De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Stervenskunst

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Stervenskunst

GB-hoogleraar geeft college [1]: Dr. Hoek in Kampen

4 minuten leestijd

De dood en het sterven kruipen langzamerhand uit de taboesfeer waarin ze waren terechtgekomen. Blijft staan dat vertrouwen in het succes van de medische wetenschap en het vermeende recht op zelfbeschikking het geloof in Gods voorzienigheid zo goed als uitgewist hebben.
De studie van teksten uit de gereformeerde traditie kan helpen om dood en leven in bijbels perspectief te blijven zien. Prof.dr. J. Hoek wijdde aan de Protestantse Theologische Universiteit (PthU) in Kampen een collegeserie aan de Ars Moriendi van de Nadere Reformatie.

Pelgrimsreis
Ars Moriendi ofwel stervenskunst is een laatmiddeleeuws pastoraaltheologisch begrip. Om geestelijken in hun stervenspastoraat bij te staan rolde in de vijftiende en zestiende eeuw – waarin onder andere de pest talloze slachtoffers eiste - een stroom aan ars moriendi literatuur van de pers. De daarbij in omloop gerakende gravures van sterfbedscènes zeggen veel over hoe men het sterven zag.
Ook de Reformatie besteedde veel zorg aan het pastoraat. Calvijn benadrukte dat het leven een pelgrimsreis is, en het uiteindelijke doel van de christen het hemels koninkrijk. Het aardse leven in het lichaam, voor zover dat een teken is van het ‘vlees’ en van de ‘inwonende zonde’, dient een mens te verachten.
Moet de christen de ouderdom dan zien als een kwaad? Nee, zegt de Leidse hoogleraar Andreas Rivet (1572-1651). Het leven is een rijpingsproces. Zoals de nieuwe wijn, die gaandeweg rijpt, zo is het noodzakelijk ‘voor de eerste jonckheit/ dat die bobbelende driftigheid stil werde/ op dat het naderhant vermake ende behage door sijne soetigheit’. We dienen ons steeds voor te bereiden op het levenseinde. Het gedenken aan de dood is een heilzaam tegengif tegen de aanlokselen van de wereld en stelt ons in staat om de ouderdom met allerlei gebreken ‘te versoeten ende verdragen’.

Geloofszekerheid
Gisbertus Voetius wijdt in zijn Praktijk der godzaligheid een hoofdstuk aan de euthanasia of wel-stervenskunst. Hij biedt hierin de toekomstige predikanten vragen aan, die zij kunnen stellen aan stervenden. Voetius gaat ook in op het feit dat socinianen en remonstranten geen echte stervenstroost kunnen bieden, omdat hun de geloofszekerheid vreemd is. Voor hen ligt de zekerheid in de mens. Bijzonder sprak mij de lezing van Voetius’ leerling en collega Johannes Hoornbeeck aan. Zijn Euthanasia ofte wel-sterven (1609) is warm getoonzet. Hoornbeeck wil in dit werk aanwijzen ‘de bronnen der vertroostingen/ om ons hert in de gelegenheit des doots te verfrischen/ ende te verheugen’.

Gruwelijk tafereel
Sterven doe je zoals je geleefd hebt. Dat benadrukte ook de Engelse puritein William Perkins (1558-1602). Het einde van een leven in ongeloof illustreert hij door plastische beschrijvingen van sterfbedden van vijanden van de gereformeerde leer. Het sterven van Crescentius, een gezant van de paus, tekent hij als een gruwelijk tafereel. Aan hem verschijnt hem ‘een zeer zwarten hondt, van geweldige grootte, zijn oogen vlammende van vuur, en zijne ooren laeg tot de aerde nederhangende’, die hem de stuipen op het lijf jaagt. Na een ‘schielijke overdenkinge zijns gemoeds’ wordt de man doodziek en sterft. Zoiets lees ik met gemengde gevoelens. Dionysius Spranckhuysen (1587-1650) sprak mij niet zo aan. Zijn Geestelijke triumf, waarvan wij een aantal hoofdstukken lazen, komt wat inconsistent over. Enerzijds schrijft hij heel platonisch over de verhouding ziel/lichaam, anderzijds gaat hij weer heel ver als hij zegt dat de Heilige Geest met het dode lichaam meegaat het graf in, om het stof te bewaken tot de jongste dag.

Verontrust
De collegeserie heeft mij persoonlijk verontrust. De dood behoort niet bij het leven, maar is ‘bezoldiging van de zonde’. Een zin uit Saldenus’ werk ’t Leven uyt de doodt (1667) trof mij bijzonder: ‘Vreest voor de zonde/ en ghy sult de doodt niet vreesen.’
Leef ik met het gegeven dat aan het eind van mijn leven de boeken zullen worden geopend? Kan ik ‘zonder verschrikken’ voor Gods rechterstoel verschijnen? Deze vragen drongen zich aan mij op. Voor de gelovige is de dood de ‘laatste vijand’ en tegelijkertijd een ‘leeuw zonder tanden’. Gereformeerde prediking spreekt met twee woorden; ze koppelt zonde en genade, rechtvaardiging en heiliging. Het tota scriptura van de Reformatie behoedt ons voor eenzijdigheden. De waarde van de gereformeerde theologie voor het heden is dat ze een volstrekt eerlijk beeld schetst van wie wij zijn. Zo komt ook de grote waarde van Christus’ verzoeningswerk aan het licht. Ze scherpt het geweten en heeft grote consequenties voor de ethiek.

In het geheel van het toch al boeiende studieprogramma in Kampen is deze collegeserie een geweldige opsteker. De erfenis van Reformatie en Nadere Reformatie is nog altijd protestantse theologie in optima forma.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 10 januari 2008

De Waarheidsvriend | 20 Pagina's

Stervenskunst

Bekijk de hele uitgave van donderdag 10 januari 2008

De Waarheidsvriend | 20 Pagina's