De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Dominee zonder God

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Dominee zonder God

Volgens ds. Hendrikse is Almachtige een 'iets'

9 minuten leestijd

Ds. K. Hendrikse uit Middelburg publiceerde onlangs het geruchtmakende boek 'Geloven in een God die niet bestaat.' De auteur noemt zichzelf atheïst, maar dat is misverstandwekkend.

Volgens ds. Hendrikse is Almachtige een ‘iets’.
Een sceptische hoogleraar godsdienstwijsbegeerte zei eens tegen zijn christelijke collega: ‘Als er ook maar tien procent waar is van wat er in de geschriften van Heidegger staat, dan ziet het er voor het christelijk geloof slecht uit’. Deze reageerde daarop als volgt: ‘Maar collega, wélke tien procent van wat Heidegger schrijft is volgens u dan waar? Als u me dat vertelt, kunnen we daarover spreken.’ Op die uitnodiging bleef het antwoord echter uit. Aan dat voorval moest ik terugdenken tijdens het lezen van het geruchtmakende boek van ds. Hendrikse. De auteur betoogt erin, kort gezegd, dat God niet bestaat, maar dat het daarom nog geen onzin is om op een bepaalde manier in God te geloven. Op dat tweede kom ik terug, maar het hele boek staat of valt natuurlijk met het eerste.

Argumenten
Hoe kan een predikant van mening zijn dat God niet bestaat (en ook niet ‘is’, zoals prof.dr. A.A. van Ruler liever zei)? Wat je zou verwachten, is dat ds. Hendrikse in zijn boek uitlegt hoe hij hier zo stellig van overtuigd is geraakt. Welke argumenten heeft hij eigenlijk voor zijn overtuiging dat God niet bestaat?
Het verbazingwekkende is echter dat zulke argumenten in het hele boek niet of nauwelijks voorkomen. Een simpele verwijzing naar ‘de wetenschap’ (75) kan toch moeilijk voor een argument doorgaan. Het niet-bestaan van God is van begin tot eind het uitgangspunt van het boek, zoals het indertijd ook het uitgangspunt was in ds. Hendrikse’s atheïstische opvoeding.

Pover vloertje
De enige suggestie die wat in de buurt van een argument komt, is een wel heel wonderlijke. De Bijbel zou leren dat God niet bestaat (49). Ik noem dat een wonderlijke gedachte om twee redenen. Allereerst is uit het hele boek duidelijk dat de Bijbel voor ds. Hendrikse, zacht gezegd, niet bijzonder veel gezag heeft. Er staat van alles in wat niet klopt en niet deugt en waar we ons vooral verre van moeten houden. Maar kennelijk moeten we ons juist op het punt van het vermeende niet-bestaan van God wel onderwerpen aan het gezag van de Heilige Schrift.
Dat is in de tweede plaats inhoudelijk gezien nog veel wonderlijker. Ds. Hendrikse verwijst naar het boek Exodus, waar alles mee begonnen zou zijn en waarin ‘van een bestaande God geen sprake’ zou zijn. Het woord ‘God’ valt hier in de context van bevrijding. Maar, zegt ds. Hendrikse, het is niet God Die het volk bevrijdt, Mozes moet dat doen. ‘(…) het verhaal zegt niet méér dan dat de naam van God verbonden is met 'bevrijding' die door mensen gestalte moet krijgen’ (51).
O nee? Het verhaal spreekt dacht ik ook over tien plagen die juist niet door mensen maar door de God van Israël tot stand werden gebracht. Het is dus wel een uiterst pover vloertje dat de schrijver hier onder zijn betoog legt.

Na Exodus
Na Exodus zou vervolgens alles mis zijn gegaan. Eerst maakte men in het boek Genesis van God ook Schepper, en in de verdere ontwikkeling van de Bijbel veranderde Hij steeds meer in een persoonachtig Wezen, dat boos kan worden, berouw kan tonen enzovoort. (59). De kerk maakte het vervolgens nog erger, door God ook nog eens voor te stellen als een almachtig Wezen dat alles kan.
Dat laatste is eenvoudig onjuist – al in de Bijbel wordt gezegd dat ‘geen ding voor God onmogelijk is’, dat is dus bepaald geen heidendom, zoals de auteur schrijft (68; hij weet volgens mij trouwens ook wel beter, of zou beter moeten weten).
Maar zelfs al zou ds. Hendrikse de godsdienst-historische ontwikkeling hier correct weergeven, dan nog volgen de conclusies die hij daaraan verbindt helemaal niet. Want waarom zou alleen het alleroudste getuigenis aangaande JHWH gezag hebben, en de rest afgedaan moeten worden als betreurenswaardige vervorming?
Waarom zou God Zich behalve via Exodus ook niet kunnen laten kennen via de rest van de Bijbel, zoals de kerk de eeuwen door geloofd heeft? Op dit punt laat de auteur ons echter alweer in de steek: hij geeft geen argumenten.
Dat maakt het lastig om de discussie met hem aan te gaan. Ik moet eerlijk bekennen dat dit mij stoort, omdat dit toch wel het minste is wat je in de kerk van elkaar en zeker van predikanten mag verwachten: dat áls je je dan geroepen voelt om van de weg van het belijden af te wijken, je niet doet alsof dat de normaalste zaak van de wereld is, maar je je daarvoor serieus verantwoordt.

Stellig
Ds. Hendrikse heeft zijn boek duidelijk wel als zo’n soort verantwoording bedoeld, maar slaagt er theologisch eigenlijk maar nauwelijks in die te bieden. Daarvoor staat het veel te vol met allerlei stelligheden.
Ook in dit boek wordt de kerk weer eens verweten dat zij leeft van steile waarheden en geen enkele twijfel daaraan toelaat. Mijn ervaring met de kerk is anders: hoe vaak gaat het er juist niet over de aanvechting van het geloof, gewoon omdat het daar in de Bijbel ook vaak over gaat. Het vreemde is dat ds. Hendrikse zelf in stelligheid volstrekt niet onderdoet voor zijn beeld van de kerk. Hij betwijfelt niet of God bestaat, nee hij poneert eenvoudig dat dit niet zo is. Maar hoe hij daar zo zeker van kan zijn, blijft onduidelijk. Is het dan toch vooral zijn bedoeling om te provoceren?

Kuitert
Waar ds. Hendrikse wel omstandig op ingaat, is wat hij dan wel gelooft. Hij moet daar ook wel veel woorden aan besteden, want dat is nog niet zo makkelijk uit te leggen. Zijn schrijfstijl laat zien dat hij veel van prof.dr. H.M. Kuitert heeft gelezen; soms krijg je zelfs de indruk dat hij deze probeert na te bootsen (wat een enkele keer trouwens jammerlijk mislukt, bijvoorbeeld bij een flauwe woordspeling als ‘christelligent design’, 87).
Toch stelt hij ook Kuitert enkele malen onder kritiek – wat vermoedelijk verklaart waarom de laatste in het voorwoord van het boek enkele slagen om de arm houdt bij zijn aanbeveling ervan. Kennelijk luistert het in het kamp van de critici van de kerk nog nauw, en ben je zomaar niet orthodox in de leer van het niet-geloven. Ook met new age-achtige theorieën over een ‘goddelijke vonk’ in de mens is ds. Hendrikse het trouwens pertinent oneens.

Gebeuren
Zelf ziet hij het zo, dat God weliswaar niet bestaat, maar daarom nog wel kan ‘gebeuren’. Dat is bijvoorbeeld het geval waar mensen zich belangeloos voor elkaar inzetten, of waar hun angst voor een operatie overwonnen wordt door een gevoel van geborgenheid. Daarin kan God worden ervaren.
Maar, aldus ds. Hendrikse, een ervaren God is nog geen bestaande God (155). Het gaat bij God meer om zoiets als de liefde: het voltrekt zich in en tussen mensen, bestaat dus niet los daarvan, maar stijgt tegelijk wel boven mensen uit. Het is groter dan wijzelf. Hoewel ds. Hendrikse God regelmatig ‘Ik’ laat zeggen, ziet hij Hem dus nadrukkelijk niet als persoon maar als een ‘iets’. Ds. Hendrikse noemt zichzelf atheïst, maar dat is misverstandwekkend en lijkt opnieuw vooral bedoeld om aandacht te trekken. Uit zijn boek blijkt dat hij veel kritiek heeft (en soms nog goede kritiek ook!) op het atheïsme, en zich veel meer verwant weet met het zogeheten ‘ietsisme’.
Ervaringen die in principe gewoon te verklaren zijn (zoals het geroerd worden door een compositie van Bach), laten zich toch religieus duiden: er gebeurt ‘iets’ met ons, en dat kunnen wij God noemen. Zolang we maar beseffen dat het daarbij om ónze God gaat, die natuurlijk (het kan niet vaak genoeg gezegd worden) niet echt bestaat.
Een dergelijke God vraagt natuurlijk ook niets van ons. Bij het uitleggen van de Bijbel gaat het dan ook niet om Zijn wil of bedoelingen, maar uitsluitend om momenten van herkenning die er kunnen zijn (123). Wij, welvarende 21e-eeuwse westerlingen, worden dus op geen enkele manier uitgedaagd of gestoord. Dat komt ons wel zo goed uit, denk ik dan.

Ideale kerk
Behalve aan wat hij niet en wel gelooft, besteedt ds. Hendrikse in zijn boek ook aandacht aan hoe hij als ‘atheïst’ predikant kan zijn en hoe zijn ideale kerk eruit ziet. Het meest potsierlijke in die passages vind ik wel de suggestie dat het met de kerk (en daarmee bedoelt Hendrikse vooral de Protestantse Kerk, waarover hij uiterst kritisch is) stukken beter zou gaan wanneer deze zijn gedachtegoed maar zou overnemen. Dat lijkt me wel de slechtste raad die men de kerk kan geven. Allereerst al vanuit marketingoogpunt. Al doet ds. Hendrikse nog zo graag voorkomen alsof de meerderheid van de kerkleden het eigenlijk wel met hem eens is, voor het extreem soort vrijzinnigheid dat hij voorstaat valt mijns inziens nauwelijks iemand warm te krijgen. Een dergelijk vrijblijvend geloof kan ons wel goed uitkomen, het vergroot onze betrokkenheid bij de kerk uiteraard niet.
Ook inhoudelijk zou het overnemen van ds. Hendrikse’s boodschap wel het meest dwaze zijn wat de kerk kan doen. Hij stelt een leven zonder God namelijk veel te mooi voor. Als God niet bestaat, dan zijn wij mensen collectief ten dode opgeschreven. Er is dan niet alleen geen persoonlijke verwachting voor na de dood (wat Hendrikse dan ook inderdaad stelt, 171vv.), maar ook geen hoop op een komend Koninkrijk waarin God alle tranen van de ogen zal afwissen. Het raadsel van de geschiedenis zal nooit opgelost zijn, de pijn van het lijden nooit voorbij. Dat is pas echt een triest geloof.
Dit boek ademt op een bepaalde manier die triestheid, en bevestigde mij dan ook alleen maar in de overtuiging dat de kerk er beter aan doet te blijven bij de schat van het evangelie die haar door de levende God is toevertrouwd.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 17 januari 2008

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

Dominee zonder God

Bekijk de hele uitgave van donderdag 17 januari 2008

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's