Een goede traditie in januari
Bach en het kerkelijk jaar
Volgens Luther was er geen betere tekst om het nieuwe jaar mee te beginnen dan Lukas 2:21. ‘En als acht dagen vervuld waren dat men het Kindeken besnijden zou, zo werd Zijn Naam genaamd Jezus, welke genaamd was van den engel, eer Hij in het lichaam ontvangen was.’
Jezus is volledig in onze geschiedenis, van lijden en dood, gekomen. Voor het eerst vloeit Zijn bloed. Omdat nu reeds de passie ter sprake komt, (‘Die Zich voor mij gegeven heeft, aan de bittere stam van het kruis’) kiest Bach voor de toonsoort F, met als voortekening één mol, een verlaagde toon.
Mystiek
Met de besnijdenis vond ook de naamgeving plaats. Jezus’ roeping is de verzoening met God te bezegelen met Zijn bloed. Besnijdenis en vooral naamgeving krijgen ruime aandacht in cantate 4 van het Weihnachtsoratorium, uitgevoerd op de Nieuwjaarsdag. Deze cantate bevat één evangelietekst, Lukas 2:21, gereciteerd direct na het openingskoor, een loflied op God, Die Zijn Zoon als Redder en Verlosser naar de aarde heeft gezonden. De naamgeving wordt in het recitatief muzikaal verduidelijkt door de melodische hoogtepunten op de woorden ‘Naam’ en ‘Jezus’. Op ‘besneden’, voorafbeelding van het kruislijden, daalt de melodie naar de laagste toon. Over de Naam wordt in de overige delen van de cantate gemediteerd op een dialogische en mystieke wijze. Gedachtig aan het woord van Luther – ‘al was Jezus duizendmaal in Bethlehem geboren, maar niet in mijn hart, het deed mij geen nut’ – is de vraag wat betekenen Jezus’ besnijdenis en Naam voor mij?
Na het recitatief klinkt de Naam ‘Immanuël, o zoete Naam,’ door de bas, gevolgd door een zesvoudige herhaling, op een verschillende melodie, van de Naam Jezus, met daaraan verbonden een reflectie op die Naam. Het is een dialoog tussen de gelovige ziel en het Kind of een dialoog tussen de individuele gelovige en het credo van de kerk. De gelovige heeft niets te vrezen, want ‘Uw Naam heeft de angst voor de dood verdreven’.
Echo
De bas zou kunnen wijzen op Simeon, wiens angst voor de dood is weggenomen, want Jezus’ Naam staat in hem geschreven. De echo-aria is, gelijk andere delen in het Weihnachtsoratorium, ontleend aan de Herculescantate (BWV 213). Hercules, in tweestrijd de deugd of de wellust te kiezen, neemt zijn toevlucht tot de echo. De echo bevestigt telkens het reeds door hem gegeven juiste antwoord.
Hier beantwoordt de tweede sopraan, als echo, de vragen van de gelovige, over de betekenis van de Naam Jezus. ‘Is deze Naam afschrikwekkend?’ Nee’, zegt de echo. ‘Is deze vreugdebrengend?’ ‘Ja’ antwoordt de echo. Het beeld van de echo speelt een belangrijke rol in de theologische literatuur uit Bachs tijd, als verwijzing naar het troostende antwoord van Christus op de vragen van de gelovige.
Opgave
De aria ‘Ik wil slechts tot eer van U leven’, is eveneens ontleend aan de Herculescantate. Daarin zingt de deugd haar vreugde uit om Hercules’ keuze en vergelijkt hem met een adelaar, die op de vleugels van de deugd naar de sterren opstijgt, hetgeen hoorbaar is in de muziek. Het is de opgave van elke christen zijn leven in dienst van God te stellen. Deze wordt gekoppeld aan de vraag om de kracht te ontvangen Zijn genade waard te zijn, typerend voor de theologie van Luther.
Deze fugatische aria wordt gezongen door de tenor. Wanneer Gods Geest in de mens actief is, houdt men Gods geboden (‘houden’, in het Duits halten, is het equivalent van het Latijnse tenere, waarvan het woord ‘tenor’ is afgeleid). Het fugatische duidt op de navolging. De hoorns uit het openingskoor komen in het slotkoraal terug.
Elk gebied
Elke regel daarvan begint met ‘Jezus’, steeds gevolgd door intermezzi met triomfantelijke hoorns. In de uitgave van de Himmlische Lieder van Rist staat boven dit lied ‘Godzalig begin van het nieuwe jaar in en met de allerzoetste Naam Jezus’.
In dit slotkoraal is de bede van de gemeente dat Jezus’ Naam op elk gebied, het terrein van zintuigen, gedachten en verlangen, het centrale richtsnoer zal zijn. Hoe kunnen we het jaar beter beginnen dan ons te verheugen in de Naam Jezus, die al in de besnijdenis bevestigd wordt, de Naam die onze zonde verzoent en de angst voor de dood wegneemt, opdat wij Hem ter ere leven.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 10 januari 2008
De Waarheidsvriend | 20 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 10 januari 2008
De Waarheidsvriend | 20 Pagina's