De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Diepe wanhoop

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Diepe wanhoop

Echtscheiding: kinderen in de knel [1]

8 minuten leestijd

Als een echtpaar huwelijksproblemen heeft, begint voor een predikant of andere pastoraal werker vaak een intensief begeleidingstraject. Zowel de man als de vrouw heeft die begeleiding vaak hard nodig. Ook wordt in dit kader terecht veel aandacht besteed aan de principiële, theologische vragen. Maar als er kinderen zijn, waar blijven zij dan?

‘Het was voor onze dominee een eyeopener dat kinderen na een echtscheiding ook aandacht behoeven. Ik heb zelf niks van de kerk gezien, mijn moeder wel. (…) Je hebt zelf iemand nodig die goed kan luisteren, maar niet waar je moeder bij is.’ Dit zegt een kind van gescheiden ouders tegen drs. P.J. Vergunst, secretaris van de Gereformeerde Bond, in het boekje Trouw en liefde.Over pastoraat in het huwelijk.
Het citaat maakt duidelijk dat kinderen tussen wal en schip dreigen te raken als het onmogelijke waarheid wordt: een echtscheiding binnen de kerkelijke gemeente. Mag het anders? Kan het anders?

Problemen
Om er als pastoraal begeleider voor kinderen te kunnen zijn, is er allereerst kennis nodig. Wat doet een echtscheiding met kinderen? Op welke wijze krijgen kinderen concreet te maken met de echtscheidingsprocedure? Hoe kunnen ze daarin worden ondersteund vanuit de kerkelijke gemeente?
Er wordt al decennialang onderzoek gedaan naar de gevolgen van echtscheiding voor kinderen. Het meest recente, grootschalige onderzoek in Nederland werd in het voorjaar van 2007 afgerond. Het betreft een onderzoek door de scheidingsonderzoeker dr. Ed Spruijt van de Universiteit Utrecht, dat plaatsvond in opdracht van de Raad voor de Kinderbescherming.
De resultaten zijn gepubliceerd in het rapport Scheidingskinderen, dat op 2 mei 2007 aan de minister Rouvoet van Jeugd en Gezin werd aangeboden. Uit dit onderzoek blijkt dat per jaar 70.000 thuiswonende kinderen en jongeren in Nederland te maken krijgen met de scheiding van hun ouders.
Bovendien blijkt dat scheidingskinderen bijna tweemaal zoveel problemen vertonen als kinderen uit intacte gezinnen. Het gaat dan met name om angstgevoelens en depressieve gevoelens, om agressief en delinquent gedrag, om sociale problemen (ruzies met leeftijdsgenoten en een dubbele kans om later zelf te gaan scheiden), om lagere schoolprestaties en riskante gewoonten, zoals roken, drinken en blowen.

Cursussen
Uit het onderzoek van Spruyt blijkt dat er een aantal preventieve middelen zijn om de gevolgen voor kinderen te minimaliseren. Allereerst helpt het als ouders via cursussen leren om hun kinderen (en elkaar in het bijzijn van de kinderen) op de juiste manier te benaderen. Ook zijn er programma’s voor kinderen die hen helpen de scheiding van hun ouders beter te begrijpen en te verwerken.
Daarnaast benadrukt Spruyt dat ouders moeten zorgen dat kinderen goed contact hebben met de beide ouders. Ouders moeten dus niet tussen hun kind en de andere ouder in gaan staan. Hij stelt zelfs voor ouders van kinderen die met beide ouders goed contact hebben, fiscaal te bevoordelen. Wat daarvan ook zij, uit dit onderzoek blijkt in elk geval dat echtscheiding op zich voor kinderen al zeer schadelijk is, maar dat de strijd van ouders die daar soms op volgt, de schade nog veel groter maakt.

Loyaliteitsconflict
Kinderen die geconfronteerd worden met de conflicten van hun ouders, raken in een loyaliteitsconflict. Ouders kunnen van kinderen vragen te kiezen, maar kinderen hebben (terecht) sterk het gevoel dat ze geen partij kunnen/willen kiezen.
Doordat ouders nog wel eens ernstig verstrikt kunnen zitten in hun eigen emoties, schuld- en onmachtsgevoelens en ze behoefte hebben aan emotionele steun, juist ook van hun kinderen, kunnen kinderen in schier onmogelijke situaties terecht komen.
Zo werd ik in mijn praktijk geconfronteerd met een moeder die aan haar kind vertelde dat ze eigenlijk verliefd was op een andere man. ‘Maar,’ stelde ze haar kind gerust, ’scheiden gaan we niet, wees gerust. Als je het maar niet aan papa vertelt’. De andere ouder kwam hierachter doordat hij, toen hij het kind van de komende scheiding vertelde, als eerste te horen kreeg: ‘en mama zei dat jullie niet zouden gaan scheiden.’
Een andere vader vertelde dat wanneer de kinderen het weekend bij hem waren geweest, de kinderen wanneer ze thuis kwamen zich direct op de mat moesten uitkleden en onder de douche moesten. Op deze manier toonde de moeder haar gevoel van afkeer jegens de man aan de kinderen. Een nog veel vaker voorkomende situatie is dat ouders hun kinderen van twaalf of dertien jaar oud laten kiezen bij wie zij willen wonen.
Deze manieren van handelen door ouders is bij kinderen meestal aanleiding zijn voor diepe wanhoop: niet kiezen voor één van beide ouders betekent ontrouw zijn aan de ander, maar kiezen betekent dat ook.

Oplossen, niet strijden
De overheid heeft in toenemende mate oog voor de onnodige extra pijn die ouders hun kinderen in het kader van een echtscheidingsprocedure (vaak onbewust) aandoen. Zo stimuleert zij allereerst de echtscheidingsbemiddeling.
Echtscheidingsbemiddeling houdt in dat beide ouders naar één advocaat gaan en samen in een aantal besprekingen afspraken maken over de gevolgen van de echtscheiding. Het gaat dan met name om afspraken over de kinderen, over eventueel te betalen alimentatie en over de verdeling van het vermogen of de schulden.
In een bemiddelingstraject zoeken ouders samen naar zelf ontworpen oplossingen, die hen beiden tevreden stellen. Ze worden gestimuleerd ook rekening te houden met het belang van de ander en met name te zoeken naar belangen die gemeenschappelijk zijn (bv. het belang van de kinderen: beide ouders willen voor de kinderen hetzelfde, namelijk dat het zo goed mogelijk met hen blijft gaan). Wanneer beide partijen een eigen advocaat nemen, wordt vaak juist veel meer geredeneerd vanuit het eigen belang en ontstaat strijd en polarisatie.

Ouderschapsplan
Op korte termijn zullen ouders in elk geval ten aanzien van de kinderen niet meer ontkomen aan een zekere vorm van het samen zoeken van oplossingen, zoals hiervoor bedoeld.
Op 12 juni 2007 heeft de Tweede Kamer een wetsvoorstel aangenomen waarin het opstellen van een ouderschapsplan verplicht wordt gesteld. Ouders moeten in onderling overleg afspraken maken, niet alleen over de verblijfplaats van de kinderen en de omgangsregeling, maar ook over zaken als schoolkeuze, medische behandeling en bijbaantjes.
Juist bij kerkelijk betrokken ouders kan het afspraken maken hierover extra lastig zijn. Beide ouders gaan immers vaak naar verschillende kerken. Laat je de kinderen daarin ook afwisselen of laat je hen betrokken zijn in één kerkelijke gemeente? En wat als een van de ouders helemaal niet meer gaat?

Rechter
Wanneer het helemaal mis loopt tussen ouders en zij geen overeenstemming bereiken over zaken als de omgangsregeling en de verblijfplaats van kinderen, worden de geschilpunten aan de rechter voorgelegd. De rechter heeft ook verschillende concrete instrumenten om de belangen van het kind te waarborgen.
De eerste is de hoorplicht van de rechter ten aanzien van kinderen vanaf twaalf jaar oud. Sinds enkele jaren worden kinderen van twaalf jaar en ouder dan ook eerst uitgenodigd door de rechter om in vertrouwen te komen praten. Anders dan het misverstand doet verluiden, betekent dit gesprek niet dat de rechter de kinderen laat kiezen bij wie ze mogen wonen. Anders zou immers alsnog een loyaliteitsconflict bij het kind ontstaan. De rechter neemt het gesprek met het kind wel mee in zijn overwegingen. De ouders krijgen niet te horen wat het kind aan de rechter heeft verteld. Wanneer de problemen heftig zijn, kan de rechter er als tweede mogelijkheid voor kiezen een opdracht te geven aan de Raad voor de Kinderbescherming voor het doen van een onderzoek. Dat onderzoek kan bijvoorbeeld betrekking hebben op de vraag wat de beste verblijfplaats voor het kind zou kunnen zijn.
Omdat rechters echter in toenemende mate van mening zijn dat ouders zélf overeenstemming moeten bereiken over omgangsregeling en verblijfplaats is er sinds korte tijd een derde instrument voor rechters om de belangen van de kinderen te beïnvloeden, namelijk verwijzing naar een bemiddelaar. Dit betekent dat de rechter als ouders hem om een beslissing vragen, ouders alsnog voorstelt om bij een bemiddelaar te gaan praten om zo te proberen zelf tot overeenstemming te komen. De rechter dwingt de ouders hier echter nooit toe.

Geen ‘schuldige partij’
Uit het voorgaande blijkt dat echtscheiding vrijwel altijd schade aanricht voor kinderen. Wel maakt het een heel groot verschil of ouders kans zien als verantwoorde opvoeders met hun kinderen te blijven omgaan. Met name is dan van belang dat ouders proberen hun verstandhouding met elkaar zo goed mogelijk te houden en de kinderen niet te betrekken in hun conflicten. Ook helpt het kinderen erg wanneer zij begeleid worden in het begrijpen en accepteren van de echtscheiding van hun ouders en wanneer zij niet gedwongen worden tot keuzes tussen de beide ouders.
Een groot deel van deze begeleiding van ouders en kinderen is werk voor pedagogen, psychologen en maatschappelijk werkers. Toch kan men hierin ook in het pastoraat of gewoon als betrokken gemeentelid wel degelijk iets betekenen. Ik sluit af met enkele tips die daarin handzaam zouden kunnen zijn. Heb naast de ouders ook aandacht voor de kinderen.
Stimuleer kinderen niet om te kiezen voor één de ouders. Wees terughoudend met het aanwijzen van één partij als de schuldige, ook al kan dat in bijbels licht wel voor de hand liggen. Kinderen houden immers ook nog steeds van die ‘schuldige partij’. Uiteraard zijn er situaties, bijvoorbeeld in geval van mishandeling of seksueel misbruik, waarin dit advies niet opgaat. Dan kiezen kinderen echter zelf al.
Stimuleer ouders om te denken in termen van oplossingen in plaats van in termen van strijd: als partners gaan ze niet verder, maar als opvoeders moeten ze samen verder; probeer te voorkomen dat een ouder tussen de kinderen en de andere ouder in gaat staan.
Stimuleer ouders in het zoeken van professionele begeleiding in een vroeg stadium, zowel voor zichzelf als voor hun kinderen. Wanneer kinderen worden uitgenodigd bij de rechter of bij de bemiddelaar, hebben zij personen om zich heen nodig die hen daarbij kunnen begeleiden en opvangen.

Verder lezen C. van Leuven en A. Hendriks, ‘Kind in bemiddeling’, Molenschot, 2003 E. Spruijt, ‘Echtscheidingskinderen’, Amsterdam, 2007. P.J. Vergunst, ‘Trouw en liefde’, Heerenveen, 2001.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 24 januari 2008

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

Diepe wanhoop

Bekijk de hele uitgave van donderdag 24 januari 2008

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's