De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Stenen in de Jordaan

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Stenen in de Jordaan

Ook doopkaart hoort tot religieus erfgoed

7 minuten leestijd

Als christen belijden we 2008 voor alles als jaar onzes Heeren. Maar in de samenleving worden andere aanduidingen gebruikt. Volgende week wordt in Utrecht het Jaar van het religieus erfgoed geopend.

Onze Nederlandse samenleving kent sinds een jaar of tien bijzondere aanduidingen om bepaalde thema’s op de agenda te zetten. Een jaar van het kind, een jaar van het circus, een jaar van de kikker – elke belangengroepering kan er publiciteit mee scheppen.

Huwelijk
Waarom doen we dit in de kerk niet? De vraag is welke onderwerpen we dan aangereikt zouden krijgen. Een jaar van het huwelijk? Dat zou brede weerklank vinden, omdat we samen de noodzaak ervaren het huwelijk tegen uitholling van binnenuit en buitenaf te bewaren. Ik zou er zeker voor zijn, een extra instrument om jonge mensen bij de rijke inhoud van deze unieke levensverbintenis tussen man en vrouw te bepalen. Of een jaar van de leerdienst, waarin we samen zoeken hoe de gereformeerde leer vrede en troost kan bieden voor het hart van moderne mensen? De namen van hen die hieronder de schouders zouden willen zetten, komen spontaan bij me boven. Een ander zou wellicht opteren voor een jaar van het beroepingswerk, om stevig aandacht te vragen voor alles wat niet goed functioneert ten aanzien van gemeenten die een predikant zoeken of voor pastorieën waar de voorganger vergeten lijkt te zijn.
Toch, in de kerk hebben we in principe naast de door de heilsfeiten bepaalde agenda geen bijzonder jaar nodig. Voor geen enkele doelgroep. Want we hebben de Heidelbergse Catechismus, die de gemeente bewaart voor eenzijdigheid. In dit leerboek en troostboek komen de christelijke geloofsleer en het christelijke leven op overzichtelijke wijze aan de orde, zodat de voorganger die de catechismus in de leerdienst uitlegt, dicht bij de geloofs- en levensvragen van de moderne mens komt en tegelijk de Tien Geboden naar ons concrete bestaan kan toepassen.
Nu in onze informatiemaatschappij van alles om onze aandacht vraagt, verbinden belangenverenigingen een bepaald jaar met een thema. De stichting Kerkelijk Kunstbezit Nederland opent volgende week in Utrecht het Jaar van het religieus erfgoed. Daarmee wordt de schijnwerper gericht op kerken en kloosters, daarnaast ook op synagogen, moskeeën en begraafplaatsen. Dat het bewaren van schatten uit ons verleden een moeizame zaak is, bewijst het gegeven dat van de 19.000 kerken die in de loop der eeuwen in Nederland gebouwd zijn, er nog ongeveer 7000 bestaan. Soms wordt een nieuwe bestemming gevonden – de kerk waarin twee van onze kinderen gedoopt zijn, is nu appartementencomplex – terwijl bij niet-beschermde gebouwen de kans op sloop reëel is, vooral als ze in een economisch aantrekkelijk gebied staan, zoals de binnenstad.

Pastoraat gaat voor
Toen vorig jaar de Task Force Toekomst Kerkgebouwen werd opgericht – een werkgroep die zich inzet voor behoud en toekomst van christelijke kerkgebouwen – las ik bij de betrokkenen geen naam van iemand uit de gereformeerde gezindte. Dat is opvallend, omdat de instandhouding van een godsgebouw toch geen onverschillige zaak is. Het is waar: als door bezuinigingen in met name de steden er keuzes gemaakt moesten worden, ging pastoraat terecht voor gebouwen. Dat wil echter niet zeggen dat inspanning om een kerk als kerk voort te laten bestaan, niet geboden is.
Geringe betrokkenheid uit orthodox-christelijk Nederland bij deze Task Force zal er ook mee te maken hebben dat protestanten – en zeker calvinisten – het meer dan rooms-katholieken en lutheranen moeilijk gehad hebben met de aanvaarding van een gebouw als heilige, gewijde ruimte. Een citaat uit de in 1839 door Nicolaas Beets geschreven Camera Obscura illustreert dit: ‘Maar wilt gij weten wat ik bespottelijk, wat ik ergerlijk vind? Het zijn uw wapenborden, uw grafnaalden, uw erezuilen in de kerk; uw lofverzen op stof en as, onder het oog van God in Zijn heilig huis op aarde geschreven. Het zijn de trofeeën van wereldse ijdelheid, verwaande wetenschap dáár te pronk gesteld, waar ootmoed en eerbiedigheid zich met gebukt hoofd voor het oog des Heeren stellen.’ Of speelt mee dat in de gereformeerde gezindte het nog weinig voorgekomen is dat vanwege de ontkerkelijking een kerkgebouw van de hand gedaan moest worden?

Gedenken
Het is goed het motief voor ogen te houden waarmee kerkelijk kunstbezit wordt bewaard. IJkpunt hierbij kan wellicht zijn dat godsdienstig erfgoed een instrument is om het werk van God in het verleden te gedenken. Dan heeft een kerkge-

Kerken en organisaties kunnen publieksactiviteiten in het kader van het Jaar van het religieus erfgoed (wandelingen, exposities, rondleidingen, concerten etc.) melden op www.2008re.nl.

bouw op zichzelf geen waarde, omdat het niet meer is dan hout en steen. Wie de stelling verdedigt dat in onze tijd financiële middelen vooral aangewend moeten worden voor de doorwerking van het evangelie onder ons volk, staat zeker sterk. Tegelijk zijn we geroepen de daden van God te gedenken – en vanuit dat motief hebben we een betrokkenheid op die gebouwen waarin de tegenwoordigheid van God ervaren is en waarin de heiligheid van Gods huis een sieraad voor Hem was.
De manier van omgaan met ons verleden, zegt iets over hoe we in onze tijd staan. Als er, zoals in het voorjaar van 2004, twee avondmaalsbekers gevonden worden die in de zeventiende eeuw in hervormd Ameide gebruikt zijn, toont dit deze gemeente dat ze staat in een traditie van mensen die de dood des Heeren verkondigd hebben. Religieus erfgoed leert ons ook iets over onze identiteit. Het bewaren van dit erfgoed kost ons in financiële zin niets. Iets anders is het als in 2000 de stichting Machpéla wordt opgericht, die zich gaat beijveren om de graven van in haar ogen geachte predikanten te onderhouden, ‘uit respect voor hen die ons zijn voorgegaan en uit drang een stuk waardevolle kerkgeschiedenis te behouden.’ Waar ligt er een grens als hierin wordt geïnvesteerd? Hoe verhoudt zich het gedenken van het Woord dat zij gesproken hebben tot het onderhouden van hun graven? Hier doet wel een financiele afweging mee.

Overheid
Op het bewaren van de Nederlandse religieuze cultuurschatten mag onze overheid aangesproken worden. Als de in oktober overleden schrijver/beeldhouwer Jan Wolkers een eigen museum moet ontvangen, mogen christenpolitici zich zeker inzetten voor de herinnering van leven en werk van hen die het christelijk geloof niet afgebroken, maar verbreid hebben en de plaatsen waar zij gearbeid hebben. Voor het onderhoud van monumentale kerken ligt hier naar de toekomst een fors discussiepunt met de overheid. Tot voor kort droeg zij (Rijk, provincie, gemeente) voor negentig procent bij in de restauratie van gebouwen, maar vanwege in 2006 aanvaarde wetgeving zal dit vanaf volgend jaar 65 procent bedragen. Als we deze ontwikkeling zien, is landelijke aandacht voor religieus erfgoed zeker nodig.
Twaalf stenen, die moest Jozua van de Heere in het water van de Jordaan leggen. Een herinnering voor alle volgende generaties van de uitredding van God. Omdat de ark van het verbond door het water gegaan was. Die herinneringen hebben we nodig. Op de kamer van onze kinderen past daarom naast het vaantje van een sporttoernooi ook hun doopkaart. Religieus erfgoed uit het eigen leven. Zijn de torenspitsen van Nederlands kerkgebouwen zo geen sprekende bewijzen van wat God in de geschiedenis van ons land deed? ‘Opdat alle volken der aarde de hand des Heeren kennen zouden dat zij sterk is; opdat gij de Heere, uw God, vreest te allen dage’ – Jozua 4:24 geeft een motief voor het volk en voor de enkeling.

Oranjehuis
Mr. Pieter van Vollenhoven is voorzitter van het Comité van aanbeveling van het Jaar van het religieus erfgoed. Zou hij willen inbrengen welke betekenis het Huis van Oranje bij de vorming van ons land had, willen verwoorden dat het Godsvertrouwen van veel Oranjes ook tot onze godsdienstige erfenis behoort?
In hetzelfde comité zit ook dr. B. Plaisier, scriba van de Protestantse Kerk. Zou hij willen inbrengen dat de belijdenis van de kerk der Reformatie over Christus de Middelaar en over de enige troost in leven en sterven ook tot ons religieus erfgoed behoort? Dan is er een verband tussen kerken, kloosters en begraafplaatsen vanwege de boodschap die de eeuwen overstijgt.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 10 januari 2008

De Waarheidsvriend | 20 Pagina's

Stenen in de Jordaan

Bekijk de hele uitgave van donderdag 10 januari 2008

De Waarheidsvriend | 20 Pagina's