerechtigden) en gelijke behandeling (van mannen en vrouwen, van parttimers en fulltimers bijvoorbeeld) werken ook door op het terrein van de pensioenwetgeving. Na eerdere kleinere aanpassingen van de regelgeving komt er nu een nieuwe Pensioenwet. Deze wet is op 26 september 2006 door de Tweede Kamer en op 5 december van dat jaar door de Eerste Kamer aangenomen.
De regelingen van pensioenen zijn in de eerste plaats een collectieve verantwoordelijkheid van werkgevers en werknemers. De overheid speelt een secundaire maar wel bepalende rol, vooral als het gaat om het toezicht op het pensioenstelsel. De overheid vervult een waarborgfunctie, met name het punt van het financiële toetsingskader, de medezeggenschapstructuur en informatieverplichtingen ten behoeve van pensioendeelnemers.
Zoals bekend wordt het pensioenstelsel in ons land, als het om werkgevers en werknemers gaat, gekenmerkt door een verplichtend karakter. Een vraag daarbij is, hoe ver de wetgever moet/mag gaan bij het opleggen van verplichtingen, speciaal ook wanneer het gaat om personen die géén werkgever of werknemer zijn. Daarbij gaat het ons nu in het bijzonder om het punt van het financieel toetsingskader. Moet iedere collectieve voorziening voor de oude dag – op dezelfde wijze – aan dit toetsingsregiem worden onderworpen?
Overheid betaalde
Ten tijde van de Republiek, toen de Gereformeerde Kerk zo al niet staatskerk dan toch de (enige) bevoorrechte (en bevoogde) kerk in ons land was, werden predikanten betaald door de overheid, ook nadat zij ten gevolge van hun leeftijd gedwongen waren hun dienstwerk te beëindigen.
De eerste Staatsregeling voor het Bataafsche Volk van 1798, waarbij alle kerkelijke goederen werden genationaliseerd, bepaalde kort en krachtig in artikel 21: 'Elk kerkgenootschap zorgt voor het onderhoud van zijnen Eerdienst, deszelfs Bedienaaren en Gestigten.'
Uit de additionele artikelen (artikel 3) blijkt dat de soep niet zo heet werd gegeten als ze werd opgediend, want voorlopig zou gelden: 'De Gemeenten der voormaals Heerschende Kerk blijven, gedurende de eerstkomende drie Jaaren na de aanneming der Staatsregeling, de gewone Tractementen van derzelfer Leeraaren en Hoogleeraaren bij wijze van Pensioen, uit ’s Lands Kas, genieten, ten einde dezelven, in dien tusschentijd, de nodige schikkingen maaken tot derzelver verdere besoldiging.'
Geluwd
Zelfs na de staatsrechtelijke scheiding van kerk en staat (1798), als de ergste revolutie wat is geluwd en een zekere restauratie intreedt, lezen we in de tweede Staatsregeling des Bataafschen Volks van 1801 (art. 14) onder andere: 'De Hoogleeraren, Leeraren, kerkelijke Bedienden der voormaals bevoorrechte Kerk blijven, zooverre die bij de aanneming dezer Staatsregeling in dienst zijn gesteld, en uit eenige Politieke Kassen worden gesalarieerd of gepensioneerd, hunne Tractementen of Pensioenen genieten.'
En ook nadat ons land een zelfstandig koninkrijk is geworden (1814), blijft de grondwet de aanspraken van (emeritus) predikanten honoreren. Zelfs nog in de grondwet van 1887 (artikel 171) is bepaald:
'De traktementen, pensioenen en andere inkomsten van welken aard ook, thans door de onderscheidene godsdienstige gezindheden of derzelver leeraars genoten wordende, blijven aan dezelve gezindheden verzekerd (…).'
Zo bleef de grondwet luiden tot 1972. Dat klonk geruststellend, maar in de praktijk betekende de verplichting van de staat weinig meer, aangezien de bedragen in guldens sinds 1795 waren bevroren; met de geldontwaarding werd geen rekening gehouden. In 1972 werd het grondwetsartikel (in additioneel artikel 10) voorafgegaan door de woorden:
'Totdat ter zake bij wettelijke regeling een voorziening zal zijn getroffen blijft de volgende bepaling van kracht.' Hiermee was de grondslag gelegd voor het slaken van de ‘zilveren koorde’ bij de Wet beëindiging van de financiële verhouding tussen staat en kerk, die op 1 januari 1984 in werking trad. Einde dus ook van het staatspensioen voor emeritus predikanten.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 3 januari 2008
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 3 januari 2008
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's