Geloof en geweld
Wat is de relatie tussen godsdienst en geweld? Veel terroristische aanslagen door moslims hebben alles te maken met hun godsdienstige overtuigingen. De vraag naar de relatie tussen religie en geweld ligt trouwens ook op het bordje van christenen. Wie de eeuwenlange geschiedenis van het christendom bestudeert, komt daarin heel veel geweld tegen. En ook de Bijbel kent de nodige bladzijden vol geweld.
Recent is daar opnieuw aandacht voor gevraagd. In 2006 verscheen een studie van dr. Sam Janse met als titel De tegenstem van Jezus. Over geweld in het Nieuwe Testament. In het blad Wapenveld verschenen artikelen van prof.dr. H.G.L. Peels over ‘Agressie en geweld in het Oude Testament’, waarop dr. Sam Janse reageerde met een bijdrage waarin hij dr. Peels een aantal vragen voorlegde. In januari 2007 werd de jaarlijkse lezersdag van Kontekstueel gewijd aan het thema en in april verscheen een themanummer onder de titel ‘De God van liefde gebruikt Hij ook geweld? Ten slotte, in juni 2007 stond op de Vierde Utrechtse Studiedag het onderwerp ‘Wie het zwaard opneemt. Over religie en geweld’ in het centrum van de belangstelling. In Drieluik (maandblad van de hervormde gemeente, gereformeerde kerk en evangelisch lutherse gemeente Amersfoort, december 2007) komt het thema eveneens aan de orde: ‘God, geloof en geweld’. Koos van Noppen formuleert een reeks vragen en legt die voor aan ds. A.J. Plaisier, een van de Amersfoortse predikanten. Boven het artikel staat: ‘God is geen zachte heelmeester’.
In antwoord op de eerste vraag merkt ds. Plaisier op dat het te gemakkelijk is om het thema geweld eenzijdig als een islamitisch probleem af te doen. Ook het christelijk geloof kent een offensieve traditie. Het is net als de islam immers een missionaire religie. Ze wil mensen overtuigen en winnen voor Christus. Alleen heeft Jezus wel de weg van fysiek geweld afgewezen. Maar ook in deze wijze raad zijn Jezus’ volgelingen Hem lang niet altijd nagevolgd. Conclusie: voordat we moslims het een en ander verwijten, moeten we beseffen dat we als christenen de eeuwen door de nodige boter op ons hoofd hebben gekregen.
Ik citeer nu een aantal stellingen van Koos van Noppen inclusief de reactie van ds. Plaisier daarop.
De aanwijzingen die God aan het volk Israël gaf voor de inname van het land Kanaän, zouden we vandaag de dag een ‘oproep tot genocide’ noemen. ‘Dat is juist. De Israëlieten kregen de opdracht om deze volkeren totaal uit te roeien. Vanuit een door Christus gestempelde moraal is hier geen voorbeeld aan te nemen. Lezen we het boek Jozua, dan zien we dat er drie redenen voor waren: in de eerste plaats was de maat van de ongerechtigheid van deze volkeren vol: ze waren ‘rijp voor de slacht’ omdat ze de aarde met onrecht hadden vervuld (Lev. 18:24-28).
In de tweede plaats waren ze niet van zins Israël te accepteren, integendeel, vernietiging van deze nieuwkomer was prioriteit nummer één. Het ging hard tegen hard. Ten derde zou Israël in dit stadium van hun geschiedenis zich geassimileerd hebben aan de volkeren die toen in Kanaän woonden, met hun heidense religie. Dat zou fataal geweest zijn voor het geloof in de God van Abraham, Izaäk en Jacob, die niet te klutsen valt met andere goden. We kunnen het boek Jozua nu alleen nog met vrucht lezen als een geloofsboek, dat ons ‘beelden’ levert, geen realiteit die moet worden nagevolgd. Alleen mensen die niets van de Bijbel begrijpen, menen dat wie gelooft in de God van de Bijbel daarmee een vrijbrief voor volkerenmoord in de hand heeft (…)’ In de discussie over geweld en religie wreekt zich dat christenen anno 2007 een nogal ‘soft’ Godsbeeld hebben. ‘Er zijn vele soorten christenen, ook anno 2007. Sommigen hebben inderdaad een te ‘soft’ beeld van God.
Anderen een te ‘hard’ beeld, Ik ben het niet eens met de stelling van prof. Houtepen: ‘In God is geen geweld’. In Romeinen 12:19 staat: ‘Wreekt uzelf niet, maar laat God uw wreker zijn’. Het geweld wordt uit de hand van de mens gelegd; alleen in Gods hand is het kennelijk veilig. God oefent geweld uit in deze wereld, al is het niet verstandig om te traceren hoe en waar (maar speelt bv. de bevrijding van Europa van het juk van het nazisme zich geheel buiten God af?). Voor ons is het genoeg te weten dat Hij op de jongste dag recht zal verschaffen. God is liefde. Liefde is wat anders dan alles maar goed vinden of alles over zijn kant laten gaan. Liefde is geen onverschilligheid. In dát kader spreekt de Bijbel ook over de toorn van God.
Een Godsbeeld is soft als God ‘getemd’ wordt, en zich moet gedragen naar de normen van bijvoorbeeld de grachtengordel; wanneer God niet meer mag doen dan Hij volgens een geseculariseerde maatschappij nog zou mogen doen. God is God. Het hoogste wat een mens vermag, is ‘Amen’ zeggen tegen een God uit wie, door wie en tot wie alles is (Rom. 11:36) (…)’
Het Oude Testament is niet voor watjes.
‘Ja hoor, ook voor watjes. En ook voor dieven en moordenaars. En ook voor stoere bonken. Het is voor allemaal. Het maakt niet uit vanuit welke achtergrond je naar het boek grijpt. Maar het is natuurlijk niet een boek dat je ‘rechtvaardigt’ in die levensverhouding. Een watje of dief of stoere bonk moet niet blijven wat hij is, maar iedereen moet zich wel op een bepaalde manier bekeren. Wat betreft het ‘watje’: God is geen zachte heelmeester, want die maken stinkende wonden. Hij is geen God die vanuit weke tolerantie alles en iedereen maar zijn gang laat gaan. De stukken vliegen er regelmatig af. Je wordt niet zomaar ‘de nieuwe mens’ zoals God je bedoelt. Toch is dat wel het doel. Die nieuwe mens neemt zijn verantwoordelijkheid op zich. Hij of zij leert in dat kader ook wat moed is, en dapperheid. Jacob leerde dat in een worsteling met God. Hij hield er wel een manke heup aan over.
Geweldsteksten zijn alleen besteed aan doorgewinterde bijbelkenners. Wie net kennismaakt met de Bijbel kan ze maar beter niet lezen
Zo kan ik nog wel een lijstje bedenken van teksten die beginners beter niet kunnen lezen.
We moeten maar niet te krampachtig zijn. Het is normaal dat er lezend in de Bijbel ook misverstanden ontstaan. Wie volhoudt, komt daar meestal wel overheen. Je kunt natuurlijk bewust een beginneling blijven, en nadat je ook eens wat bladzijden hebt gelezen, verzuchten dat er toch zoveel geweld in die Bijbel staat, en dat je er daarom maar mee bent gestopt. Dat moet je niet doen. Overigens, het beste lees je de Bijbel in de gemeenschap van de kerk, en verbonden met de eredienst van de gemeente. Je kunt als bijbellezer echt wel wat hulp gebruiken bij het lezen van dit grote boek. Dan komt je meestal wel over de hobbels heen, en begin je het te verstaan als levensboek.’
Geweldsteksten kunnen helpen een brug te slaan naar de islam.
‘Dat lijkt me niet. De islam zal zelf een antwoord moeten geven op het thema geweld. Feit is dat Christus en Mohammed op een zeer verschillende manier omgingen met het thema geweld. Jezus liet zich kruisigen. Mohammed zag dat bepaald niet als zijn roeping; hij heeft wel degelijk het zwaard opgeheven. Ik zeg daarmee niet dat christenen beter zijn dan moslims. Wel dat ze van ‘stichter’ Jezus als het gaat om geweld iets anders hebben geleerd dan moslims van Mohammed – en als christenen die les slecht hebben begrepen, hebben ze een fundamentele reden om schuld te belijden. Dat wil niet zeggen dat er geen bruggen geslagen moeten worden. Maar dat was voor deze keer de vraag niet.’
Leerzame en verhelderende antwoorden en keuzes die hier worden aangereikt op even zoveel zinnige vragen en kwesties waar we in onze vaak zo gewelddadige wereld voor staan. Ik dacht nog wel: wij kennen vandaag geen fysiek geweld meer als het gaat om de uitvoering van de missionaire roeping van de christelijke gemeente in de wereld gaat, maar hoe zit het met het gebruik van verbaal geweld? Die vormen van geweld kunnen mensen ook voor hun hele leven ernstig beschadigen en soms zelfs letterlijk de dood injagen. De veelbesproken en bejubelde roman van Jan Siebelink Knielen op een bed violen geeft daar de nodige voorbeelden van. Er zijn vormen van orthodox en evangelisch geloof waar mensen van jongs af aan worden geïndoctrineerd en bang gemaakt vanuit het bijbels argument dat we elkaar immers moeten bewegen tot het geloof. Karel de Grote hanteerde zo het bijbelwoord ‘Dwing ze om in te gaan’. Hij deed dat uiteraard veel te letterlijk: met het zwaard op de keel. Wij hebben het dan over een ‘heilige dwang’, vanuit het paulinische: de liefde van Christus dringt ons.
Maar als het over het gebruik van geweld gaat, manifesteert zich hier soms een spanningsveld. Die spanning is in de reformatorische traditie opgevangen in de bekende tweeslag Woord en Geest, maar toch. Onze dwang werkt averechts. Karel de Grote’s methode kweekte een generatie van angstige en calculerende naamchristenen. Dat risico lopen we nog als we mensen door verbaal geweld dwingen, buiten een innerlijke overtuiging om, in het spoor van onze interpretatie van de Bijbel te gaan. Niet door de kracht noch door geweld, maar door Mijn Geest. En dat is altijd een Geest van liefde en van geduld.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 10 januari 2008
De Waarheidsvriend | 20 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 10 januari 2008
De Waarheidsvriend | 20 Pagina's