Bezinning voor kerkenraad
Brochure ‘Vacant, en dan …?’ is praktisch en geestelijk
Een broeder van ruim tachtig jaar sprong van blijdschap en instemming in de lucht na lezing van de brochure van de Gereformeerde Bond (2006), handelend over de prediking. Nu is de brochure Vacant, en dan …? uitgekomen.
Brochure ‘Vacant, en dan …? ’ is praktisch en geestelijk
De ondertitel luidt: Praktische en geestelijke wenken met het oog op het beroepingswerk. Ik hoop dat deze uitgave voor vele gemeenten, kerkenraden en predikanten tot zegen mag zijn. Naast de praktische informatie over de beroepingsprocedure vanuit de landelijke kerk geeft de brochure niet alleen een goed overzicht, maar heeft ze ook een geestelijke visie en dimensie.
Ik ben blij met deze nieuwe brochure. Het beroepingswerk vindt immers steeds weer plaats binnen een kerkenraad, waarin steeds nieuwe ambtsdragers hun plaats mogen innemen. Blijvende bezinning is voor elke ambtsdrager nodig. Voor predikant, diaken en ouderling.
Juist ook in een kerk van het presbyteriaal-synodaal kerktype, omdat de kerkenraad immers hierin de belangrijkste taak heeft. Oprecht gebed is nodig bij het beroepingswerk, maar ook zuiverheid in werkwijze. Het ene ambt mag niet over het andere heersen, en ook niet de ene broeder over de andere.
Enquête
Het hoofdbestuur van de Gereformeerde Bond, met speciale inbreng van ds. M.A. Kuyt uit Huizen, is er goed in geslaagd om een overzichtelijke brochure uit te brengen, waarin alle facetten vanaf eerste voorbereiding van de kerkenraad tot met beslissing op het beroep aan de orde komen. Een aantal uitkomsten van het onderzoek Beroepen als roeping zijn praktisch binnen het betoog opgenomen en komen illustratief en concluderend zo veel mogelijk tot hun recht.
Wat betreft de enquête onder predikanten en kerkenraden heb ik voor mijzelf enige cijfers op een rij gezet. In het adresboekje van de Gereformeerde Bond staan 361 dienstdoende predikanten in een gemeente vermeld. De enquête baseert zich op 70 teruggekomen vraaglijsten van de 115 verzonden lijsten. Statistisch mag dat hoog genoemd worden. Persoonlijk vind ik twintig procent van alle predikanten een laag percentage om daar in alle gevallen sterke conclusies aan te verbinden. Zeker gezien de diversiteit van ervaringen, leeftijd, enzovoort. Datzelfde zou je ook van de reacties van het aantal gemeenten kunnen zeggen.
Parttime predikant
De uitdrukking ‘parttime predikant’ – die komt aan bod in paragraaf 1.3 – is praktisch kort, maar beter is het te spreken over de predikant met beperkte werktijd. Je spreekt toch ook niet over een ‘parttime huisvrouw’ of een ‘parttime ouderling’. Ik ken predikanten die een beroep met beperkte werktijd aangenomen hebben. Dus minder traktement en minder pensioenvoorziening. In veel gevallen werken zij evenveel of meer dan hun collega’s met volledige werktijd.
Waar wordt gezegd dat in de meeste hervormd-gereformeerde gemeenten met meer dan tweehonderd belijdende leden er geen stemming in de gemeente plaatsvindt (1.4), is dit in tegenstelling met het onder het onder 1.2 (pag. 11) gestelde, dat in de loop der jaren de gemeente steeds meer invloed kreeg op het beroepingswerk. Of dit wel of niet goed is, zal mede afhankelijk zijn van bepaalde stromingen en ontwikkelingen in een gemeente. Dat laat ik dus rusten. Wel zou ik de kerkenraad van een gemeente met minder dan tweehonderd belijdende leden – waar stemming kerkordelijk verplicht is – het advies geven om de te beroepen predikant niet na maar vóór de stemming te laten voorgaan in de kerkdienst. Hoe kunnen gemeenteleden stemmen over een predikant die zij nooit gehoord en gezien hebben? Dat kan alleen met een advies, maar dan maak je van de stemming een farce.
Andere ligging
Onder 5.5 wordt gesproken over hoe ingegaan wordt op een beroep uit een gemeente met een andere ligging. Vijf procent van de ondervraagden antwoordt er mee om te gaan als elk ander beroep. Mijn ervaring na bijna twintig jaar in het noorden van ons land gewerkt te mogen hebben, is dat het dikwijls heel moeilijk is daar een predikant in een rechtzinnige gemeente te roepen.
Een nu overleden broeder belde eens meer dan honderd predikanten zonder resultaat om tot een gesprek te komen. Hij verzuchtte tegen één van hen: ‘Man, het is hier zo oud als wat: een oude kerk, de oude Statenvertaling, de oude Psalmberijming, en één oud gezang uit de oude Hervormde Bundel …’ Maar dat ene gezang was wel een reden om zelfs geen beroep in overweging te nemen. Ook daarvan acte.
Volgende week een reactie van ds. H.J. Oortgiesen, hoofd mobiliteitsbureau predikanten en kerkelijk werkers. Zie ook pagina 18.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 24 januari 2008
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 24 januari 2008
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's